Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht’ veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.
Tot mij wendde zich de heer [verdachte] geboren [geboortedag] te [geboorteplaats] en wonende te [adres] , met het verzoek om zijn belangen te behartigen in bovenvermelde aangelegenheid.
- i) een verklaring van de advocaat dat hij/zij tot het instellen van het hoger beroep door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd (artikel 450, eerste lid sub a, Sv);
- ii) een verklaring van de advocaat dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep (artikel 450, derde lid, Sv);
- iii) het adres dat door de verdachte is opgegeven voor toezending van het afschrift van de appeldagvaarding (artikel 450, derde lid, Sv).