De verdachte werd beschuldigd van bedreigingen aan een misdaadjournalist en advocaten, en het plaatsen van een munitiekist bij de ambassade van Saudi-Arabië met het oogmerk anderen te doen geloven dat een ontploffing kon plaatsvinden. De rechtbank verklaarde de feiten bewezen maar sprak de verdachte niet strafbaar uit vanwege zijn psychotische stoornis en legde een tbs-maatregel op.
In hoger beroep heeft het hof de deskundigenrapporten van het GGZ overgenomen, waarin werd vastgesteld dat de verdachte ten tijde van de feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was door een ongespecificeerde psychotische stoornis met paranoïde wanen. De stoornis beïnvloedde zijn realiteitstoetsing en oordeelsvermogen zodanig dat hij geen keuzevrijheid had.
Hoewel de feiten ernstig waren en een grote impact hadden, achtte het hof oplegging van een maatregel niet noodzakelijk omdat het recidivegevaar laag werd ingeschat en er geen aanwijzingen waren voor agressieregulatieproblemen of escalatiegevaar. De verdachte werd daarom ontslagen van alle rechtsvervolging zonder oplegging van een maatregel.