[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
BRP-adres [adres 1] ,
thans verblijvende op camping “ [locatie 1] ” in Baexem .
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van - kort gezegd -
- diefstal in vereniging door middel van braak en/of verbreking (parketnummer 03-011520-24 feit 1);
- diefstal in vereniging door middel van braak (parketnummer 03-011520-24 feit 2) en
- diefstal door middel van braak en/of verbreking (parketnummer 03-274142-24 primair)
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van voorarrest.
Voorts heeft de politierechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] hoofdelijk geheel toegewezen (€ 2.035,00 aan materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel (eveneens hoofdelijk) en de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] geheel toegewezen (€ 3.072,94 aan materiële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Tot slot is de verdachte veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partijen. De benadeelde partij [benadeelde 3] is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Omvang van het hoger beroep
De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 2.035,00 (materiële schade). Bij vonnis waarvan beroep is deze vordering geheel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De benadeelde partij heeft in hoger beroep te kennen gegeven de vordering te verlagen tot nul euro omdat de vordering reeds geheel is vergoed. Derhalve is deze vordering tot schadevergoeding niet meer aan het oordeel van het hof onderworpen.
De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot vergoeding van schade. Bij vonnis waarvan beroep is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
Nu deze benadeelde partij zich in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd, is de vordering in hoger beroep niet meer aan de orde.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren en dat het hof aan het voorwaardelijke strafdeel als bijzondere voorwaarde zal verbinden - conform een recent voortgangsverslag d.d. 6 januari 2026 ten aanzien van het huidige reclasseringstoezicht in een andere zaak tegen de verdachte (parketnummer 03-022856-25) - een meldplicht met daarbij reclasseringstoezicht.
Door de verdediging is vrijspraak bepleit. Daarnaast is een strafmaatverweer gevoerd. Voorts heeft de verdediging bepleit dat primair de benadeelde partij [benadeelde 2] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, subsidiair dat de vordering dient te worden gematigd.
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 03-011520-24:
1.
hij op of omstreeks 22 november 2023 te Brunssum , gemeente Brunssum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een caravan, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
2.
hij op of omstreeks 22 november 2023 te Schinveld , gemeente Beekdaelen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een aanhanger, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
Zaak met parketnummer 03-274142-24 (gevoegd):
primair
hij op of omstreeks 20 juli 2024 te Beek , althans in Nederland een vrachtauto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair
hij op of omstreeks 20 juli 2024 te Schinnen , gemeente Beekdaelen, althans in Nederland een vrachtauto, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-011520-24 onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Met de verdediging is het hof namelijk van oordeel dat het dossier onvoldoende duidelijkheid verschaft over de vraag of de verdachte de tenlastegelegde diefstal -mede- heeft begaan.
Volgens aangever is tussen 21 november 2023 omstreeks 23:00 uur en 22 november 2023 omstreeks 06:15 uur een diefstal gepleegd waarbij een caravan is weggenomen. Uit de getuigenverklaring van [getuige] zou deze caravan rond 3 uur die nacht zijn weggenomen en leken daarbij twee personen betrokken. Op 25 november 2023 in de ochtend is de gestolen caravan aangetroffen op een woonwagenkamp aan de [locatie 2] te Schinnen waar onder meer de verdachte verblijft. Aan de hand van het dossier en het verhandelde ter zitting kan niet wettig en overtuigend worden vastgesteld dat de verdachte betrokken was bij de diefstal van de caravan.
Derhalve kan niet worden bewezenverklaard dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-011520-24 onder 2 en in de zaak met parketnummer 03-274142-24 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
Zaak met parketnummer 03-011520-24:
2.
hij op 22 november 2023 te Schinveld , tezamen en in vereniging met een ander, een aanhanger die aan [benadeelde 1] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
Zaak met parketnummer 03-274142-24 (gevoegd):
primair
hij omstreeks 20 juli 2024 te Beek , een vrachtauto, die aan [benadeelde 2] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Zaak met parketnummer 03-011520-24
In de hiernavolgende bewijsmiddelen wordt - tenzij anders vermeld - verwezen naar het proces-verbaal van politie , Eenheid Limburg, zaakregistratienummer PL2300-2023185704, in de wettelijke vorm opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , bestaande uit in wettige vorm opgemaakte processen-verbaal en andere geschriften, gesloten op 25 mei 2024, doorgenummerde dossierpagina's 1-193.
1.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 25 november 2023 (pg. 13-18), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] :
Ik doe aangifte van diefstal van een aanhanger voorzien van het Nederlands kenteken
[kenteken 1] . Ik ben gerechtigd tot het doen van aangifte namens de benadeelde, mijn
schoonvader, [benadeelde 1] (
het hof begrijpt [benadeelde 1]).
De aanhanger die is gestolen is een dubbelasser van het merk Saris, type PKC, en
voorzien van het Nederlands kenteken [kenteken 1] . De aanhanger is voorzien van een
chassisnummer [chassisnummer] .
De aanhanger was gestald in een weiland op de [locatie 3] in Schinveld . Het weiland is omheind en voorzien van een poort . Deze poort was afgesloten met een ketting met
daaraan een hangslot, die je met een sleutel kan openen.
Op 22 november 2023, rond 19.00 uur, werd mijn vrouw gebeld door [betrokkene 1] . [betrokkene 1] vertelde dat de aanhanger niet meer op het weiland stond.
Ik ging naar het weiland toe en zag dat het slot was vernield.
Ik heb een camera bij mijn weiland hangen. Ik keek naar de camerabeelden. Ik zag dat er op 22 november 2023, om 14.00 uur, een witte auto in beeld verscheen. Ik zag dat die auto vanuit het bos kwam. Ik zag dat de auto richting mijn weiland achteruit reed. Ik zag dat de poort van het weiland gesloten was. Ik zag dat het beeld versprong en dat de auto ineens verder het weiland op reed. Ik zag dat er 2 mannen uitstapten. Ik kon de mannen verder niet goed herkennen. Ik zag wel dat een van die mannen wat langer haar had, alsof hij een matje in zijn nek had. Ik zag dat de aanhanger werd aangekoppeld aan de auto. Ik zag dat de bestuurder terug in de auto stapte. Ik zag de bijrijder niet meer. Ik weet niet waar die gebleven is. Ik zag dat de combinatie wegreed. Ik zag nog dat de bestuurder uitstapte om
de poort te sluiten. Ik zag dat de combinatie daarna uit beeld verdween.
Ik ben daarna gaan rondvragen aan buurtbewoners en kreeg van [bedrijf 1] ,
[adres 2] , beelden te zien. Hierop zag ik duidelijk dat op 22 november 2023, om 13.59 uur, de witte auto een witte Volkswagen Caddy, voorzien van het Nederlands kenteken [kenteken 2] , was. Ik zag dat er een opschrift of bestickering op de auto zat. Ik zag dat er [bedrijf 2] op stond. Ik zag dat de auto op 22 november 2023, om 14.07 uur, door de straat reed met de aanhanger erachter. Ik zag dat de kentekenplaat van de aanhanger op de aanhanger zat. We hebben de politie gebeld op woensdagavond. We hebben toen kenbaar gemaakt dat de aanhanger is gestolen.
Ik ben vervolgens op 23 november 2023, omstreeks 11.00 uur, naar [bedrijf 2] , [adres 3] gereden. Ik vertelde mijn verhaal aan een medewerker en kreeg daarna te horen dat men geen gegevens mocht vrijgeven aan mij in verband met de privacywetgeving.
Ik heb de politie vervolgens gebeld. Die zijn ook ter plaatse gekomen. Ik heb mijn verhaal uitgelegd. De politie heeft vervolgens wat vragen gesteld aan de medewerker. Ik kreeg mee dat de auto een GPS-tracker heeft ingebouwd. Ik kreeg mee dat de auto onder andere op de [locatie 3] in Schinveld had uitgepeild op 22 november 2023, om 14.06 uur. Ik kreeg ook mee dat de auto door ene [betrokkene 2] was gehuurd en dat zij die auto ook had opgehaald. Ik ken die [betrokkene 2] en ik ken haar vriend [betrokkene 3] ook.
2.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 november 2023 (pg. 22 en 23), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Op 23 november 2023 kregen wij de opdracht om te gaan naar de firma [bedrijf 2] . Hier stond melder [benadeelde 1] (
het hof begrijpt telkens: [benadeelde 1]). Wij werden aangesproken door [benadeelde 1] en de manager van [bedrijf 2] . Wij hoorden dat [benadeelde 1] zei dat zijn aanhangwagen gestolen was en dat hij op zijn camerabeelden had gezien dat dit met een busje van [bedrijf 2] gebeurd zou zijn. Wij hoorden dat de manager zei dat dit busje vandaag teruggebracht zou worden door de huurder.
Wij hoorden dat de manager zei dat het busje voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 2] uitgerust was met een GPS-systeem. Wij hoorden dat hij zei dat hij de reisbewegingen allemaal kon bekijken. Dit deed hij vervolgens. Wij hoorden dat de manager zei dat de voorgenoemde bus op de locaties van de gestolen caravan en aanhangwagen was geweest. Wij zagen dat ook de tijdstippen overeenkwamen met de tijdstippen van de diefstallen. Wij zagen dat het GPS-signaal van de bus uitstraalde en gestopt was bij het [tankstation] tankstation op de [locatie 4] enkele minuten na de diefstal van de aanhangwagen.
3.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 november 2023 met bijlage (pg. 68-75), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
Na vordering van de gps-gegevens van de tracker ingebouwd in de Volkswagen Caddy,
kenteken [kenteken 2] , bekeek ik, deze in een PDF-bestand opgeslagen gegevens.
De van belang zijnde gegevens zijn uit het PDF-bestand gekopieerd en geplakt en in de
bijlage gevoegd bij dit proces-verbaal.
- Op 22-11-2023 te 14.07 uur, wordt het voertuig uitgepeild bij de [locatie 3] Schinveld alwaar rond dat tijdstip de aanhanger (
het hof begrijpt: werd weggenomen).
- Op 22-11-2023 te 14.16 uur, wordt het voertuig uitgepeild bij het [tankstation] tankstation aan de [locatie 4] te Sittard .
4.
Een geschrift met als onderwerp ‘Vordering verstrekking beelden van beveiligingscamera's’ d.d. 27 november 2023 opgemaakt door [verbalisant 5] , (pg. 85 en 86):
Aan: Roc Bv [tankstation] [locatie 4]
Betreft: Vordering verstrekking beelden van beveiligingscamera's ex artikel 126nda Wetboek van Strafvordering
Ik verklaar het volgende:
Het is in het belang van het onderzoek dat (…), de volgende camerabeelden worden gevorderd:
camerabeelden van woensdag 22 november 2023 van 14.10 uur tot 14.30 uur.
5.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 november 2023 (pg. 32-33), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 6] :
In verband met de diefstal van een aanhangwagen te Schinveld , gepleegd op 22 november 2023, zijn camerabeelden, afkomstig van het [tankstation] gelegen aan de [locatie 4] , na vordering, beschikbaar gekomen.
Ik heb deze camerabeelden bekeken en ik zie twee personen uitstappen uit een Volkswagen Caddy met daarachter een aanhangwagen gekoppeld. Ik herken de persoon met het lange haar aan de achterzijde van zijn hoofd voor de volle 100% als zijnde de mij ambtshalve bekende [verdachte] . Hij heeft een kort kapsel boven op zijn hoofd en heeft aan de achterzijde langer haar gedragen in een zogenaamd "matje". Ik heb [verdachte] afgelopen zaterdag 25 november 2023 nog gezien op de woonwagen locatie aan de [locatie 2] te Schinnen . Ik heb toen duidelijk de getatoeëerde ‘druppels’ onder zijn linkeroog gezien.
Zaak met parketnummer 03-274142-24
In de hiernavolgende bewijsmiddelen wordt - tenzij anders vermeld - verwezen naar het proces-verbaal van politie, Eenheid Limburg, Registratienummer PL2300-2024117150, in de wettelijke vorm opgemaakt door verbalisant [verbalisant 7] , bestaande uit in wettige vorm opgemaakte processen-verbaal en andere geschriften, gesloten op 1 augustus 2024, doorgenummerde dossierpagina's 1-86.
6.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 20 juli 2024 (pg. 6-9), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde 2] :
Achternaam: [benadeelde 2]
Voornamen: [benadeelde 2]
Ik doe aangifte van diefstal van mijn vrachtwagen, een groene Mercedes-Benz met het
Nederlandse kenteken [kenteken 3] .
Op 19 juli 2024, omstreeks 16.00 uur heb ik mijn vrachtwagen afgesloten en onbeschadigd achtergelaten op de vrachtwagenparkeerplaats op de [locatie 5] te Beek . Toen ik op 20 juli 2024, omstreeks 13.25 uur weer terugkwam bij de vrachtwagen zag ik dat deze was weggenomen.
Omdat ik een Samsung Smart Tag 2 had ingebouwd in mijn vrachtwagen kon ik zien dat de vrachtwagen van locatie was verplaatst. Ik zag nu via de app van Samsung Smart tag dat mijn vrachtwagen vanaf 20 juli 2024 om 07.00 uur uitstraalde op [adres 4] . Hierop heb ik de politie gebeld en deze troffen mijn vrachtwagen aan op [adres 4] .
7.
Het proces-verbaal aantreffen gesignaleerd motorvoertuig d.d. 20 juli 2024 (pg. 42-44), voor zover inhoudende als relaas verbalisant [verbalisant 8] :
Op 20 juli 2024 om 16:00 uur, zag ik op de voor het openbaar verkeer
openstaande weg, [adres 4] , binnen de gemeente Beekdaelen het volgende motorvoertuig staan:
Goednummer: PL2300-2024117150-1723715
Voertuig: Bedrijfsauto (Vrachtauto)
Merk/type: Bedrijfsauto (Vrachtauto)
Kenteken: [kenteken 3]
Datum diefstal: 19 juli 2024
Plaats diefstal: [adres 5]
8.
Het proces-verbaal forensisch onderzoek voertuig (Mercedes-Benz [kenteken 3] ) d.d. 21 juli 2024 (pg. 63-67), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 10] :
Wij zagen dat het een vrachtwagen van het merk Mercedes type Benz L 608 D, betrof. De vrachtwagen was voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 3] . De vrachtwagen stond geparkeerd op een open plek tussen twee woonwagens in. Aan de bijrijderskant zagen wij dat een klein zijraampje open stond. Wij zagen dat de vergrendeling van dit raam afgebroken was. In het rubber van het grote zijraam zagen wij indruksporen van een breekwerktuig. Vermoedelijk heeft men dit raam opengebroken en middels handreiking de bijrijdersdeur kunnen openen. (…). Wij zagen dat de bestuurdersstoel naar voren was geschoven. Onder de bestuurdersstoel bevinden zich twee accu's. Wij zagen dat er een kabel van een accu los was geschroefd . Door ons werd de losgeschroefde kabel bemonsterd op de aanwezigheid van epitheel. Verder zagen wij dat het contactslot uit het dashboard was getrokken. Door ons werd het omhulsel van het contactslot bemonsterd op de aanwezigheid van epitheel. Het stuur werd door ons bemonsterd op de aanwezigheid van epitheel. Op de vloer aan de bestuurderszijde zagen wij een aantal schroevendraaiers liggen. Door de eigenaar van het voertuig werden twee schroevendraaiers aangewezen die niet van hem waren. Deze schroevendraaiers werden door ons veiliggesteld voor verder onderzoek. Te weten een rode schroevendraaier en een gele schroevendraaier.
Biologische sporen:
Spoornummer: PL2300-2024117150-96432
Sin: AARP5114NL
Plaats veiligstellen: Kabel accu
Spoornummer: PL2300-2024117150-96434
SIN: AARP5116NL
Plaats veiligstellen: Stuur
Spoornummer: PL2300-2024117150-96435
SIN: AARP5115NL
Plaats veiligstellen: Kapje contactslot
Sporendragers:
Goednummer: PL2300-2024117150-1723814
SIN: AARH2978NL
Object: Schroevendraaier (rood)
Goednummer: PL2300-2024117150-1723815
SIN: AARH2979NL
Object: Schroevendraaier (geel)
9.
Het rapport van Eurofins TMFI d.d. 26 juli 2024, nummer TMFI2024.3346, opgemaakt door de beëdigd deskundige dr. P.J. Herbergs, NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige (pg. 49-52), voor zover inhoudende als relaas van rapporteur:
Tabel 4 - Resultaat van het (vergelijkend) DNA-onderzoek
Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van DNA
Kabel accu
AARP5114NL
Enkelvoudig DNA-profiel van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard.
[verdachte]
Kapje contactslot
AARP5115NL
DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.
Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard.
De additionele DNA-kenmerken van de minder prominentaanwezige donoren zijn niet geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek.
[verdachte]
(DNA-hoofdprofiel)
Stuur
AARP5116NL
DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.
Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard.
De additionele DNA-kenmerken van de minder prominentaanwezige donoren zijn niet geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek.
[verdachte]
(DNA-hoofdprofiel)
Gehele handvat van
de schroevendraaier
(met SIN
AARH2979NL)
AARX1328NL
DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.
Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard.
De additionele DNA-kenmerken van de minder prominentaanwezige donoren zijn niet geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek.
[verdachte]
(DNA-hoofdprofiel)
Een DNA-hoofdprofiel is een op basis van de piekhoogte duidelijk te bepalen DNA-profiel in een DNA-mengprofiel. De donor gekoppeld aan het DNA-hoofdprofiel heeft een duidelijk grotere hoeveelheid DNA bijgedragen aan het DNA-mengprofiel ten opzichte van de overige donoren.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde bij gebrek aan bewijs. Daartoe is - op gronden zoals verwoord in de pleitnota – aangevoerd dat in de zaak met parketnummer 03-011520-24 er geen aanwijzingen zijn dat de verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de diefstal van de aanhanger en dat er gebreken kleven aan de herkenning van de verdachte op de beelden. In de zaak met parketnummer 03-274142-24 is de omstandigheid dat het DNA van de verdachte op de vrachtwagen is aangetroffen, onvoldoende om daaruit de diefstal van deze vrachtwagen af te leiden. De verdachte heeft verklaard dat hem is gevraagd de vrachtauto na te kijken en dat daardoor zijn DNA in het voertuig is aangetroffen.
In de zaak met parketnummer 03-011520-24 feit 2Naar het oordeel van het hof vindt het door de verdediging gevoerde verweer ten aanzien van de diefstal van de aanhanger zijn weerlegging in de inhoud van de door het hof gebezigde bewijsmiddelen. Op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen stelt het hof vast dat op 22 november 2023 te Schinveld een aanhanger uit een afgesloten weiland is weggenomen. Bij het weiland was een beveiligingscamera aanwezig. Aangever zag op de beelden dat bij de diefstal gebruik is gemaakt van een witte Volkswagen Caddy, waaruit 2 mannen stapten, waarvan één met langer haar en een soort van “matje” in zijn nek. Uit trackgegevens volgt dat deze gehuurde Caddy korte tijd na de diefstal (circa tien minuten later) met de aanhanger is gesignaleerd bij het [tankstation] tankstation aan de [locatie 4] te Sittard. Op de door de [tankstation] beschikbaar gestelde camerabeelden is de verdachte als een van de inzittenden van de witte Caddy door verbalisant [verbalisant 6] herkend, onder meer aan zijn aan de achterzijde langere haar gedragen in een zogenaamd "matje". Gezien het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van [verbalisant 6] , zijn gedetailleerde omschrijving van de verdachte en zijn aan de herkenning voorafgaande recente contacten met de verdachte heeft het hof geen enkele aanleiding om aan de betrouwbaarheid van die herkenning te twijfelen.
In de zaak met parketnummer 03-274142-24Uit de bewijsmiddelen volgt dat in de nacht van 19 op 20 juli 2024 te Beek de vrachtwagen van aangeefster [benadeelde 2] is gestolen. Middels een ingebouwde smarttag is de vrachtwagen teruggevonden op de openbare weg, [locatie 2] te Schinnen . Na onderzoek is op een van de aangetroffen schroevendraaiers, een losgeschroefde accukabel, het kapje van het bij de diefstal uitgetrokken contactslot en op het stuur DNA van de verdachte aangetroffen.
Mede gelet op de verklaring van de verdachte – inhoudende dat hij in de vrachtwagen is geweest – concludeert het hof dat de aangetroffen DNA-sporen van de verdachte afkomstig zijn. Het hof is, gelet op de aard van de sporen (epitheel) alsmede de locaties van de sporen, van oordeel dat de aangetroffen DNA-sporen van de verdachte moeten worden beschouwd als dadersporen gericht op de diefstal van de vrachtwagen, en geen sporen die wijzen op “het nakijken van de vrachtwagen” zoals de verdachte heeft betoogd.
Het hof stelt vast dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte degene is die zich aan het onder parketnummer 03-274142-24 primair tenlastegelegde feit heeft schuldig gemaakt.
Het hof verwerpt het verweer van de verdediging in al zijn onderdelen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 03-011520-24 onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.
Het in de zaak met parketnummer 03-274142-24 primair bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
De verdediging heeft het hof verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen en te volstaan met een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, omdat sprake is van een positieve ontwikkeling in het leven van de verdachte en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het traject van de verdachte zal doorkruisen.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Meer in het bijzonder overweegt het hof het navolgende.
De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal van een aanhanger door het slot van het terrein waarop de aanhanger stond te vernielen. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een vrachtauto.
De verdachte heeft op een brutale manier het eigendomsrecht van de eigenaren geschonden en aan de slachtoffers financiële schade toegebracht. Bij de bepaling van de straf is rekening gehouden met de mate waarin feiten als het bewezenverklaarde in het algemeen schade teweegbrengen aan de eigenaar van het weggenomen goed dan wel diens verzekeraar, alsmede de mate van overlast en ergernis die door een dergelijk delict wordt veroorzaakt aan de gedupeerde. De verdachte heeft zich om dit alles kennelijk niet bekommerd en alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Uit het handelen van de verdachte spreekt bovendien minachting voor andermans eigendommen. Het hof weegt in het nadeel van de verdachte mee dat sprake is van een diefstal van een vrachtwagen, die in het algemeen een aanzienlijke waarde vertegenwoordigt.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 27 oktober 2025 waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken en heeft het hof zich rekenschap gegeven van het reclasseringsadvies d.d. 30 juni 2025 en het voortgangsverslag toezicht van het leger des heils d.d. 6 januari 2026, waaruit volgt dat het contact tussen verdachte en zijn toezichthouder goed is en hij afspraken met de reclassering nakomt.
Het hof heeft wat betreft de op te leggen strafsoort en hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als richtlijn voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van diefstal van vervoermiddelen. Genoemde oriëntatiepunten geven als indicatie voor diefstal van een vrachtwagen als oriëntatiepunt 3 maanden gevangenisstraf en in geval van recidive een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de diefstal van de aanhanger.
Naar het oordeel van het hof kan reeds daarom niet worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal gevorderd omdat deze strafmodaliteit onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit. Het hof is van oordeel dat, in verband met de ernst van het feit, niet met een andere of lichtere sanctie dan een die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt, kan worden volstaan.
Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 3.072,94, bestaande uit materiële schade. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep geheel toegewezen.
De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd.
De raadsvrouw heeft zich overeenkomstig haar pleitnota op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden gematigd, nu niet alle posten voldoende verband houden met het feit. De kostenposten betreffende de inboedel, de verbogen kentekenplaat, de raamhendel, nieuwe accu’s en bumperbeschadiging komen niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet is gebleken noch onderbouwd dat deze posten ten gevolge van de diefstal zijn ontstaan en dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard, aldus de verdediging.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 2] als gevolg van verdachtes onder parketnummer 03-274142-24 primair bewezenverklaarde handelen rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 3.072,94. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Het hof acht het aannemelijk dat de door de benadeelde partij gevorderde schadeposten met betrekking tot de schade aan de vrachtauto in rechtstreeks verband staan met het bewezenverklaarde en acht de hoogte van de gevorderde posten niet bovenmatig of onredelijk. Deze gevorderde kostenposten met een totaalbedrag van
€ 3.072,94 zal derhalve worden toegewezen.
Ten aanzien van het toegewezen bedrag ter vergoeding van de materiële schade zal de wettelijke rente worden toegewezen met ingang van 20 juli 2024.
Het hof zal de verdachte tevens veroordelen in de proceskosten aan de zijde van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde 2] is toegebracht tot een bedrag van € 3.072,94. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.