ECLI:NL:GHSHE:2026:323

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
24/840 en 24/841
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.1 Wet IB 2001Art. 2.17 lid 3 Wet IB 2001
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2015 met compromis over winstuitdeling

De inspecteur van de Belastingdienst legde aan twee belanghebbenden, beiden woonachtig in de Verenigde Staten, navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2015 op, inclusief belastingrente. Belanghebbenden maakten bezwaar, dat werd afgewezen, waarna zij beroep instelden bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslagen en rentebeschikkingen en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

De inspecteur stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Tijdens de zitting bereikten partijen een compromis: zij erkenden dat in 2015 een winstuitdeling van € 100.000 aan belanghebbende 2 had plaatsgevonden via aankoop van een woning, en dat belanghebbenden ieder een inkomen uit aanmerkelijk belang van € 50.000 genoten. Partijen spraken af dat zij hun eigen kosten dragen en dat de beslissing van de rechtbank over griffierecht en proceskosten in stand blijft, maar dat de overige beslissingen worden vernietigd.

Het hof sloot zich aan bij dit compromis, verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank behalve de beslissingen over griffierecht en proceskosten, vernietigde de uitspraken op bezwaar en verminderde de navorderingsaanslagen en rentebeschikkingen dienovereenkomstig. De uitspraak werd op 11 februari 2026 in het openbaar gedaan.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank behalve over griffierecht en proceskosten, en vermindert de navorderingsaanslagen en rentebeschikkingen voor belanghebbenden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummers: 24/840 en 24/841
Uitspraak op het hoger beroep van
de inspecteur van de Belastingdienst,
hierna: de inspecteur,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 6 mei 2024, nummers BRE 22/4980 en BRE 22/4982, in het geding tussen de inspecteur en
[belanghebbende 1](hierna: belanghebbende 1), en
[belanghebbende 2](hierna: belanghebbende 2),
beiden wonend in de Verenigde Staten,
hierna: belanghebbenden.

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.
De inspecteur heeft aan ieder van belanghebbenden een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) 2015 opgelegd. Tevens is bij beschikking belastingrente aan ieder van belanghebbenden in rekening gebracht.
1.2.
Belanghebbenden hebben bezwaar gemaakt tegen de navorderingsaanslagen. De inspecteur heeft uitspraken op bezwaar gedaan en de bezwaren afgewezen.
1.3.
Belanghebbenden hebben tegen deze uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft de beroepen gegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en rentebeschikkingen vernietigd.
1.4.
De inspecteur heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. Belanghebbenden hebben een verweerschrift ingediend.
1.5.
Belanghebbenden hebben vóór de zitting een nader stuk ingediend. Dit stuk is doorgestuurd naar de inspecteur.
1.6.
De zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2026 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] , als gemachtigden van belanghebbenden,
en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] .
1.7.
Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2.Feiten

2.1.
De navorderingsaanslag aan belanghebbende 1 is, voor zover in hoger beroep relevant, opgelegd naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 77.122. Tevens is bij beschikking € 2.956 belastingrente in rekening gebracht.
2.2.
De navorderingsaanslag aan belanghebbende 2 is, voor zover in hoger beroep relevant, opgelegd naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 1.059.498. Tevens is bij beschikking € 2.939 belastingrente in rekening gebracht.
2.3.
Nadat de inspecteur de bezwaren tegen de navorderingsaanslagen en rentebeschikkingen ongegrond had verklaard, hebben belanghebbenden beroep ingesteld.
2.4.
De rechtbank heeft de beroepen gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd en de navorderingsaanslagen en de rentebeschikkingen vernietigd. Daarnaast heeft de rechtbank bepaald dat de inspecteur het griffierecht ter hoogte van € 50 aan ieder van belanghebbenden moet vergoeden. Ook heeft de rechtbank de inspecteur veroordeeld tot betaling van € 875 aan proceskosten aan ieder van belanghebbenden.

3.Schikking ter zitting

3.1.
Partijen hebben ter zitting van het hof bij wijze van compromis overeenstemming bereikt over wat hen verdeeld heeft gehouden. Partijen hebben ter zitting de gezamenlijke standpunten ingenomen dat:
  • [bedrijf] B.V. in 2015 een winstuitdeling van € 100.000 heeft gedaan aan belanghebbende 2 door aankoop van de woning aan de [adres] te [plaats] voor een bedrag van € 513.000;
  • belanghebbenden als gevolg van deze winstuitdeling, op grond van artikel 2.17, lid 3, van de Wet inkomstenbelasting 2001, in 2015 ieder een inkomen uit aanmerkelijk belang hebben genoten van € 50.000;
  • partijen hun eigen kosten dragen in hoger beroep; en
  • de beslissing van de rechtbank in stand kan blijven voor wat betreft de beslissingen over het griffierecht en de proceskosten en voor het overige moet worden vernietigd.
3.2.
Het hof sluit zich aan bij deze gezamenlijke standpunten van partijen.
Slotsom
3.3.
Het hoger beroep is gegrond.

4.Beslissing

Het hof:
  • verklaart het hoger beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak van de rechtbank, met uitzondering van de beslissingen over het griffierecht en de proceskosten;
  • vernietigt de uitspraken op bezwaar;
In de zaak 24/840:
  • vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2015 van belanghebbende 1 tot een waarbij het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang wordt vastgesteld op € 58.812;
  • vermindert de rentebeschikking dienovereenkomstig;
In de zaak 24/841:
  • vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2015 van belanghebbende 2 tot een waarbij het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang wordt vastgesteld op € 1.041.188;
  • vermindert de rentebeschikking dienovereenkomstig.
De uitspraak is gedaan door P.C. van den Brink, voorzitter, A. van Dongen en T.A. de Hek, in tegenwoordigheid van E.J. Nederveen, als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
Deze uitspraak is in het digitale dossier geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, wordt een
afschrift verzonden per aangetekende post.
De griffier, De voorzitter,
E.J. Nederveen P.C. van den Brink
Het aanwenden van een rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raadwww.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
(Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
de naam en het adres van de indiener;
de dagtekening;
een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
e gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten