ECLI:NL:GHSHE:2026:299

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
20-001122-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 55 SrArt. 57 SrArt. 62 SrArt. 63 SrArt. 416 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep: Vernietiging vonnis en nieuwe strafoplegging voor diverse verkeersovertredingen en wapenbezit

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 21 januari 2026 het vonnis van de politierechter in Maastricht vernietigd en in hoger beroep een nieuwe strafoplegging gedaan. De verdachte werd onder meer veroordeeld voor opzetheling van een gestolen auto, gevaarlijk rijgedrag tijdens een politieachtervolging, rijden met valse kentekenplaten, rijden onder invloed van cocaïne en alcohol, rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en het dragen van een mes.

Het hof achtte de bewezenverklaring wettig en overtuigend en legde een gevangenisstraf van vier maanden op met aftrek van voorarrest, een hechtenis van één dag voor het wapenfeit en een rijontzegging van acht maanden. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van zes maanden vanwege het plegen van nieuwe strafbare feiten tijdens de proeftijd.

De strafoplegging hield rekening met het ernstige karakter van de feiten, het justitiële verleden van de verdachte, waaronder eerdere veroordelingen voor rijden onder invloed en wapens, en de persoonlijke omstandigheden zoals de ziekte van Huntington. Het hof verwierp het verzoek tot een lichtere of voorwaardelijke straf en benadrukte de noodzaak van normhandhaving en bescherming van de verkeersveiligheid.

De verdachte deed afstand van inbeslaggenomen goederen, waardoor het hof hierover geen beslissing nam. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de raadsheren en griffier tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf, 1 dag hechtenis en 8 maanden rijontzegging, met gelaste tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001122-25
Uitspraak : 21 januari 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 17 april 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 03-383863-24 en 03-406207-24, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 20-002959-21, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
thans uit anderen hoofde verblijvende in [P.I.]
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard, die gekwalificeerd als:
  • ‘opzetheling’ (feit 1 onder parketnummer 03-383863-24);
  • ‘overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 2 onder parketnummer 03-383863-24);
  • ‘overtreding van artikel 41, eerste lid, ahf/ond d van de Wegenverkeerswet 1994, overtreding van artikel 41, tweede lid, ahf/ond a van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 3 onder parketnummer 03-383863-24);
  • ‘overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 1 onder parketnummer 03-406207-24);
  • ‘overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 2 onder parketnummer 03-406207-24);
  • ‘overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 3 onder parketnummer 03-406207-24);
  • ‘handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’ (feit 4 onder parketnummer 03-406207-24),
de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast is aan de verdachte ten aanzien van de onder parketnummer 03-383863-24 onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten, alsmede de onder parketnummer 03-406207-24 onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten een ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd voor de duur van 8 maanden. Tot slot heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer 20-002959-21, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsvrouw van de verdachte heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van het hof en heeft een straftoemetingsverweer gevoerd. Met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging heeft de raadsvrouw primair verzocht deze af te wijzen. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de proeftijd te verlengen.
Vonnis waarvan beroep
Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
in de zaak met parketnummer 03-383863-24:
1.
hij op of omstreeks 20 februari 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, een personenauto van het merk Fiat, type Abarth 500, althans een goed, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2.
hij op of omstreeks 20 februari 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg A76, terwijl hij op die weg werd achtervolgd door politieambtenaren, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, immers heeft verdachte
  • het stopteken (via het stoptransparant en/of optische en geluidsignalen van het politiedienstvoertuig) genegeerd,
  • meermalen, althans eenmaal, gereden met een snelheid van ongeveer 175 kilometer per uur, althans met een aanzienlijk hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur,
  • over de vluchtstrook gereden en (daarbij) een of meerdere voertuigen rechts ingehaald,
  • middels een scherpe stuurbeweging een groenstrook ingereden,
  • een dienstvoertuig van politie aangereden,
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was,
subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 februari 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg A76, terwijl hij op die weg werd achtervolgd door politieambtenaren, op zodanige wijze heeft gereden dat hij
  • het stopteken (via het stoptransparant en/of optische en geluidsignalen van het politiedienstvoertuig) heeft genegeerd,
  • meermalen, althans eenmaal, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 175 kilometer per uur, althans met een aanzienlijk hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur,
  • over de vluchtstrook heeft gereden en (daarbij) een of meerdere voertuigen rechts heeft ingehaald,
  • middels een scherpe stuurbeweging een groenstrook is ingereden,
  • een dienstvoertuig van politie heeft aangereden,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
3.
hij op of omstreeks 20 februari 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, op de weg A76 als eigenaar of houder of bestuurder een motorrijtuig, personenauto, heeft laten staan of daarmee over die weg heeft gereden, terwijl hij wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat op dat motorrijtuig (een) teken(s), te weten (een) kentekenpla(a)ten met kenteken [kenteken] , was/waren aangebracht dat/die, niet zijnde het/een ingevolge artikel 36 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken, door kon(den) gaan voor een zodanig kenteken, of dat/die teken(s) te doen doorgaan voor een overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften opgegeven buitenlands kenteken, of voor een met toepassing van artikel 37, derde lid, opgegeven (handelaars)kenteken;
in de zaak met parketnummer 03-406207-24 (gevoegd ter terechtzitting in eerste aanleg):
1.
hij op of omstreeks 16 mei 2024 te Heerlen een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van (een) in artikel 2 van Pro het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof(fen) als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cocaïne, en/of alcohol, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro de genoemde wet het gehalte in zijn bloed (of adem) bij iedere aangewezen stof en/of alcohol 66 microgram cocaïne per liter bloed en/of 0,24 milligram ethanol per milliliter bloed bedroeg, in elk geval (telkens) een hoger gehalte dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit bij die aangewezen stof en/of alcohol afzonderlijk vermelde grenswaarde;
2.
hij op of omstreeks 16 mei 2024 te Heerlen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Albert Cuypstraat, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
3.
hij op of omstreeks 16 mei 2024 te Heerlen als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Albert Cuypstraat, een motorrijtuig (personenauto) van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;
4.
hij op of omstreeks 16 mei 2024 te Heerlen een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een mes, zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen, heeft gedragen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-383863-24 onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde feiten en in de zaak met parketnummer 03-406207-24 onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat:
in de zaak met parketnummer 03-383863-24:
1.
hij op 20 februari 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, een personenauto van het merk Fiat, type Abarth 500, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2.
hij op 20 februari 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg A76, terwijl hij op die weg werd achtervolgd door politieambtenaren, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, immers heeft verdachte
  • het stopteken (via het stoptransparant van het politiedienstvoertuig) genegeerd,
  • gereden met een aanzienlijk hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur,
  • over de vluchtstrook gereden en daarbij een of meerdere voertuigen rechts ingehaald,
  • middels een scherpe stuurbeweging een groenstrook ingereden,
  • een dienstvoertuig van politie aangereden,
door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
3.
hij op 20 februari 2024 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen, over de weg A76 als bestuurder met een motorrijtuig, personenauto, over die weg heeft gereden, terwijl hij redelijkerwijs kon vermoeden dat op dat motorrijtuig tekens, te weten kentekenplaten met kenteken [kenteken] waren aangebracht die, niet zijnde het ingevolge artikel 36 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken, door konden gaan voor een zodanig kenteken;
in de zaak met parketnummer 03-406207-24 (gevoegd ter terechtzitting in eerste aanleg):1.
hij op 16 mei 2024 te Heerlen een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd na gebruik van een in artikel 2 van Pro het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cocaïne, en alcohol, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro de genoemde wet het gehalte in zijn bloed 66 microgram cocaïne per liter bloed en 0,24 milligram ethanol per milliliter bloed bedroeg;
2.
hij op 16 mei 2024 te Heerlen, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Albert Cuypstraat, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
3.
hij op 16 mei 2024 te Heerlen als degene van wie een op zijn naam gesteld rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven op de weg, de Albert Cuypstraat, een motorrijtuig (personenauto) van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd;
4.
hij op 16 mei 2024 te Heerlen een wapen van categorie IV, onder 7, van de Wet wapens en munitie, te weten een mes, zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen, heeft gedragen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 03-383863-24 onder feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

opzetheling.

Het in de zaak met parketnummer 03-383863-24 onder feit 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.

Het in de zaak met parketnummer 03-383863-24 onder feit 3 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
overtreding van artikel 41, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met parketnummer 03-406207-24 onder feit 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het in de zaak met parketnummer 03-406207-24 onder feit 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het in de zaak met parketnummer 03-406207-24 onder feit 3 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het in de zaak met parketnummer 03-406207-24 onder feit 4 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich op 20 februari 2024 te Geleen schuldig heeft gemaakt aan een reeks strafbare feiten. De verdachte heeft een personenauto voorhanden gehad, terwijl hij wist dat deze van diefstal afkomstig was. Bovendien was de personenauto voorzien van valse kentekenplaten terwijl hij daarmee over de openbare weg reed. Voorts heeft de verdachte zich – in een poging om te ontkomen aan de politie – schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994. De verdachte heeft onder andere met veel hogere snelheid dan toegestaan gereden, een stopteken van de politie genegeerd en over de vluchtstrook gereden, daarbij meermalen andere voertuigen rechts inhalend.
Door aldus te handelen heeft de verdachte zich in volstrekt onvoldoende mate rekenschap gegeven van de geldende (gedrags-)normen in het verkeer en van zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer. De verdachte heeft met zijn gevaarzettende rijgedrag niet alleen zijn eigen veiligheid, maar ook de veiligheid van de overige verkeersdeelnemers in gevaar gebracht.
Voorts is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat hij enige maanden later op 16 mei 2024 te Heerlen heeft gereden onder invloed van alcohol en cocaïne, terwijl de verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en zijn rijbewijs tevens ingevorderd was. Voorts droeg de verdachte op dat moment een mes binnen handbereik bij zich in de auto. Ook dit handelen van de verdachte getuigt naar het oordeel van het hof van een ernstig gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef voor het leven en de gezondheid van andere verkeersdeelnemers.
Het hof rekent het de verdachte ernstig aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 3 november 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, de verdachte eerder is veroordeeld voor het rijden onder invloed van verdovende middelen, alsmede voor overtreding van de Wet wapens en munitie. Daarnaast zijn de onderhavige feiten gepleegd gedurende de proeftijd van een eerdere veroordeling tot een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf. Die voorwaardelijke straf en eerdere veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte in dit verband in het bijzonder naar voren gebracht dat hij lijdt aan de ziekte van Huntington, een erfelijke progressieve ziekte die tot gevolg heeft dat zijn gezondheid steeds verder achteruit gaat.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de reclasseringsrapportages d.d. 8 april 2025 en 6 januari 2026. Uit laatstgenoemd rapport komt naar voren dat het reclasseringstoezicht – dat de verdachte in het kader van een andere strafzaak eind 2024 werd opgelegd – alsook de uitvoering van de aan die veroordeling gekoppelde overige bijzondere voorwaarden tot aan de huidige detentie van de verdachte niet goed verliepen, ondanks de outreachende, extra inzit door de reclassering. De reclassering lijkt niet meer te kunnen inzetten dan toen voor de verdachte werd gedaan.
Het hof is van oordeel dat, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten – met name het gevaarzettende karakter van het onder parketnummer 03-383863-24 onder feit 2 bewezenverklaarde –, het justitiële verleden van de verdachte en in verband met een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die de onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het hof zal echter wel een lagere straf opleggen dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd, nu het hof van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van de bewezenverklaarde feiten voldoende tot uitdrukking brengt.
Alles afwegende acht het hof ter zake van alle bewezenverklaarde feiten die te gelden hebben als een misdrijf en met uitzondering van – kort gezegd – het dragen van een mes, hetgeen een overtreding betreft, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Het hof ziet onvoldoende grond om aan de verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zoals door de raadsvrouw is verzocht.
Ten aanzien van het onder parketnummer 03-406207-24 feit 4 bewezenverklaarde is het hof van oordeel dat een hechtenis voor de duur van één dag passend en geboden is. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ligt het opleggen van een geldboete of een taakstraf in dezen niet voor de hand.
Voorts zal het hof, evenals de politierechter, mede ter bescherming van de verkeersveiligheid, de verdachte ter zake van het onder parketnummer 03-383863-24 onder feit 2 en 3 bewezenverklaarde en het onder parketnummer 03-406207-24 onder de feiten 1, 2 en 3 bewezenverklaarde, de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen ontzeggen voor de duur van acht maanden.
Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de eendaadse samenloop van de bewezenverklaarde feiten 2 en 3 onder parketnummer 03-406207-24.
Vordering tot tenuitvoerlegging
De officier van justitie bij het arrondissement Limburg heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 10 januari 2023 onder parketnummer 20-002959-21 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van zes maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Het hof is ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van oordeel dat, nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan strafbare feiten schuldig heeft gemaakt, de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf – ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte – dient te worden gelast.
Beslag
Bij gelegenheid van het vooronderzoek in de zaak met parketnummer 03-383863-24 zijn onder de verdachte een personenauto van het merk Fiat, twee kentekenplaten en een (auto)sleutel in beslag genomen.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte uitdrukkelijk afstand gedaan van deze inbeslaggenomen voorwerpen. Gelet daarop zal het hof geen beslissing meer nemen ten aanzien van deze voorwerpen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 55, 57, 62, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 27 en 54 van de Wet wapens en munitie en de artikelen 5a, 8, 9, 41, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-383863-24 onder feit 1, feit 2 primair en feit 3 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 03-406207-24 onder de feiten 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het in de zaak met parketnummer 03-383863-24 onder de feiten 1, 2 en 3 bewezenverklaarde en het in de zaak met parketnummer 03-406207-24 onder de feiten 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte ter zake van de bewezenverklaarde feiten 1, 2 en 3 onder parketnummer 03-383863-24 en de bewezenverklaarde feiten 1, 2 en 3 onder parketnummer 03-406207-24 tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
veroordeelt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde feit 4 onder parketnummer
03-406207-24 tot een
hechtenisvoor de duur van
1 (één) dag;
ontzegt de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-383863-24 onder de feiten 2 en 3 bewezenverklaarde en het in de zaak met parketnummer 03-406207-24 onder de feiten 1, 2, 3 bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
8 (acht) maanden;
gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 10 januari 2023, gewezen onder parketnummer
20-002959-21, te weten een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Aldus gewezen door:
mr. G.J. Hanssen, voorzitter,
mr. T. van de Woestijne en mr. C.C.H.T. Coert, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. van Kaathoven, griffier,
en op 21 januari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.