Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:1624

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
20-002563-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a Wegenverkeerswet 1994Art. 179 Wegenverkeerswet 1994Art. 63 Wetboek van StrafrechtArt. 359 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens opzettelijke ernstige verkeersovertredingen met gevaar voor anderen

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk ernstig schenden van verkeersregels, waarbij levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen werd veroorzaakt. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter vanwege onvoldoende motivering en verklaarde het primair tenlastegelegde bewezen.

De bewezenverklaring betreft het negeren van een stopteken, rijden over een fietspad, negeren van rood licht, rijden met snelheden tussen 140 en 206 km/u, dicht achter andere voertuigen rijden en rechts inhalen, alles om aan de politie te ontkomen. Dit gedrag bracht onaanvaardbare risico’s met zich mee en het is een wonder dat geen ongeluk plaatsvond.

Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen van de verdachte voor verkeersdelicten en het ontbreken van verantwoordelijkheid voor zijn handelen. Ondanks persoonlijke omstandigheden zoals werk en woonruimte, achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De verdachte werd veroordeeld tot 12 weken gevangenisstraf en een rijontzegging van 12 maanden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 weken gevangenisstraf en 12 maanden rijontzegging wegens opzettelijke ernstige verkeersovertredingen met gevaar voor anderen.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002563-25
Uitspraak : 15 juni 2026
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 4 augustus 2025, in de strafzaak met parketnummer 03-162911-25 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouw opgegeven postadres:
[adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 1 primair) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Tevens heeft de politierechter een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden opgelegd.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken waarvan 6 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast verzoekt de advocaat-generaal het hof om aan de verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden op te leggen.
Door de verdediging is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging tenlastelegging in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 20 december 2024 in Roermond en/of gemeente Venlo, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg(en), N280, A73, Mijnheerkensweg, Wilhelminasingel, Steilrandweg, Sint Wirosingel, Polderweg, Bernhardstraat, Julianastraat, Broekveldweg, Broekweg, Egypte, Vrijenbroekweg en/of Wittendijkweg, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, door
- het stopteken (via het stoptransparant en/of optische en geluidsignalen van het politiedienstvoertuig) te negeren,
- meermalen, althans eenmaal het rood licht uitstralend verkeerslicht te negeren,
- meermalen, althans eenmaal met een snelheid van tussen de 140 kilometer per uur en 206 kilometer per uur, althans met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse te rijden,
- meermalen, althans eenmaal op zeer dichte afstand achter andere voertuigen te rijden,
- rechts in te halen,
- over een fietspad te rijden,

door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;
hij op of omstreeks 20 december 2024 in de gemeente Roermond en/of gemeente Venlo, althans in Nederland als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg(en) N280, A73, Mijnheerkensweg, Wilhelminasingel, Steilrandweg, Sint Wirosingel, Polderweg, Bernhardstraat, Julianastraat, Broekveldweg, Broekweg, Egypte, Vrijenbroekweg en/of Wittendijkweg,
- het stopteken (via het stoptransparant en/of optische en geluidsignalen van het politiedienstvoertuig) heeft genegeerd,
- meermalen, althans eenmaal het rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd,
- meermalen, althans eenmaal met een snelheid van tussen de 140 kilometer per uur en 206 kilometer per uur, althans met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse heeft gereden,
- meermalen, althans eenmaal op zeer dichte afstand achter andere voertuigen heeft gereden,
- rechts heeft ingehaald,
- over een fietspad heeft gereden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 20 december 2024 in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de wegen, N280, A73, Mijnheerkensweg, Wilhelminasingel, Steilrandweg, Sint Wirosingel, Polderweg, Bernhardstraat, Julianastraat, Broekveldweg, Broekweg, Egypte, Vrijenbroekweg en Wittendijkweg, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, door
- het stopteken (via het stoptransparant en optische en geluidsignalen van het politiedienstvoertuig) te negeren,
- meermalen het rood licht uitstralend verkeerslicht te negeren,
- meermalen met een snelheid van tussen de 140 kilometer per uur en 206 kilometer per uur, althans met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse te rijden,
- meermalen op zeer dichte afstand achter andere voertuigen te rijden,
- rechts in te halen,
- over een fietspad te rijden,

door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het primair bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als volgt:
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
De raadsvrouw heeft bepleit om aan de verdachte een forse taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Hiertoe heeft de raadsvrouw in de kern aangevoerd dat de verdachte sinds kort een woning en werk heeft en dat onvoorwaardelijke detentie zou betekenen dat hij dit allemaal verliest.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij op 20 december 2024 meerdere verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden. Zo heeft hij onder meer een stopteken genegeerd, is hij over een fietspad gereden en heeft hij meermalen met een aanzienlijk hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid gereden, dit allemaal om weg te komen van de politie. De verdachte heeft door dit rijgedrag onaanvaardbare risico’s genomen en andere weggebruikers in gevaar gebracht. Het is volgens het hof een wonder dat de verdachte door dit rijgedrag geen verkeersongeluk heeft veroorzaakt. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven zich niets gelegen te laten aan de in Nederland geldende verkeerswetgeving, hetgeen het hof de verdachte kwalijk neemt.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof in strafverzwarende zin acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 9 maart 2026, waaruit volgt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van verkeersdelicten. Deze eerdere veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen.
Voorts heeft het hof kennisgenomen van het e-mailbericht van de verdachte d.d. 1 juni 2026. Daarin heeft de verdachte geschreven dat hij recent woonruimte heeft gekregen en werkzaam is als manager bij een bedrijf in de metaalhandel. Hij is begonnen met een traject bij VGZ voor psychische hulp, is bezig met het herstellen van het contact met zijn dochter en probeert zijn rijbewijs opnieuw te halen. Hij maakt zich zorgen voor terugplaatsing in detentie, omdat dit betekent dat hij alles weer verliest.
Ten slotte heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. De raadsvrouw heeft in dit verband naar voren gebracht dat de verdachte de afgelopen jaren regelmatig in detentie heeft gezeten en daardoor zijn werk en woning is kwijtgeraakt. De verdachte heeft nu wel werk en een huurwoning en heeft een jonge dochter die hij probeert te zien.
Het hof ziet in voornoemde persoonlijke omstandigheden geen aanleiding om te volstaan met een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de raadsvrouw bepleit. Daartoe overweegt het hof dat de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheid dat de verdachte eerder en herhaaldelijk ter zake verkeersdelicten onherroepelijk is veroordeeld, doch telkens daarmee is doorgegaan, nopen tot een zwaardere straf. Het hof houdt er daarnaast in strafverzwarende zin rekening mee dat de verdachte geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en zich onvoldoende rekenschap lijkt te geven van de ernst en de gevolgen daarvan, wat onder meer blijkt uit het feit dat de verdachte niet bij de politieverhoren is verschenen. Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] (p. 8 van het procesdossier) kan immers worden afgeleid dat de verdachte tegen de politie heeft gemeld dat hij was weggereden omdat hij niet aangehouden wilde worden, dat hij zich na de feestdagen in december zelf bij de politie zou melden, maar hij is nimmer verschenen en was na dit contact steeds onbereikbaar en onvindbaar.
Gelet op al het hiervoor overwogene kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof ziet geen aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.
Alles afwegende acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 weken passend en geboden.
Mede ter bescherming van de verkeersveiligheid zal het hof ter zake van het bewezenverklaarde aan de verdachte tevens de bevoegdheid ontzeggen om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) weken;
ontzegt de verdachte ter zake van het primair bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Aldus gewezen door:
mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,
mr. C.A. van Roosmalen en mr W.P.A. Korver, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N. van der Meer, griffier,
en op 15 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.