Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:1495

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
20-001264-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens opzettelijk bezit en handel in softdrugs met deels voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf

In hoger beroep is de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van 7,36 gram hasjiesj en 42,21 gram hennep, alsmede het verkopen en verstrekken van meerdere gebruikershoeveelheden hennep. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en een nieuwe straf opgelegd.

De verdachte kreeg een gevangenisstraf van 31 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en een taakstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis. Het hof hield rekening met de ernst van het feit, het justitiële verleden van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder het starten van een eigen onderneming en het stoppen met drugsgebruik.

Het hof constateerde een lichte overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep, maar vond dit niet aanleiding tot strafvermindering. Daarnaast werd de tenlastelegging verbeterd zonder nadeel voor de verdediging. De in beslag genomen telefoons werden teruggegeven aan de rechthebbenden. Het arrest werd gewezen door mr. S.C. van Duijn, mr. A.C. van Campen en mr. P. van Etteger op 3 juni 2026.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 31 dagen gevangenisstraf waarvan 30 dagen voorwaardelijk en 100 uur taakstraf wegens bezit en handel in softdrugs.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001264-24
Uitspraak : 3 juni 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 29 april 2024 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 02-240486-23 en 02-332104-23, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij het vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het in de zaak met parketnummer
02-240486-23 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod’ en het in de gevoegde zaak met parketnummer 02-332104-23 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem ter zake van alle bewezenverklaarde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met aanvulling van de gronden waarop dit berust en met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 31 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk met en proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen voorwerpen zal bevelen.
Tot slot heeft de advocaat-generaal het hof verzocht om de tenlastelegging verbeterd te lezen, met dien verstande dat direct na de genoemde 7,36 gram hasjies, maar voor de genoemde 42,21 gram hennep, de zinsnede “van meer dan 30 gram” moet worden geschrapt.
De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis, met aanvulling en verbetering van de gronden waarop het berust en met uitzondering van de opgelegde straf. In zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd. Bijgevolg zal de daarmee samenhangende overweging van de politierechter, dus voor zover die ziet op de opgelegde straf, in zijn geheel worden vervangen op de wijze zoals hierna vermeld. Tevens ziet het hof aanleiding om het bestreden vonnis aan te vullen voor wat betreft de beslissing op de in beslag genomen voorwerpen.
Het hof is, met de advocaat-generaal en de verdediging, van oordeel dat de tenlastelegging verbeterd wordt gelezen, zoals door de advocaat-generaal is voorgesteld. De verdachte is door de in de tenlastelegging aangebrachte verbeteringen niet geschaad in zijn verdediging.
Voorts zal het hof de toepasselijke wettelijke voorschriften waarop de beslissingen van de politierechter zijn gegrond, vervangen door de hierna opgenomen artikelen.
Tot slot zal het hof, indien tegen dit arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, de door het hof noodzakelijk geachte aanvullingen op en verbeteringen van de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen opnemen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Op te leggen straffen
De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep een strafmaatverweer gevoerd en heeft het hof verzocht – gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het tijdsverloop van de strafzaak – een taakstraf, eventueel in combinatie met een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf gelet op het taakstrafverbod, op te leggen.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straffen gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van 7,36 gram hasjiesj en 42,21 gram hennep. Voorts heeft het hof ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het verkopen, afleveren en verstrekken van meerdere gebruikershoeveelheden hennep. Door aldus te handelen houdt de verdachte de illegale handel in softdrugs in stand en veroorzaakt daarmee allerlei maatschappelijk ongewenste effecten, waarmee de openbare orde ernstig kan worden ondermijnd. Daarnaast is wetenschappelijk aangetoond dat het frequent gebruik van softdrugs de volksgezondheid kan schaden, met name waar het psychische aandoeningen betreft. De verdachte heeft zich van dit alles geen rekenschap gegeven en heeft met zijn strafbare handelen de instandhouding van het criminele drugscircuit bevorderd. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 februari 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het overtreden van de Opiumwet. Verder komt uit voornoemd uittreksel naar voren dat het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht toepassing vindt.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte verklaard dat hij een eigen onderneming is gestart, geen drugs meer gebruikt en hard aan zijn toekomst aan het bouwen is.
Alles afwegend acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 31 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, passend en geboden. Met oplegging van deze deels voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Het hof overweegt met betrekking tot het procesverloop in hoger beroep nog het volgende.
In de onderhavige zaak is het hof gebleken dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is immers op 13 mei 2024 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof heden, op 3 juni 2026, arrest wijst. De redelijke termijn in hoger beroep is hierdoor met drie weken overschreden.
Het hof volstaat, gelet op de geringe omvang van de overschrijding, met de enkele constatering daarvan.
Beslag
Het hof zal de teruggave aan de rechthebbende van de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen gelasten, nu het hof geen aanleiding ziet om deze voorwerpen verbeurd te verklaren of te onttrekken aan het verkeer.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof vervangt de door de politierechter aangehaalde artikelen door de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht:
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
31 (eenendertig) dagen;
bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
30 (dertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt:
veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
50 (vijftig) dagen hechtenis;
vult het vonnis waarvan beroep aan, voor wat betreft de beslissing op de in beslag genomen voorwerpen, te weten:
gelast de
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- smartphone (zwart, merk: Apple, goednummer: PL2000-2023267782-2669735);
gelast de
teruggaveaan [betrokkene 1] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- telefoon (rood, merk: Samsung, goednummer: PL2000-2023267782-2669730);
gelast de
teruggaveaan [betrokkene 2] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- telefoon (zwart, merk: LG, goednummer: PL2000-2023267782-2669734);
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. S.C. van Duijn, voorzitter,
mr. A.C. van Campen en mr. P. van Etteger, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. B.J.M. van de Luijtgaarden, griffier,
en op 3 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. S.C. van Duijn en mr. P. van Etteger zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.