Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- ‘medeplegen van oplichting’ (feit 1), en
- ‘het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd’ (feit 2),
hij in of omstreeks de periode van 22 juli 2016 tot en met 18 november 2016 te Oosterhout en/of Breda, althans in Nederland,
hij in of omstreeks de periode van 27 oktober 2016 tot en met 10 november 2016 te Oosterhout en/of Breda, althans in Nederland,
hij in de periode van 22 juli 2016 tot en met 18 november 2016 te Oosterhout en/of Breda, althans in Nederland,
latenverzenden, betreffende de gebruikersvergunning locatie [adres 2] - [adres 3] en de (tijdelijke) sluiting van genoemd pand op last van de brandweer en
latensturen, waardoor [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
hij in de periode van 27 oktober 2016 tot en met 10 november 2016 te Oosterhout en/of Breda, althans in Nederland, van
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 26 juni 2018, (pg. 203-205), met bijlage (pg. 206, zie bewijsmiddel 2), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 1] , namens het slachtoffer de Brandweer [brandweer/veiligheidsregio] :
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5, van het Wetboek van Strafvordering (dossierpagina 206), te weten een brief van Brandweer [brandweer/veiligheidsregio] d.d. 2 september 2016 aan [bedrijf 1] , welke brief aan dit arrest wordt gehecht en waarvan de redengevende inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 12 maart 2018, (pg. 207-209), met bijlagen (dossierpagina’s 210 -255), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 2] , namens het slachtoffer [benadeelde 2] onderdeel [benadeelde 1] :
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 en 21 juni 2018 (dossierpagina’s 274-279) voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5, van het Wetboek van Strafvordering (dossierpagina’s 295-296), te weten een vaststellingsovereenkomst d.d. 16 november 2016 tussen [bedrijf 1] en naamloze vennootschap: [benadeelde 2] , statutair gevestigd te [plaatsnaam] , handelend onder de naam [benadeelde 1] , voor zover – en waar nodig samengevat weergegeven – inhoudende:
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5, van het Wetboek van Strafvordering (dossierpagina 325), te weten een rekeningoverzicht van [naam bank] op name van [bedrijf 1] , voor zover – en waar nodig samengevat weergegeven – inhoudende:
Datum Omschrijving Bedrag
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 29 september 2018 (dossierpagina’s 355-358), voor zover – en waar nodig samengevat weergegeven – inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 9 oktober 2018 (dossierpagina’s 359-361), voor zover – en waar nodig samengevat weergegeven – inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] :
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 6 november 2018 (dossierpagina’s 362-364), voor zover – en waar nodig samengevat weergegeven – inhoudende als verklaring van getuige [getuige 3] :
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 oktober 2018 (dossierpagina’s 369-371), voor zover – en waar nodig samengevat weergegeven – inhoudende als verklaring van getuige [getuige 4] :
Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 11 november 2018 (dossierpagina’s 372-375), voor zover – en waar nodig samengevat weergegeven – inhoudende als verklaring van getuige [getuige 5] :
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 augustus 2023 (los gevoegd), voor zover – en waar nodig samengevat weergegeven – inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5, van het Wetboek van Strafvordering (pagina’s 8 t/m 28 van het dossier betreffende de klaagschriftprocedure met nummer K21/200262), te weten een e-mailbericht d.d. 10 november 2016, met bijlagen voor zover – en waar nodig samengevat weergegeven – inhoudende:
- het overzicht van de contracten tussen [bedrijf 1] en haar afnemers;
- alle afgesloten en getekende contracten die op het overzicht staan opgenomen;
- relevantie informatie/ correspondentie met afnemers.
- het overzicht van de contracten, met in totaal een contractschade tot einde contract voor een bedrag van € 888.041,-;
- het bedrag van de overeengekomen boekingen die reeds gefactureerd waren en gecrediteerd zijn voor een bedrag van € 1.810,- (dit betreft alleen nog [bedrijf 5] );
- de geannuleerde aanvragen ad € 45.201,50 (dit is exclusief [bedrijf 7] ).
- contract van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] met daarin afspraken voor de verhuur van de bedrijfsruimte aan [adres 2] - [adres 3] ;
- contract van [bedrijf 1] en [bedrijf 3] met daarin afspraken voor de verhuur van de bedrijfsruimte aan [adres 2] - [adres 3] ;
- contract van [bedrijf 1] en [bedrijf 4] met daarin afspraken voor de verhuur van de bedrijfsruimte aan [adres 2] - [adres 3] ;
- contract van [bedrijf 1] en [bedrijf 5] met daarin afspraken voor de verhuur van de bedrijfsruimte aan [adres 2] - [adres 3] ;
- contract van [bedrijf 1] en [bedrijf 6] met daarin afspraken voor de verhuur van de bedrijfsruimte aan [adres 2] - [adres 3] ;
- contract van [bedrijf 1] en [bedrijf 7] met daarin afspraken voor de verhuur van de bedrijfsruimte aan [adres 2] - [adres 3] .
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5, van het Wetboek van Strafvordering (pagina 31 van het dossier betreffende de klaagschriftprocedure met nummer K21/200262), te weten een brief d.d. 5 oktober 2016, voor zover – en waar nodig samengevat weergegeven – inhoudende:
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5, van het Wetboek van Strafvordering (pagina’s 264 t/m 267 van het dossier betreffende de klaagschriftprocedure met nummer K21/200262), te weten eene-mailbericht d.d. 15 september 2020, voor zover – en waar nodig samengevat weergegeven – inhoudende:
klanten blijven weg. Hij komt financieel in de problemen en wil een voorschot.
Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 28 januari 2020 (los gevoegd), voor zover – en waar nodig samengevat weergegeven – inhoudende als verklaring van getuige [getuige 6] :
derving van huurinkomsten’. Mede gelet hierop – en hetgeen hierna nader wordt overwogen – gaat hof dan ook niet mee in de stelling van de verdachte dat hij meende dat het slechts te doen was om vergoeding van de schade wegens de inventaris. Uit de verslaglegging van [benadeelde 1] blijkt verder dat de verdachte vaak belde. De verdachte nam dus wel degelijk duidelijk de leiding in de communicatie ten aanzien van de schademelding. [getuige 6] heeft verder verklaard dat de verdachte degene was die de overeenkomsten bij hem heeft aangeleverd. Hoewel de verdachte dat heeft ontkend, heeft het hof geen aanleiding om aan de verklaring van [getuige 6] te twijfelen. Het verweer dat de getuige dit niet heeft verklaard, wordt overigens weerlegd door de bewijsmiddelen. De verklaring van [getuige 6] vindt bovendien steun in diverse getuigenverklaringen. Zo heeft getuige [getuige 1] verklaard dat de verdachte en [medeverdachte] samen verantwoordelijk waren voor het opstellen van de contracten en het plaatsen van handtekeningen en dat niemand van het personeel ooit een handtekening onder een contract heeft gezet. Ook getuigen [getuige 2] , [getuige 4] en [getuige 5] hebben verklaard dat de verdachte en [medeverdachte] de contracten opstelden en ondertekenden. Het overige personeel had geen tekenbevoegdheid. Getuige [getuige 3] heeft een vergelijkbare verklaring afgelegd: de verdachte zette de handtekeningen onder overeenkomsten en er waren geen andere mensen bevoegd om dit te doen.
Hopende u voldoende geïnformeerd te hebben. Teken ik met vriendelijke groet”.
[bedrijf 3]”) waarin zij schrijft dat het contract - waarvan thans is gebleken dat het vals is - wordt stopgezet in verband met de blikseminslag, is op precies dezelfde wijze ondertekend. Naast dit e-mailbericht van mevrouw [betrokkene 3] van [bedrijf 3] , waarvan het contract in de tenlastelegging is opgenomen, bevat het dossier nog vier andere e-mailberichten van beweerdelijke huurders aan de verdachte en deze berichten zijn stuk voor stuk op dezelfde wijze ondertekend. Zoals overwogen zijn deze stukken ingebracht van de zijde van de verdediging. Naar het oordeel van het hof is het buitengewoon onwaarschijnlijk te achten dat vijf verschillende personen, van telkens verschillende bedrijven, precies dezelfde ondertekening onder hun e-mailberichten hanteren als de verdachte. Het is hier dat het hof in herinnering roept dat de politie contact heeft opgenomen met mevrouw [betrokkene 2] van [bedrijf 3] en dat zij gemeld heeft dat zij het bedrijf van de verdachte niet kent, dat er geen betalingen aan het bedrijf zijn verricht en dat er bovendien nimmer een mevrouw [betrokkene 3] bij hen werkzaam is geweest.
oplichting.
- € 222.000,- schade uitkering;
- € 7.799,60 kosten expert.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;