ECLI:NL:GHSHE:2026:100

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
20-000894-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 279 SvArt. 359 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling voor bezit vals rijbewijs zonder examen

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 13 januari 2026 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter te Roermond van 1 april 2025. Verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk voorhanden hebben van een vals rijbewijs, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat het document bestemd was voor gebruik als echt en onvervalst. De politierechter legde een gevangenisstraf van 2 maanden op, waarvan 1 maand voorwaardelijk.

Tijdens het onderzoek bleek uit het politierapport dat verdachte op 18 januari 2025 werd aangehouden bij een verkeerscontrole. Hij overhandigde een Oekraïens rijbewijs dat door een documentenspecialist als vals werd aangemerkt. Verdachte verklaarde dat hij geld had betaald aan een persoon die werkzaam was bij de rijschool om het rijbewijs te verkrijgen zonder het praktijkexamen te hoeven afleggen, omdat hij tijd wilde besparen vanwege reisplannen.

De verdediging heeft in hoger beroep primair vrijspraak bepleit en subsidiair een straftoemetingsverweer gevoerd. Het hof heeft echter het vonnis van de politierechter integraal bevestigd, omdat de overgelegde stukken geen andere toedracht ondersteunden dan de verklaring van verdachte zelf. Het hof achtte het bewezen dat verdachte het valse rijbewijs opzettelijk voorhanden had met het oog op gebruik als echt document.

De straf blijft ongewijzigd: een gevangenisstraf van 2 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Uitkomst: Bevestiging gevangenisstraf van 2 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, voor bezit vals rijbewijs.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000894-25
Uitspraak : 13 januari 2026
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 1 april 2025, in de strafzaak met parketnummer 03-018549-25 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
Zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij het vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
Namens de verdachte is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsvrouw een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis met aanvulling van de gronden waarop dit berust.
Het hof zal - nu de meervoudige strafkamer van het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359, derde lid, eerst volzin, van het Wetboek van Strafvordering - de inhoud van de door de politierechter opgesomde bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring hieronder uitwerken.
Uitwerking van de bewijsmiddelen
Hierna wordt verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie Eenheid Limburg, zaakregistratienummer PL2300-2025009320, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent, gesloten d.d. 29 januari 2025, bevattende een verzameling van op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen en met doorgenummerde digitale dossierpagina’s 1-29.
1.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2025 (pg. 7-9), voor zover inhoudende als relaas verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Wij waren op 18 januari 2025 belast met verkeerstoezicht- en handhaving.
Wij zagen een zwarte personenauto rijden en wilden deze controleren. Wij lieten het voertuig stoppen op de Schaarbroekerweg te Roermond. Wij vroegen de bestuurder om een geldig rijbewijs. Wij kregen daarop een Oekraïens rijbewijs overhandigd. Wij zagen dat het rijbewijs het nummer: [documentnummer] had.
Ik, [verbalisant 1] , ben documentenspecialist op niveau 1. Ik bekeek het rijbewijs door middel van mijn loep. Ik concludeerde dat het rijbewijs mogelijk vals dan wel vervalst was.

Verdachte

Achternaam: [verdachte]
(het hof leest: [verdachte] )
Voornamen: [verdachte]

Goed

Goednummer: PL2300-2025009320-1772664
Object: rijbewijs
Rijbewijsnummer: [documentnummer]
2.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2025 (pg. 10-11), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
Onderzocht document:
Nummer: [documentnummer]
Ten name van:
Naam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Vastgestelde afwijkende kenmerken t.o.v. een origineel document:
  • De basisbedrukking van het rijbewijs is niet gedrukt, maar geprint;
  • De bedrukking van het rijbewijs bevat geen microtekst;
  • Het rijbewijs is niet voorzien van optisch variabele inkt.
Conclusie: het onderzochte rijbewijs is vals.
3.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 18 januari 2025 (pg. 18-23), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte:
V: vraag verbalisant
A: antwoord verdachte
V: Wat wil je verklaren over hetgeen waar wij je van verdenken: het aanbieden van een vals Oekraïens rijbewijs aan een politieambtenaar?
A: Ik had theorie gehad en ik was bezig met de praktijk. Er was niet genoeg tijd. Ik heb geld betaald aan iemand om tijd te besparen. Die persoon werkte in de plaats waar ik rijlessen had.
V: Jij hebt die man geld betaald om je rijbewijs sneller te krijgen. Dus jij hoefde geen examen te doen?
A: Ik heb hem betaald zodat hij mijn rijbewijs zou geven zonder dat ik mijn praktijkexamen hoefde te doen. Ik had geen tijd om te wachten op het praktijkexamen omdat wij al van plan waren om te reizen.
Aanvulling van de bewijsoverweging
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep stukken overlegd. Het hof gaat, net als de rechtbank uit van hetgeen de verdachte in zijn eerste verklaring bij de politie (op 18 januari 2025) over de verkrijging van zijn rijbewijs heeft verklaard, te weten dat hij voor het rijbewijs heeft betaald, zodat hij geen examen hoefde te doen en daardoor tijd kon besparen. Nu de stukken die door de raadsvrouw zijn overlegd voor zover het hof kan nagaan niet dienen ter onderbouwing van een andere toedracht dan door de verdachte bij de politie geschetst, komt het hof op grond van die stukken niet tot een ander oordeel.

BESLISSING

Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het vorenoverwogene.
Dit arrest is gewezen door:
mr. M.C.C. van de Schepop, voorzitter,
mr. S.V. Pelsser en mr. J.J. Peters, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D.S. Yap, griffier,
en op 13 januari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.