De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, waarvan één week voorwaardelijk, wegens het wederrechtelijk binnendringen van een besloten lokaal op het terrein van een bedrijf te Roermond. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter vanwege onvoldoende motivering en onderzocht de tenlasteleggingen opnieuw. De verdachte werd vrijgesproken van het feit gepleegd op 20 januari 2024, omdat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat hij op de hoogte was van het toegangsverbod. Voor het feit van 16 januari 2024 werd hij wel schuldig bevonden, omdat hem toen reeds schriftelijk een toegang verbod was opgelegd.
De raadsman pleitte primair vrijspraak en subsidiair een lichtere straf. Het hof oordeelde dat gezien de ernst van het feit en de eerdere detentie van de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één week passend was. De verdachte werd veroordeeld tot deze straf, waarbij rekening werd gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en eerdere veroordelingen die niet strafverzwarend waren.
Het arrest werd uitgesproken op 22 januari 2025 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.