In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis bevestigd. De rechtbank had het tenlastegelegde bewezen verklaard, de verdachte niet strafbaar verklaard en ontslagen van alle rechtsvervolging. Ten aanzien van het tweede feit werd een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd.
De verdediging pleitte vrijspraak voor het tweede feit en voerde een strafmaatverweer. Het hof verwierp het vrijspraakverweer omdat de door de verdediging aangevoerde data niet binnen de bewezenverklaarde periode vielen en niet door de politie waren bevestigd. Tijdens de terechtzitting toonde de verdachte enig inzicht in haar handelen en gaf aan niet meer te zullen lastigvallen en spijt te hebben.
Hoewel de verdachte aanvankelijk medewerking aan gedragsdeskundig onderzoek weigerde, gaf zij in hoger beroep aan mee te willen werken. Echter, zij bleef vasthouden aan haar standpunt dat zij gezond is en geen behandeling nodig heeft, waardoor het hof oordeelde dat nieuw onderzoek niet noodzakelijk is.
Het hof onderschrijft de rechtbank in de beoordeling van de toerekenbaarheid en het opleggen van de gemaximeerde maatregel terbeschikkingstelling met verpleging, gezien het gevaar voor herhaling door de erotomane waanstoornis van de verdachte.