In deze civiele zaak stond centraal of tussen [appellante], exploitant van een hondenverzorgingscentrum, en de gemeente Land van Cuijk een planschadeovereenkomst tot stand was gekomen naar aanleiding van een bedrijfsverplaatsing op verzoek van de gemeente.
De feiten betroffen een verhuizing in 2010 naar een locatie met een bestemmingsplan dat het hondenverzorgingscentrum niet toestond. Een aanvraag omgevingsvergunning werd in 2012 ingediend en tegelijkertijd tekende [persoon A], gevolmachtigde van [appellante], namens haar een planschadeovereenkomst met de gemeente. Later stelde de gemeente een bedrag van ruim €10.700,- aan planschade en kosten in rekening, wat [appellante] betwistte.
De kantonrechter wees de vorderingen van de gemeente toe en wees de tegenvorderingen van [appellante] af. In hoger beroep voerde [appellante] onder meer aan dat er geen geldige overeenkomst was en dat [persoon A] niet bevoegd was deze te tekenen. Het hof oordeelde dat [persoon A] wel degelijk een toereikende volmacht had en dat de gemeente gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de overeenkomst. Ook werd het beroep op toezeggingen door de gemeente afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde [appellante] in de proceskosten van het hoger beroep.