Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- parketnummer 02/095655-22:
- parketnummer 02/213866-22:
(toelichting: med = medische kosten, arb = verlies arbeidsvermogen)
De benadeelde partij heeft als vader van de overledene ter zake van de schadepost “kosten lijkbezorging” een bedrag van € 17.396,37 gevorderd en verzocht om daarvan € 7.017,29 toe te wijzen, bestaande uit de helft van de kosten van lijkbezorging (€ 12.323,37 : 2) en daarmee verband houdende reiskosten (€ 73,20 : 2) zijnde een totaal ten bedrage van € 6.198,29. Daarnaast zijn de – eerst in hoger beroep concreet gemaakte – kosten in verband met de aanschaf van een assieraad door de benadeelde partij ten bedrage van € 819,- gevorderd.
Met betrekking tot de gevorderde schokschade overweegt het hof als volgt.
- de aard, de toedracht en de gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad, waaronder de intentie van de dader en de aard en ernst van het aan het primaire slachtoffer toegebrachte leed;
- de wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan; daarbij kan onder meer worden betrokken of hij door fysieke aanwezigheid of anderszins onmiddellijk kennis kreeg van het onrechtmatige handelen jegens het primaire slachtoffer, of dat hij nadien met de gevolgen van dit handelen werd geconfronteerd; bij een latere confrontatie kan een rol spelen in hoeverre zij onverhoeds was; bij het aan dit gezichtspunt toe te kennen gewicht kan meewegen of het secundaire slachtoffer beroepsmatig of anderszins bedacht moest zijn op een dergelijke schokkende gebeurtenis;
- de aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire slachtoffer en het secundaire slachtoffer, waarbij geldt dat bij het ontbreken van een nauwe relatie niet snel onrechtmatigheid kan worden aangenomen.
Het hof acht – mede gelet op het vorenstaande onder c. – van de gevorderde medische kosten tot € 2.000,- toewijsbaar een bedrag van € 385,- (in rekening te brengen bedrag eigen risico als gevolg van schokschade) als materiële kosten. Voor het overige wordt de vordering ter zake deze post niet-ontvankelijk verklaard. Ook wordt de vordering voor wat betreft de gestelde schadepost van € 20.000,- aan verlies van arbeidsvermogen als schokschade, overeenkomstig het verzoek daartoe van de benadeelde partij, thans niet-ontvankelijk verklaard.
(toelichting: med = medische kosten, curs = cursuskosten, arb = verlies arbeidsvermogen)
De benadeelde partij heeft als moeder van de overledene ter zake van de schadepost “kosten lijkbezorging” een bedrag van € 17.396,37 gevorderd en verzocht om daarvan € 7.462,99 toe te wijzen, bestaande uit de helft van de kosten van lijkbezorging (€ 12.323,37 : 2) en daarmee verband houdende reiskosten (€ 73,20 : 2) zijnde een totaal ten bedrage van
Voor wat betreft de schokschade herhaalt het hof op deze plaats hetgeen hiervoor bij de benadeelde partij [vader van slachtoffer 1] onder c. is overwogen.
Het hof acht van de gevorderde medische kosten (schokschade) tot € 2.000,- een bedrag van € 1.735,88 aan materiële kosten voldoende onderbouwd (waarbij het hof uitgaat van een fout in de optelsom in de toelichting van de advocaat op deze schadepost die resulteerde in een bedrag van € 1.745,18) en – mede gelet op het vorenstaande onder c. – eveneens toewijsbaar. Voor het overige ziet de vordering op thans niet nader onderbouwde toekomstige schade en wordt de vordering onder verwijzing naar het hiervoor overwogene niet-ontvankelijk verklaard.
De benadeelde partij heeft als schadepost “verlies van arbeidsvermogen (schokschade)” tot een bedrag van € 20.000,- thans een bedrag van € 6.746,- gevorderd en verzocht haar voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren. Het hof acht het voorstelbaar en aannemelijk dat de benadeelde partij zich na het overlijden van [slachtoffer 1] als gevolg van de geestelijke klachten ziek heeft moeten melden en acht de wijze waarop het bedrag van
Het hof schaart zich achter de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de affectieschade en legt deze ten grondslag aan zijn beslissing. Het hof zal het gevorderde bedrag van € 17.500,- dan ook toewijzen.
(toelichting: med = medische kosten, r+p = reis en parkeerkosten)
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren en 9 (negen) maanden.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
overheidswegezal worden
verpleegd.
met ingang van 1 mei 2026te doen aanvangen.
Vordering van de benadeelde partij [vader van slachtoffer 1]
€ 39.083,29 (negenendertigduizend drieëntachtig euro en negenentwintig cent)bestaande uit € 6.583,29 (zesduizend vijfhonderddrieëntachtig euro en negenentwintig cent) materiële schade en € 32.500,- (tweeëndertigduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
af.
niet-ontvankelijkin de vordering ter zake van de gevorderde parkeer- en reiskosten tot een bedrag van € 200,- alsmede de kosten voor het assieraad ten bedrage van € 819,-;
niet-ontvankelijken bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
opom aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [vader van slachtoffer 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-095655-22 onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 39.083,29 (negenendertigduizend drieëntachtig euro en negenentwintig cent)bestaande uit € 6.583,29 (zesduizend vijfhonderddrieëntachtig euro en negenentwintig cent) materiële schade en € 32.500,- (tweeëndertigduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
152 (honderdtweeënvijftig)dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
- 22 juni 2022 over een bedrag van € 6.198,29 ter zake van uitvaart
- 7 februari 2025 over een bedrag van € 385,- ter zake van medische kosten
- 17 april 2022 over een bedrag van € 15.000,- ter zake van schokschade en
- 15 april 2022 over een bedrag van € 17.500,- ter zake van affectieschade.
Vordering van de benadeelde partij [moeder van slachtoffer 1]
€ 47.382,42 (zevenenveertigduizend driehonderdtweeëntachtig euro en tweeënveertig cent)bestaande uit € 14.882,42 (veertienduizend achthonderdtweeëntachtig euro en tweeënveertig cent) materiële schade en € 32.500,- (tweeëndertigduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
af.
niet-ontvankelijkin de vordering ter zake van de gevorderde parkeer- en reiskosten tot een bedrag van € 200,- alsmede de kosten voor het assieraad ten bedrage van € 1.264,70.
niet-ontvankelijken bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
opom aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [moeder van slachtoffer 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-095655-22 onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 47.382,42 (zevenenveertigduizend driehonderdtweeëntachtig euro en tweeënveertig cent)bestaande uit € 14.882,42 (veertienduizend achthonderdtweeëntachtig euro en tweeënveertig cent) materiële schade en € 32.500,- (tweeëndertigduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
185 (honderdvijfentachtig)dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
- 22 juni 2022 over een bedrag van € 6.198,29 ter zake van uitvaart
- 17 augustus 2022 over een bedrag van € 202,25 ter zake van kosten cursussen/opleidingen
- 1 januari 2024 over een bedrag van € 6.196,31 ter zake van medische kosten en verlies arbeidsvermogen 2023
- 1 januari 2025 over een bedrag van € 1.955,99 ter zake van medische kosten en verlies arbeidsvermogen 2024
- 7 juli 2025 over een bedrag van € 329,58 ter zake van medische kosten 2025
- 17 april 2022 over een bedrag van € 15.000,- ter zake van schokschade en
- 15 april 2022 over een bedrag van € 17.500,- ter zake van affectieschade.
Vordering van de benadeelde partij [broer van slachtoffer 1]
niet-ontvankelijkin de vordering voor zover deze ziet op het assieraad;
niet-ontvankelijken bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
€ 5.000,- (vijfduizend euro)ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
niet-ontvankelijkin de vordering.
opom aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-095655-22 onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 5.000,- (vijfduizend euro)als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
20 (twintig)dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
€ 1.000,- (duizend euro)ter zake van immateriële schade.
af.
opom aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-095655-22 onder 3 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 1.000,- (duizend euro)als vergoeding voor immateriële schade.
4 (vier)dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]
€ 1.000,- (duizend euro)ter zake van immateriële schade.
af.
niet-ontvankelijken bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
opom aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 02-213866-22 subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van
€ 1.000,- (duizend euro)als vergoeding voor immateriële schade.
4 (vier)dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
gevangenisstrafvoor de duur van
60 (zestig) dagen.