Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2025:484

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
21 februari 2025
Publicatiedatum
24 februari 2025
Zaaknummer
20-001163-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging taakstraf wegens hennepkwekerij en diefstal elektriciteit ondanks eerdere veroordeling

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 21 februari 2025 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in Maastricht van 24 april 2024. De verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet, waarbij sprake was van een grote hoeveelheid hennep, en voor diefstal waarbij elektriciteit werd afgenomen buiten de meter om.

De verdediging voerde geen inhoudelijk verweer tegen de bewezenverklaring, maar betwistte de opgelegde strafmaat. Het hof heeft het vonnis van de politierechter integraal bevestigd, met een nadere motivering en een lichte verbetering van de toegepaste wetsartikelen. Uit het dossier bleek dat de verdachte eerder in 2011 onherroepelijk was veroordeeld voor een soortgelijk delict, waardoor hij niet als first offender kon worden beschouwd.

Het hof hield rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals het verlies van zijn woning en de energiekosten, maar vond deze onvoldoende voor strafvermindering. De opgelegde taakstraf van 100 uur, met een subsidiaire hechtenis van 50 dagen, werd passend geacht. Het arrest werd uitgesproken door mr. E.A.A.M. Pfeil, mr. H.A.T.G. Koning en mr. L. Feraaune.

Uitkomst: Bevestiging taakstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis voor hennepkwekerij en diefstal elektriciteit.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001163-24
Uitspraak : 21 februari 2025
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 24 april 2024, in de strafzaak met parketnummer 03-213142-21 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Grave te Grave.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep, is de verdachte ter zake:
1.
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel
en
2.
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking,
veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter integraal zal bevestigen.
De verdediging heeft ten aanzien van de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 geen inhoudelijk verweer gevoerd. Wel is een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, onder aanvulling van de bewijsmiddelen en de strafmotivering en met verbetering van de door de eerste rechter aangehaalde wetsartikelen.
Aanvulling bewijsmiddelen
De bewijsvoering behoeft, mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, aanvulling. Naast de door de eerste rechter gebruikte bewijsmiddelen, komt de bewezenverklaring mede te berusten op:
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 7 februari 2025, voor zover inhoudende:
De hennepkwekerij stond op mijn naam. Ik heb deze geëxploiteerd, het was mijn kwekerij.
De afname van elektra liep buiten de meter om, dat klopt. Dat heb ik gedaan.
Aanvulling strafmotivering
Zijdens verdachte is in hoger beroep aangevoerd dat de door de politierechter opgelegde taakstraf te hoog is. Naast de overschrijding van de redelijke termijn moet ook rekening worden gehouden met de gevolgen die de feiten voor de verdachte hebben gehad. Zo is de verdachte zijn huis kwijtgeraakt omdat de hypotheek is opgezegd door de hypotheek-verstrekker en heeft hij de volledige energiekosten moeten betalen, terwijl hij geen opbrengst van de kwekerij heeft gehad.
Het hof overweegt als volgt.
De politierechter heeft de verdachte terzake de bewezenverklaarde feiten veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uur te vervangen door 50 dagen vervangende hechtenis. Daarbij heeft de politierechter qua ernst van het bewezenverklaarde gekeken naar het hierop
gestelde wettelijk strafmaximum en naar de straffen die voor soortgelijke feiten worden
opgelegd, alsmede naar de persoon van de verdachte. Tot slot heeft de politierechter ook rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM Pro.
Het hof heeft wat betreft de op te leggen strafsoort en hoogte van de straf aanvullend nog acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor een hennepkwekerij met 100 tot 500 planten een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand en een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.
Het betreft een verdachte die voor dit delict first offender is en indien de hennepkwekerij gepaard gaat met diefstal van elektriciteit kan dit als strafverzwarende omstandigheid worden meegenomen.
Anders dan de politierechter beschouwt het hof de verdachte niet als een first offender. Uit het hem betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 november 2024 blijkt immers dat de verdachte eerder, zij het enige tijd geleden in 2011, onherroepelijk is veroordeeld ter zake van overtreding van de Opiumwet.
Alles overziende, is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat de door de politierechter opgelegde taakstraf passend en geboden is, waarbij het hof eveneens rekening heeft gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. Zonder overschrijding zou het hof een taakstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis, passend hebben geacht.
De door de verdediging aangevoerde omstandigheden leiden het hof niet tot verdere matiging van de straf.
Verbetering toegepaste wetsartikelen
De door de politierechter toegepaste wetsartikelen worden verbeterd gelezen als volgt.
Toegepaste artikelen
9, 22c, 22d, 57, 63, 311 Wetboek van Strafrecht
3, 11 Opiumwet

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter,
mr. H.A.T.G. Koning en mr. L. Feraaune, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,
en op 21 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. E.A.A.M. Pfeil en mr. L. Feraaune zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.