ECLI:NL:GHSHE:2025:427

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
20 februari 2025
Publicatiedatum
20 februari 2025
Zaaknummer
200.342.177_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring van moeder in hoger beroep in familierechtelijke zaak

In deze civiele zaak op het gebied van personen- en familierecht heeft de moeder hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 6 maart 2024. Het hoger beroep betreft een geschil tussen de moeder en de vader, waarbij Bureau Jeugdzorg Limburg en de Raad voor de Kinderbescherming als belanghebbenden en gekenden betrokken zijn.

Op 16 januari 2025 heeft de moeder het hoger beroep ingetrokken. De vader heeft op dezelfde datum ingestemd met deze intrekking. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op basis van deze instemming geconcludeerd dat de grieven van de moeder niet worden gehandhaafd.

Daarom heeft het hof de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot hoger beroep. De uitspraak is gedaan op 20 februari 2025 door de kamer familie- en jeugdrecht van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep na intrekking en instemming van de vader.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 20 februari 2025
Zaaknummer: 200.342.177/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/283186 / FA RK 20-3630
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J.J. Bronsveld,
tegen
[de vader],
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. N.D. Geraads.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
-
Bureau Jeugdzorg Limburg, gevestigd te [vestigingsplaats] .
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
vestiging: [vestigingsplaats] .

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond van 6 maart 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

De moeder is in hoger beroep gekomen tegen voormelde beschikking.
Bij bericht van 16 januari 2025 heeft de moeder het hoger beroep ingetrokken.
Bij bericht van 16 januari 2025 heeft de vader ingestemd met de intrekking van het hoger beroep.

3.De beoordeling

Het hof maakt uit voormeld bericht op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de moeder niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep.

4.De beslissing

Het hof:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S.P.A. Wensink-Vergunst, C.N.M. Antens en A.M. Bossink en is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.