ECLI:NL:GHSHE:2025:3824

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
20-000679-23
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 282 SrArt. 302 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving en poging zware mishandeling in woning te Kerkrade

In hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Limburg vernietigd en de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden van het slachtoffer, alsmede poging tot zware mishandeling. De feiten vonden plaats in januari 2021 in de woning van het slachtoffer te Kerkrade, waar het slachtoffer vastgebonden en mishandeld werd met diverse voorwerpen zoals een hamer, schroevendraaier, tang en verhitte lepel.

Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, forensisch onderzoek, DNA-sporen op diverse gereedschappen en voorwerpen in de woning, en medische rapportages van het letsel. De verdachte voerde aan niet aanwezig te zijn geweest, en het slachtoffer had aanvankelijk verklaard de namen van de daders te hebben verzonnen uit angst. Het hof achtte echter de latere verklaringen van het slachtoffer, ondersteund door het forensisch bewijs, overtuigend.

De verdachte werd veroordeeld tot 43 maanden gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest. Het hof oordeelde dat de redelijke termijn in hoger beroep was overschreden, wat leidde tot strafvermindering van 5 maanden ten opzichte van de gevorderde 48 maanden. De straf weerspiegelt de ernst van de feiten, de blijvende letsels bij het slachtoffer en de inbreuk op diens vrijheid en lichamelijke integriteit.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 43 maanden gevangenisstraf voor wederrechtelijke vrijheidsberoving en poging tot zware mishandeling.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000679-23
Uitspraak : 23 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 21 februari 2023, met parketnummer 03-272156-21, in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2000,
BRP adres: [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte vrijgesproken van het onder feit 1, feit 2 primair en feit 2 subsidiair tenlastegelegde. Voorts heeft de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen, en opnieuw rechtdoende, het onder feit 1 en feit 2 primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden, met aftrek van het voorarrest.
De raadsvrouw van de verdachte heeft integrale vrijspraak bepleit en aldus bevestiging van het vonnis in eerste aanleg.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 6 januari 2021 tot en met 7 januari 2021 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, doordat hij en/of zijn mededader(s) deze [slachtoffer] in diens woning
-met een touw en/of een (honden)riem op een stoel heeft/hebben vastgebonden en/of
-(met een hamer) heeft/hebben geslagen en/of
-(met een schroevendraaier) heeft/hebben gestoken en/of
-met een verhitte lepel brandwonden over/op diens lichaam heeft/hebben veroorzaakt en/of
-met een (knip)tang in diens hand/vinger heeft/hebben geknipt/geknepen;
2. primair
hij in of omstreeks de periode van 6 januari 2021 tot en met 7 januari 2021 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, hij en/of zijn mededader(s) deze [slachtoffer]
- (met een hamer) heeft/hebben geslagen en/of
- met een verhitte lepel brandwonden over/op diens lichaam heeft/hebben toegebracht en/of
-met een (knip)tang in een hand/vinger heeft/hebben geknipt/geknepen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2. subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 6 januari 2021 tot en met 7 januari 2021 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen [slachtoffer] heeft mishandeld doordat hij en/of zijn mededader(s) deze [slachtoffer]
-(met een hamer) heeft/hebben geslagen en/of
-(met een schroevendraaier) heeft/hebben gestoken en/of
-met een verhitte lepel brandwonden over/op diens lichaam heeft/hebben veroorzaakt en/of
- met een (knip)tang in diens hand/vinger te knippen/te knijpen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.
hij in de periode van 6 januari 2021 tot en met 7 januari 2021 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, doordat hij en/of zijn mededader deze [slachtoffer] in diens woning
- met een touw en/of een (honden)riem op een stoel heeft vastgebonden;
2. primair
hij in de periode van 6 januari 2021 tot en met 7 januari 2021 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, hij en/of zijn mededader deze [slachtoffer]
(met een hamer) hebben geslagen en/of
-met een verhitte lepel brandwonden op diens lichaam hebben toegebracht en
-met een tang in een hand/vinger hebben geknepen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de Politie-Eenheid Limburg, District Parkstad-Limburg, proces-verbaalnummer LB2R021004-33, onderzoek Ulvend, op ambtseed opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , brigadier bij de Eenheid Limburg, gesloten d.d. 15 november 2021, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, alsmede geschriften, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-435. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1.
Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 9 januari 2021, dossierpagina’s 21-26, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Wij ontvingen op woensdag 07 januari 2021 omstreeks 23.40 uur het verzoek om te gaan naar het adres [adres 2] . Op genoemd adres zou een man mishandeld worden en om hulp aan het roepen zijn.
Wij kwamen ter plaatse. Ik, [verbalisant 2] , hoorde dat er vanuit een flatwoning, naar later bleek dit [adres 2] te betreffen, stemmen van meerdere personen hoorbaar waren. Wij vervolgden onze weg via de trap naar de eerste verdieping van de flat, alwaar [adres 2] was gelegen. Ik, [verbalisant 2] , hoorde vanuit een woning een kermend geluid. Ik, [verbalisant 2] , zag dat een onbekende man vanaf de galerij zijn weg naar beneden baande door via een schutting op het pad aan de achterzijde terecht te komen. Ik, [verbalisant 3] , zag deze onbekende man ook vluchten.
Terwijl ik, [verbalisant 3] , de meldkamer informeerde, was ik, [verbalisant 2] , bij de bewoner van [adres 2]
. Ik, [verbalisant 2] , zag dat er een man, naar later bleek dit de bewoner van het adres te betreffen zijnde: [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 1973 te [geboorteplaats 3] , op een bureaustoel in de hal van de woning zat. Ik, [verbalisant 2] , zag dat de man met touwen was vastgebonden aan de bureaustoel. Ik, [verbalisant 2] , zag dat de man diverse verwondingen in zijn gezicht en op zijn benen had. Ik zag dat de kleding van de man was bevlekt met bloed. Op een salontafel in de woonkamer werden diverse attributen aangetroffen voor het verpakken van verdovende middelen. Tevens zagen wij dat er een schaar en een tang op deze salontafel lag. Zijnde attributen waarvan de bewoner later zou verklaren dat die gebruikt waren om hem te mishandelen.
Vanuit de woonkamer is er een directe toegang tot de open keuken van de woning. Op het gasfornuis in de keuken van woning werd een lepel aangetroffen op een brandende pit, naar later bleek dit de lepel te betreffen waarmee de bewoner door de verdachte(n) is mishandeld.
Vanuit de woonkamer kregen wij toegang tot een overloop. In een van de aan deze overloop grenzende ruimtes werd een pers aangetroffen welke vermoedelijk wordt gebruikt voor het persen van heroïne. Ik, [verbalisant 3] , zag dat op de vloer sporen van vermoedelijk bloed zichtbaar waren. Op de badkamer, ook een ruimte grenzend aan deze overloop, werd een hamer aangetroffen. Naar later bleek dit de hamer te betreffen waarmee de bewoner was mishandeld.
Ik, [verbalisant 2] , ben vervolgens met het slachtoffer, [slachtoffer] , in gesprek gegaan. Ik, [verbalisant 2] , hoorde dat hij zei dat hij pijn in zijn polsen had, veroorzaakt door de touwen waarmee hij vast was gebonden. Ik. [verbalisant 2] , vroeg aan [slachtoffer] wat er was gebeurd.
Ik hoorde dat hij tegen mij zei: Gistermiddag werd er aangebeld bij de voordeur van mijn flat. Ik heb de deur voordeur geopend en vervolgens kwamen er meteen 2 mannen mijn woning in lopen. Eén van de mannen had een pistool in zijn hand, waarmee hij mij bedreigde. De twee wilden mijn woning overnemen, maar ik wilde dit niet. Nadat ik had aangegeven dat ik naar de politie zou gaan, werd ik vastgepakt en op een stoel gezet. Vervolgens werd ik vastgemaakt aan deze stoel. Ik zit al meer als een dag op de stoel. Ze hebben mij gemarteld om mij duidelijk te maken dat ik niet naar de politie moest gaan.
Ik, [verbalisant 2] , heb vervolgens gevraagd wie de mannen waren die hem dit hadden aangedaan. Ik hoorde dat [slachtoffer] zei: "Ik weet wel dat één van de mannen eerder al in Kerkrade rondreed om drugs te verkopen. Ik heb al eens bij hem gekocht, dat is enkele maanden geleden.
Ik, [verbalisant 2] hoorde dat [slachtoffer] de mannen omschreef als:
1) Marokkaans uiterlijk, 170 cm - 180 cm lang, forser postuur, gemillimeterd haar, Nederlands sprekend met Rotterdams accent, tussen de 20 en 30 jaar oud;
2) Indonesisch uiterlijk, 170 cm - 180 cm lang, slank postuur, gemillimeterd haar, Nederlands sprekend met Rotterdams accent, ouder dan de Marokkaan, ongeveer 30 jaar oud;
Ik, [verbalisant 2] , heb aan [slachtoffer] gevraagd op welke wijze hij was mishandeld. Ik
hoorde dat hij zei dat ze hem met een warme lepel hadden gebrandmerkt, hem met een
hamer hadden geslagen, met een schroevendraaier hadden gestoken en met een tang en
schaar hadden geknipt.
2.
Het proces-verbaal van aangifte, d.d. 27 januari 2021, dossierpagina’s 28-33, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer] :
Ik wil aangifte doen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, zware mishandeling en
bedreiging gepleegd op woensdag 7 januari 2021 in mijn woning gelegen op het adres
[adres 2] .
Ik wil u wel vertellen wat er die dag en ook de dag ervoor gebeurd is. Ik zal beginnen bij het begin en dat was op dinsdag 6 januari 2021. Op dinsdag 6 januari 2021, die mensen komen gewoon binnen. Ze wisten dat ik gebruik. Ze zeggen dat ze willen draaien. Drugs klaar maken en verhandelen vanuit mijn woning. Ik wilde dit niet. Toen werd in een dreigende taal gesproken dat ik niets te willen heb. Ik zei dat ik de politie zou inschakelen en toen is het begonnen. Het slaan, vastbinden. Ik zat daar vast. Ik werd op stoel naar de slaapkamer gerold. Daar werd nog eens gevraagd of ik wilde meewerken. Ik zei nee en toen begon men met slaan en steken met een schroevendraaier. De dag er na begon pas het branden met de lepel. Ze hebben me laten zitten en zijn hun dingen gaan doen. Ik hoorde dat ze bezig waren. Zakken aan het uitpakken en ik hoorde iets heel zwaars, dat bleek een heroïnepers. Ze zijn bezig geweest op de dag dat ze zijn gekomen en de dag er na toen ik uiteindelijk werd aangetroffen door de politie.
Die daders kan ik als volgt omschrijven.
Dader 1:
Man, Marokkaans uiterlijk, ongeveer 170-180 cm groot, tussen 20 en 30 jaar oud, forser postuur, bol gezicht, brilletje, kort gemillimeterd zwart haar, spreekt Nederlands met een Rotterdams accent. Hij wordt met de naam [medeverdachte 1] aangesproken. Die naam hoorde ik de hele tijd en hij reageerde daarop.
Dader 2:
Man, Indonesisch uiterlijk, ongeveer 170-180 cm groot, slank postuur, ongeveer 30 jaar, gemillimeterd zwart haar, Nederlands sprekend met een Rotterdams accent. Deze man heeft een Mexicaanse achtergrond, maar ziet uit als een Indo. Hij heeft bij mij gewoond. Ze noemen hem " [verdachte] ", maar hij heet in het echt [verdachte] .
V; Waar komt hij vandaan?
A; Ook uit Rotterdam. Maar hij woont al heel lang in Limburg.
V; Wat zijn dader 1 en dader 2 van elkaar?
A; Ik had het idee dat dader 1, de Marokkaanse man de baas was. Hij gaf de bevelen.
V; Wie heeft de mishandelingen gepleegd?
A; Beiden hebben dat gedaan. Als 2 iets deed kreeg hij dat opgedragen van 1.
V; De dag dat ze bij jouw aanbelden. Hoe is dat gegaan?
A; Die Mexicaan, [verdachte] , heeft nog steeds sleutels van mijn woning. Hij heeft nog de sleutel van de centrale toegangsdeur en de sleutel van de voordeur van mijn woning. Ze stonden in een keer laat in de middag, de dag voor ik werd aangetroffen, in mijn woning.
V; Wat hebben beiden zoal in de woning gedaan?
A; Ze hebben geblowd, gerookt, gegeten en blikjes gedronken.
M: In de woning aan [adres 2] werden een aantal goederen aangetroffen waarvan
wij de herkomst niet kunnen plaatsen. Daarom zullen wij je vragen waar deze goederen
vandaan komen. Op het moment dat de politie de woning binnenkwam zat jij vastgebonden op een stoel. Jouw armen waren met een touw vastgebonden aan de armleuningen van de stoel.
V; Waar komt het touw vandaan waar mee jij was vastgebonden?
A; Dat touw lag bij mij in huis.
V; En de hondenriem?
A; Die hebben ze om mijn nek gedaan. Dat was een grote riem. Die had ik niet in huis.
V; Welke goederen hebben de daders meegebracht die nog in jouw woning kunnen liggen?
A; Heroïnepers, bakken, drugsverpakking materiaal. En wapens hadden ze bij zich.
De bel ging, [verdachte] opende de deur, ik zag een persoon die ik ken met de bijnaam [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] kwam twee vuurwapens ophalen. Beide vuurwapens hoorden bij de daders.
V; In welke ruimtes heeft het mishandelen plaatsgevonden?
A; In de woonkamer en slaapkamer.
V; Wat hebben ze in gedaan in de slaapkamer?
A; Op me in geslagen, trappen, vuisten en gestoken met een schroevendraaier.
V; Van wie het bloed dat daar op de grond lag?
A; Van mij.
V; Wie van de daders heeft gerookt op die kamer?
A; Beiden. De Marokkaan had een joint in zijn hand en [verdachte] heeft een sigaret gerookt. Die heeft [verdachte] in mijn gezicht geduwd en daarna zal deze wel op de grond zijn gevallen.
V; Wie heeft de touwen om de stoel gebonden?
A; Dat was [verdachte]
V; Wie de hondenketting?
A; Dat was de Marokkaan.
V; Wie heeft jou verbrand?
A; [verdachte] .
V; Waarmee heeft hij jou gebrand?
A; Met een lepel op het gasfornuis.
V; Hoe weet je dit?
A; Ik zat er 2 meter vanaf, in de woonkamer.
V; Waar kwam die lepel vandaan?
A; Die lag daar gewoon, in de keuken.
V; Wie heeft die lepel vastgehad?
A; [verdachte] .
V; Is hij degene geweest die jou verbrand heeft?
A; Ja.
V; Hoe werd het gasfornuis aangemaakt?
A; Met een aansteker.
V; Even terug naar de in de woning aangetroffen gereedschappen. Welke gereedschappen hebben de daders vastgepakt?
A; Schroevendraaier, hamer, schaar, lepel, touw, hondenriem.
3.
Het proces-verbaal van verhoor aangever, d.d. 6 februari 2021, dossierpagina’s 34-38, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer] :
V: Je vertelde dat het gebruikte touw uit jouw woning kwam maar niet wist waar vandaan. Hoe lang lag dat touw daar al?
A: Dat ligt er al heel lang, ik denk al zo lang ik er woon, zo'n 3 jaar.
V: Wie heeft dat touw nog meer vastgehad?
A: Ik natuurlijk, en [verdachte] .
V: Hoe vaak heeft [verdachte] dat touw vastgehad toen hij bij jou inwoonde?
A: Geen idee, volgens mij alleen die avond.
V: heeft [medeverdachte 2] je ook mishandeld?
A: Nee, dat heeft hij niet gedaan.
V: Wie heeft dat gereedschap allemaal vast gehad?
A: [verdachte] heeft de tang vastgehad en kneep daarmee hard in mijn linkerpink.
O: De aangever toonde zijn linkerpink waarop nog een huidverkleuring was te zien ten gevolge van afgeschraapte huid.
A: [verdachte] heeft ook de hamer met de houten steen vastgehad en heeft mij daar mee geslagen. [verdachte] heeft de schroevendraaier ook vastgehad. [medeverdachte 1] vertelde [verdachte] wat hij moest doen. [verdachte] deed dat dan ook. [verdachte] probeerde met een schaar mijn rechteroor af te knippen. Ik trok mijn hoofd weg op het moment dat [verdachte] wilde knippen en hij raakte toch met de schaar aan de bovenkant van mijn rechteroor. Ik bloedde.
V: Is de persoon op deze foto de persoon die jij kent met de bijnaam [medeverdachte 1] ?
O: Zie bijlage 3
(hof: betreft een foto van [medeverdachte 1] )
A: Ja, dat is [medeverdachte 1] .
V: Is de persoon op deze foto de persoon die jij kent met de bijnaam [medeverdachte 2] ?
O: Zie bijlage 4
(hof: betreft een foto van [medeverdachte 2] )
A: Dat is [medeverdachte 2] .
V: Is de persoon op deze foto de persoon die jij kent als [verdachte] ?
O: Zie bijlage 5
(hof: betreft een foto van verdachte)
A: Dat is [verdachte] , die heeft bij mij gewoond.
4.
Het proces-verbaal van verhoor getuige door de raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 23 september 2024:
U vraagt mij of ik degene was die altijd de hond uitliet. Ja. Niemand anders liet de hond uit.
Die hond had een riem. Het was niet zo dat hij met een touw uitgelaten moest worden.
U vraagt mij of [verdachte] die hond wel eens uitgelaten heeft. Ik heb dat nooit gezien.
5.
Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 8 januari 2021, inhoudende als verklaring van getuige:
Gisteravond belde ik naar de politie omdat ik het geluid hoorde alsof er iemand flink werd toegetakeld. En niet zo’n beetje ook. Het geluid kwam van de achterzijde van de woning waar de slaapkamer is. Ik hoorde heel hard gebonk. Ook tegen het raam want ik had gezien dat de luxaflex bewoog. Ik heb drie verschillende stemmen gehoord. Ik hoorde dat iemand schreeuwde: “Laat me los, Laat me los’’. Het was heel duidelijk dat iemand in nood was.
6.
Het proces-verbaal medische letselrapportage van forensisch arts M. van den Bongard, GGD Zuid Limburg d.d. 26-01-2021, dossierpagina’s 223-230
Betrokkene: [slachtoffer] , geb. [geboortedag 2] 1973
Het onderzoek vond plaats op 11-01-21 in de woning van [slachtoffer] .
Beschrijving en typering van het letsel
Hoofd:
1.1 Een boogvormig letsel op de behaarde hoofdhuid boven op het hoofd met scherpe wondranden die uit elkaar staan met een lengte van ongeveer 1,5 cm
1.2 Ogen
Rondom het linkeroog heeft de huid een roodpaarse huidkleur.
Rondom het rechteroog is een roodpaarse huidkleur zichtbaar. De huid rondom de ogen en neus lijkt een gele kleur te hebben.
1.3 Neus
Op de neusrug onder de horizontale lijn door de binnenste ooghoeken bevindt zich een letsel met een doorsnede van ongeveer een 0,5 cm met een donker en een lichtrood gekleurd deel.
1.4 Rechteroor
Op de buitenste rand van de rechteroorschelp bevinden zich 2 puntvormige en 2 lijntjes met een lengte van maximaal 3 mm.
2 Nek
Een diagonaal van rechtsboven naar linksonder verlopende streepvormige huidverwonding met een lengte van ongeveer 2 cm en een breedte van 2-3 mm bedekt met een korst en onregelmatig oppervlak.
3 Buik
Rechtsboven de navel en gelokaliseerd binnen de verticale lijn door de tepel bevindt zich een diagonaal van linksboven naar rechtsonder verlopend lijnvormig letsel.
4 Handen en polsen
Op de linkerhandrug zijn enkele kleine puntvormige letsels zichtbaar.
Op de linkerpink is op het proximale vingergewricht een zwelling zichtbaar met centraal een onderbreking van de huid. In het dieper gelegen huidgedeelte tussen de rechtermiddel- en ringvinger is een zwelling zichtbaar die een donkerder kleur heeft dan de omringende huid.
4.1 Rechterpols
Op de bovenzijde van de rechterpols bevindt zich het dichts bij de elleboog een dunne horizontaal verlopende streep met een lengte van 4 tot 5 cm die bedekt is met een korst.
5.1 Rechteronderarm
Aan de bovenzijde/voorkant van de rechteronderarm net onder het ellebooggewricht bevindt zich een letsel met een afmeting van ongeveer 2x4 cm.
5.2 Rechterbovenarm
Aan de zijkant/buitenzijde van de rechter bovenarm bevindt zich een letsel van 4x6 cm.
6.1 Linker onderarm
Meerdere streepvormige letsels en een breder letsel.
6.2 Linker bovenarm
Aan de buitenzijde van de linker bovenarm is een streepvormige roodpaarse huidverkleuring zichtbaar.
7 Benen
7.1 Op het rechterbovenbeen bevindt zich aan de voorzijde en zijkant een huidletsel met een breedte van ongeveer 12 cm een onregelmatig oppervlak en een onregelmatige omtrek. Op sommige plaatsen is de huid afwezig. Het huidoppervlak is bruin gekleurd, op de plaatsen waar de opperhuid ontbreekt heeft de huid een roze kleur. Tussen dit letsel en de rechterknie bevindt zich een cirkelvormig huidletsel met een doorsnede van ongeveer 3 cm.
7.2.1 Rechteronderbeen
Aan de zijkant van het rechteronderbeen onder de knie zijn een rechthoekig huidletsel met een lengte van ongeveer 10 cm met daaronder een cirkelvormig huidletsel met een diameter van 3,5 tot 4 cm zichtbaar. Het huidoppervlak is onregelmatig met een gedeeltelijk rode, bruine en zwarte kleur.
7.2.2 meerdere cirkelvormige, ovale en streepvormige huidafwijkingen.
7.3 Linkerbovenbeen
Op het linkerbovenbeen zijn meerdere streepvormige smalle letsels zichtbaar.
7.3.2 Aan de binnenzijde van het linkerbovenbeen bevindt zich een verticaal letsel met een lengte van 5 cm, het oppervlak is onregelmatig en heeft een roze, bruine en zwarte kleur.
7.4 Linkeronderbeen
7.4.1 Onder de linkerknie aan de voorzijde van het onderbeen bevinden zich 5 puntvormige letsels gegroepeerd en een groter en een kleiner puntvormig letsel apart.
7.4.2 Buitenzijde linkeronderbeen een streepvormig letsel en 7 puntvormige letsels gegroepeerd.
Soort verwonding:
Het letsel onder 1.1 betreft een snijwond.
Het letsel onder 1.2 en 6.2 betreft een bloeduitstorting (hematoom).
Het letsel onder 1.3 betreft een kneuzing en een oppervlakkig schaafwondje.
Het letsel onder 1.4, 2, 3, 4.1, 6.1, 7.3.1 en 7.4.2 betref een kras (krassen).
Het letsel onder 5.2, 7.1 en 7.2.1 betreft een brandwond.
Het letsel onder 7.2.2, 7.3.2 en 7.4.1 betreft een puntvormige kras ontstaan door prikken.
De letsels zullen met littekenvorming binnen twee tot drie maanden herstellen.
7.
Het proces-verbaal van forensisch onderzoek eerste optreden en woning ( [adres 2] ), d.d. 3 februari 2021, dossierpagina’s 53-65, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] :
Aanvang onderzoek
Op vrijdag 8 januari 2021 vanaf 00:31 uur hebben wij, naar aanleiding van een gijzeling/ontvoering en mishandeling, een forensisch onderzoek ingesteld op de locatie [adres 2] . Op vrijdag 8 januari 2021 omstreeks 00:31 kwam ik, [verbalisant 4] , ter plaatse. In de woning bevond zich het slachtoffer.
Door het slachtoffer werd mij, [verbalisant 4] , verteld dat op woensdag 6 januari 2021 bij zijn voordeur was aangebeld. Toen hij de voordeur opende zag hij twee mannen op de galerij staan. Een van deze mannen bedreigde hem met een vuurwapen. Vervolgens werd het slachtoffer met touw, dat in zijn woning lag, aan de stoel vastgebonden. Tussen woensdag 6 januari 2021 en donderdag 7 januari 2021 zou hij met diverse gereedschappen in de achterste kamer en woonkamer mishandeld zijn. Het slachtoffer gaf aan dat bij de mishandeling de navolgende gereedschappen die uit zijn eigen woning afkomstig waren gebruikt waren:
-een hamer, deze zou in de badkamer liggen,
-een schroevendraaier, deze zou in de achterste kamer liggen,
-een combinatietang en een schaar met zwarte handgrepen, deze zouden op de salontafel in de woonkamer liggen, en
-een eetlepel die op het fornuis in de keuken verhit werd. Door de collega [verbalisant 2] werd medegedeeld dat toen zij de woning betraden een eetlepel op de voorste linker brander van het fornuis lag en dat de pit in werking was.
Over de drinkblikjes en sigarettenpeuken verklaarde het slachtoffer dat deze van de daders waren. De daders zouden de nacht in zijn woning hebben doorgebracht en tijdens hun verblijf gedronken en gerookt hebben. Tijdens de gijzeling had het slachtoffer van de daders een blauwe Nokia telefoon ontvangen. Deze zou op de zitting van de tweezitsbank in de woonkamer liggen.
Betrokkene slachtoffer: [slachtoffer] , geboortedatum: [geboortedag 2] 1973.
Veiligstellen kleding slachtoffer
Ik, [verbalisant 4] , zag dat het slachtoffer in de woonkamer op de bureaustoel zat, waarop hij vastgebonden had gezeten. Ik, [verbalisant 4] , zag dat het slachtoffer in zijn gelaat diverse verwondingen had. Op armen en benen waren meerdere bloedige letsels zichtbaar. Op de zijkant van het rechter bovenbeen was een zwarte vlek zichtbaar, waarvan het slachtoffer zei dat deze ontstaan was doordat op deze plaats een hete eetlepel tegen zijn been was gedrukt. Voordat ik, [verbalisant 4] , het slachtoffer zijn kleding heb laten uittrekken heb ik het bindmateriaal dat door de collegae doorgesneden was en tussen de rugleuning van de stoel en de rug van het slachtoffer lag en op de vloer onder de stoel van het slachtoffer lag voor verder onderzoek op een celstoflaken geplaatst. Dit bindmateriaal is later door ons als sporendrager veiliggesteld.
Op de zitting van de tweezitsbank in de woonkamer lag een blauwe Nokia telefoon.
In de keuken zagen wij een blauwe aansteker liggen. Deze lag nabij de voorste linker brander van het gasfornuis die brandend was aangetroffen. Ik, [verbalisant 4] heb het ontstekingswieltje en de drukknop van deze aansteker ter plaatste op DNA bemonsterd. De eetlepel op de brander werd veiliggesteld.
Op de salontafel lagen en stonden een groot aantal goederen, waar onder gebruiksartikelen ten behoeve van verdovende middelen gebruik. Op de salontafel stonden een zestal drinkblikjes. Twee geopende blikjes Red Bull en één geopend blikje Cherry Fernandez aan de zijde van het tweepersoonsbed. Eén geopend blikje Red Bull aan de overzijde en één geopend blikje Sprite en een gesloten blikje Espresso Monster. De drinkopeningen van alle geopende blikjes werden door mij, [verbalisant 4] , op DNA bemonsterd.
Op de salontafel lag één sigarettenpeuk Marlboro. Deze werd veilig gesteld. Op de salontafel lag op de hoek aan de zijde van de hal een combinatie tang met oranje/grijze handgrepen en een schaar met zwarte handgrepen. Deze werden veilig gesteld. Op de salontafel stond een asbak et een groot aantal peuken. Alle peuken werden veilig gesteld.
Op de badkamer lag een hamer met houten steel. Deze werd veiliggesteld.
Achterste kamer
Op een kast in de achterste kamer stond één open blikje Red Bull en lag een kruiskop schroevendraaier. De drinkopening van dit blikje werd op DNA bemonsterd, waarna het blikje veiliggesteld werd. Op de steel van de schroevendraaier zagen wij nabij de greep kleine aftekeningen van bloed. Een van deze bloedvlekjes werd door ons bemonsterd. De schroevendraaier werd in zijn geheel veiliggesteld. In de achterste kamer stond nabij de muur met de woonkamer een stoel. Op de vloer onder en nabij deze stoel lag een transparante vloeistof met aan de rand een rode verkleuring van bloed. Op de vloer van deze kamer waren meerdere fragmenten van met bloed gezette schoenzoolafdrukken zichtbaar. Deze fragmenten vormden een gangspoor tussen het gebied voor de verwarmingsradiator en de toegangsdeur naar deze kamer. In het midden van dit gangspoor was een fragment van een met bloed gezette schoenzoolafdruk zichtbaar waarin een golfpatroon zichtbaar was. (foto 67 en 68) .
Op de vloer van deze kamer nabij de verwarmingsradiator waren meerdere aftekeningen van bloed zichtbaar (foto 69). Aan de rand van dit bloedbeeld lagen op de vloer de resten van een filter sigaret (foto 69 en 70). De resten maakten een vertrapte cq. verstoorde indruk. De resten zijn door ons veiliggesteld.
Bloedbeeld achterste kamer
Wij zagen dat op de vloer van de achterste kamer, in het gebied direct voor de verwarmingsradiator, meerdere aftekeningen van bloed zichtbaar waren. Er waren nagenoeg ronde aftekeningen van bloed en bloed vegen zichtbaar. Tegen de muren en verwarmingsradiator waren eveneens aftekeningen van bloed zichtbaar. Zo zagen wij tegen de zijmuur waar de kast stond twee iets ellipsvormige aftekeningen van bloed. Gelet op de ellipsvorm betreffen het hier bloeddruppels die in een nagenoeg verticale baan tegen de muur terecht zijn gekomen terwijl zij een neerwaartse beweging maakten. Tegen de muur met verwarmingsradiator waren links van het raam een drietal langgerekte aftekeningen van bloed zichtbaar.
Tegen de voorzijde van de verwarmingsradiator waren meerdere aftekeningen van bloed zichtbaar. Op de vloer waren ronde aftekeningen van bloed zichtbaar. Gelet op de aftekeningen zijn deze waarschijnlijk afkomstig van een bebloed voorwerp of bebloed of bloedend lichaamsdeel in beweging.
Samenvatting
-Gelet op het feit dat het slachtoffer bloedend en vastgebonden op de stoel werd aangetroffen is hier sprake van onrechtmatige vrijheidsbeneming en mishandeling.
-Gelet op de aangetroffen touwen is het slachtoffer zeer waarschijnlijk door een ander persoon aan de stoel vastgebonden.
-Gelet op het bloedbeeld in de achterste kamer heeft, gelet op de verklaring van het slachtoffer dat hij als enige gebloed heeft, het slachtoffer zich bloedend in deze kamer bevonden.
-Gelet op de twee verschillende met bloed gezette schoenzoolfragmenten op de vloer van deze achterste kamer zijn er minimaal twee personen ten tijde dat het bloed vloeibaar was, in deze achterste kamer geweest. Het slachtoffer had geen schoenen gedragen.
-In de woning zijn op aanwijzing van het slachtoffer meerdere gereedschappen veiliggesteld.
Overzicht veiliggestelde sporen en sporendragers
Spoornummer: PL2300-2021003548-69073
SIN: AAMP7316NL
Plaats veiligstellen: Bemonstering Fernandez blikje
Spoornummer: PL2300-2021003548-69074
SIN: AAMP7318NL
Plaats veiligstellen: Blikje Red Bull 1
Spoornummer: PL2300-2021003548-69077
SIN: AAMP7321NL
Plaats veiligstellen: Bemonstering blikje Sprite
Spoornummer: PL2300-2021003548-69078
SIN: AANT6747NL
Plaats veiligstellen: Peuk asbak salontafel
Spoornummer: PL2300-2021003548-69079
SIN: AANT6749NL
Plaats veiligstellen: Peuk asbak salontafel
Spoornummer: PL2300-2021003548-69081
SIN: AANA3511NL
Plaats veiligstellen: Peuk Marlboro asbak salontafel
Spoornummer: PL2300-2021003548
SIN: AANA3512NL
Plaats veiligstellen: Peuk Marlboro asbak salontafel
Spoornummer: PL2300-2021003548-69083
SIN: ANAA3513NL
Plaats veiligstellen: Peuk Marlboro asbak salontafel
Spoornummer: PL2300-2021003548-69094
SIN: AANT6733NL
Plaats veiligstellen: Peuk uit prullenbak salontafel
Spoornummer: PL2300-2021003548-69095
SIN: AANT6734NL
Plaats veiligstellen: Bemonstering blikje achterste kamer
Spoornummer: PL2300-2021003548-69097
SIN: AANT6737NL
Plaats veiligstellen: Peuk vloer achterste kamer
Spoornummer: PL2300-2021003548-69093
SIN: AANT6745NL
Plaats veiligstellen: Peuk vanaf salontafel
Spoornummer: PL2300-2021003548-1384291
SIN: AANT6905NL
Bijzonderheden: Blikje Red bull 1
Spoornummer: PL2300-2021003548-1384292
SIN: AANT6906NL
Bijzonderheden: Blikje Red bull 2
Goednummer: PL2300-2021003548-1384298
SIN: AANT6911NL
Bijzonderheden: kruiskop schroevendraaier achterste kamer
Goednummer: PL2300-2021003548-1384276
SIN: AANT6897NL
Bijzonderheden: lepel
Goednummer: PL2300-2021003548-1384282
SIN: AANT6899NL
Bijzonderheden: Touw met leren halsband
Goednummer: PL2300-2021003548-1384283
SIN: AANT6900NL
Object: Touw
Land: Nederland
Bijzonderheden: Test bindmiddelen handen voeten SO
Goednummer: PL2300-2021003548-1384285
SIN: AANT6901NL
Object: handgereedschap
Goednummer: PL2300-2021003548-1384296
SIN: AANT6909NL
Object: handgereedschap (hamer)
Bijzonderheden: vanaf wasmachine badkamer
8.
Het proces-verbaal van forensisch onderzoek stukken van overtuiging (svo), d.d. 28 januari 2021, dossierpagina’s 127-134, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 6] :
Termen in verband met knooponderzoek
Werkend eind: het actieve deel van het bindmateriaal. Het deel dat de knoper gebruikt/vast heeft om de knoop te maken. Staand eind: het inactieve deel van het bindmateriaal. Het andere deel van het bindmateriaal dat niet bij het knopen betrokken wordt. Bocht: deel in het bindmateriaal dat tot een U gebogen is. Lus: deel in het bindmateriaal dat ontstaat wanneer het bindmateriaal zover tot een U gebogen wordt dat het bindmateriaal elkaar kruist.
Onderzoek touw met SIN AANT6900NL
Wij zagen dat de sporendrager was verpakt in een verzegelde papieren zak. Nadat wij
de sporendrager uit de zak hadden gehaald, zagen wij dat de sporendrager was verpakt in een onderzoekslaken. Nadat ik, [verbalisant 4] , het onderzoekslaken had opengevouwen, zagen wij dat het 4 delen touw betrof. Wij zagen dat de touwdelen allemaal van hetzelfde soort touw waren. Het betrof een touw met één streng als kern en een gevlochten wit gekleurde mantel met groen gekleurde accenten. Wij zagen dat in 3 van de 4 touwdelen knopen aanwezig waren. Twee touwdelen waren sterk bebloed. Gelet op de vraagstelling om het touw op die plaatsen te bemonsteren waar de persoon die de knopen in het touw heeft gemaakt het touw heeft moeten vastpakken, hebben wij ons gericht op het niet zichtbaar bebloede touw met twee knopen. Ten behoeve van de beschrijving zal verder in dit proces-verbaal gesproken worden over knoop A en B.
Uit onderzoek van de knopen A en B bleek mij, [verbalisant 4] , het navolgende:
Knoop A: Dit betrof een zogenaamd "oud wijf" bestaande uit twee identieke overhandse knopen. De werkende einden van deze knoop zijn de uiteinden genummerd met 1 en 2. Het staande eind van deze knoop zijn de delen touw die met 3 en 5 zijn genummerd.
Knoop B: De delen touw genummerd met 4 en 5 vormen één geheel (foto 2 op dossierpagina 136). Om dit touw is een overhandse knoop gemaakt met een deel touw dat niet genummerd is.
Biologisch onderzoek
De meest kansrijke plekken om DNA van de "knoper" aan te treffen zijn, in de knoop zelf en de werkende einden van het touw. Gelet op het feit dat het touw op de vloer heeft gelegen kan er sprake zijn van contaminatie van DNA van de vloer op de werkende einden. De kans van contaminatie in de knoop is zeer onwaarschijnlijk, omdat de binnenzijde van de knoop geen contact met de vloer kan maken. Derhalve is het aantreffen van DNA in de knoop een sterke aanwijzing dat dit DNA daar terecht is gekomen op het moment dat de persoon deze knoop maakte. Wij hebben deze sporendrager onderzocht op de aanwezigheid van biologische sporen. Wij hebben het touw op meerdere plaatsen bemonsterd.
Bemonsteringen: AAOJ8071NL
Onderzoek riem met touw met SIN AANT6899NL
Wij zagen dat het een leren halsband en een deel van een touw betrof. Ongeveer halverwege de riem was een metalen ring aanwezig. Wij zagen dat aan deze ring een touw bevestigd was, dat ogenschijnlijk hetzelfde was als de andere 4 touwdelen. Ik, [verbalisant 4] , zag dat het touw dubbel geslagen door deze ring was gevoerd en dat door de ontstane bocht, de twee uiteinden van het touw gevoerd waren, waardoor het touw de metalen ring omsloot. In de bocht, zag ik, [verbalisant 4] , een overhandse knoop in één van de touwen.Wij hebben deze sporendrager onderzocht op de aanwezigheid van biologische sporen. Wij hebben de riem en het touw op meerdere plaatsen bemonsterd. Bemonsteringen SIN AANV1601NL.
Onderzoek combinatietang SIN AANT6901NL
Wij zagen dat het een combinatietang betrof, met een oranje/grijs gekleurd handvat, merk Werckmann. Van de combinatietang werden de handgrepen bemonsterd op DNA SIN AANV1603NL.
Onderzoek Schaar met SIN AANT6902NL
Het betrof een schaar met zwart gekleurde handvaten. Ongeveer 65 millimeter vanaf het draaipunt zagen wij een rode substantie. Wij hebben de handgrepen bemonsterd SIN AANV1606NL.
Onderzoek hamer SIN AANT6909NL
Wij zagen dat de hamer een houten steel had. We hebben de punt van de hamer bemonsterd SIN AANV1607NL en de steel AANV1608NL.
Onderzoek schroevendraaier met SIN AANT6911NL
Het betrof een kruiskop schroevendraaier met een zwart gekleurd handvat met groen gekleurde accenten. Op de steel was bloed aanwezig. Wij hebben de punt van de schroevendraaier bemonsterd SIN AANV1610NL. Wij hebben het handvat bemonsterd AANV1609NL.
Onderzoek eetlepel SIN AANT6897NL
De eetlepel was door hitte inwerking verkleurd.

9.Proces-verbaal vooronderzoek lab d.d. 10 februari 2021, dossierpagina’s 147-149

Wij, verbalisanten, [verbalisant 7] , en [verbalisant 8] , verklaren het volgende:
In verband met een gijzeling te Kerkrade werd door ons op 9 februari 2021 als forensisch onderzoekers een forensisch onderzoek verricht naar sporen aan onderstaande sporendragers.
Goednummer: PL2300-2021003548-1384276
SIN: AANT6897NL
Object: eetlepel
Ik, verbalisant [verbalisant 8] , heb de gehele steel van de eetlepel met behulp van een wattenstaafje bemonsterd op mogelijke aanwezigheid van humane biologische sporen, wij hebben het spoor gewaarmerkt met SIN AAOJ8082NL.
10.
De deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek van Dr. M. Moorlag, Forensisch DNA-deskundige in opleiding en Dr. M. Hidding, NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige, d.d. 1 februari 2021, dossierpagina’s 173-177, voor zover inhoudende:
De resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn weergegeven in tabel 1.
Tabel 1 - Resultaat van het DNA-onderzoek_
Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van celmateriaal
In de knoop tussen 4 & 5 AAOJ8071NL
Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] .
Slachtoffer [slachtoffer] kan donor zijn van een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal in de bemonstering.
Buitenzijde grijze deel handgreep combinatietang
AANV1603NL
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren van wie zeker één man.
[verdachte] en [slachtoffer] kunnen donor zijn van celmateriaal in de bemorstering.
Gehele steel van de hamer
AANV1608NL
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.
[verdachte] en [slachtoffer] kunnen donor zijn van celmateriaal in de bemonstering.
Punt hamer
AANV1607NL
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer] .
Punt van de kruiskop schroevendraaier
AANV1601NL
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [slachtoffer] .
11.
Deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek d.d. 11 februari 2021 van Dr. M. Moorlag, Forensisch DNA deskundige in opleiding en Dr. M. Hidding, NRGD-geregistreed forensisch DNA-deskundige, pagina 180 en 181
Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van celmateriaal
Hele steel van de lepel
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.
[slachtoffer] en [verdachte] kunnen donor zijn van celmateriaal.
12.
De deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek d.d. 13 maart 2023, Dr. M. Hidding, NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige (los opgenomen)
Berekening van de bewijswaarde
Hypothese 1: de bemonstering van het spoor bevat DNA van [verdachte] en twee onbekende niet verwante personen
Hypothese 2: de bemonstering van het spoor bevat DNA van drie, onbekende, niet verwante personen
AANV1603NL: buitenzijde grijze deel handgreep combinatietang
De resultaten van het onderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
AANV1608NL: gehele steel van de hamer
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is
AAOJ8082NL: hele steel lepel
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
13.
De deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek van Dr. M. Moorlag, Forensisch DNA-deskundige in opleiding en Dr. M. Hidding, NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige d.d. 14 januari 2021, dossierpagina’s 150-153, voor zover inhoudende:
2. Bevindingen
De resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn weergegeven in tabel 1.
Tabel 1 - Resultaat van het DNA-onderzoek
Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van celmateriaal
Blikje Fernandez Cherry
AAMP7316NL
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op éen miljard.
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] .
Blikje Red Bull1
AAMP7318NL
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] .
Blikje Red Bull 2
AAMP7319NL
De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] .
Peuk Marlboro filter
AANA3511NL
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 1] .
Peuk Marlboro filter
AANA3512NL
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] .
Peuk Marlboro filter
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] .
Peuk Marlboro filter
AANA3520NL
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] .
Peuk filter afvalbakje salontafel
AANT6733NL
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] .
Blikje Red AANT6734NL
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] .
Peuk vloer slaapkamer
AANT6737NL
Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van slachtoffer [slachtoffer] .
[verdachte] kan donor zijn van een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal in de bemonstering.
Peuk van blad salontafel
AANT6745NL
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] .
Peuk Marlboro filter
AANT6747
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [medeverdachte 2] .
Peuk Marlboro filter
AANT6749NL
DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.
Het DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van [verdachte] .

14.Proces-verbaal individualisatie dactyloscopisch spoor, blz 191a

Uit een door mij ontvangen rapport Dactyloscopisch Onderzoek van de Landelijke Eenheid Dactyloscopie, blijkt dat een vergelijkend onderzoek met een dactyloscopisch spoor heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon, geregistreerd in de landelijke vinger- en handpalmafdrukken verzameling Havank onder de volgende personalia:
[medeverdachte 1] , geboren [geboortedag 3] 1990.
Spoor:
AANA3353NL
Vingerafdruk
Buitenzijde blikje boven ‘s’ van Sprite

15.Rapport Dactyloscopisch onderzoek, blz 191b

Kenmerk spoor: AANA3353NL
Dit onderzoek heeft tot individualisatie van het spoor op een persoon geregistreerd in Havank onder biometrienummer 310001128082
Achtenaam: [medeverdachte 1]
Voornaam: [medeverdachte 1]
Geboortedatum: [geboortedag 3] 1990
Geboorteplaats: [geboorteplaats 2]
Linker ringvinger
Bewijsoverwegingen
Algemene bewijsoverweging
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Bijzondere bewijsoverweging
De raadsvrouw van de verdachte heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde wegens een gebrek aan bewijs. Het vonnis dient te worden bevestigd. Zij heeft aangegeven dat niet ter discussie staat dat [slachtoffer] vastgebonden is aangetroffen in zijn woning en daar is mishandeld. De vraag is echter of de verdachte de tenlastegelegde gedragingen heeft gepleegd. Verdachte stelt dat hij op 6 en 7 januari 2021 niet in Kerkrade was, maar in Rotterdam en later naar Maastricht is gegaan.
De verklaringen van aangever zijn wisselend van aard nu hij in de eerste verklaring heeft gesteld dat hij de binnengekomen mannen niet kende. Drie weken later komt hij daarop terug.
Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer] verklaard dat de verdachte het niet gedaan heeft, evenmin als de medeverdachte [medeverdachte 1] en dat hij de naam van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] heeft genoemd omdat die hem een streek hadden geleverd en hij hen wilde terugpakken. Bij de raadsheer-commissaris bevestigt hij dit. De verklaringen van [slachtoffer] worden voorts niet in voldoende mate ondersteund door ander bewijsmateriaal.
Het forensisch bewijs is onvoldoende als steunbewijs omdat het alledaagse voorwerpen betreft waarop het DNA van de verdachte is aangetroffen en de verdachte in de woning heeft gewoond. Ook liet hij de hond uit waarbij hij het touw gebruikte. Het kan zijn dat de blikjes en peuken er al lagen voor 6 en 7 januari 2021 nu de woning erg rommelig was en niet opgeruimd werd. Ook de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kwamen in de woning en zullen daar sporen hebben achtergelaten.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Uit het dossier blijkt dat op 7 januari 2021 verbalisanten, na een melding van een omwonende, het slachtoffer [slachtoffer] hebben aangetroffen in zijn woning op [adres 2] . Slachtoffer [slachtoffer] werd aangetroffen in de hal van zijn woning en was met touwen vastgebonden aan een bureaustoel. Het slachtoffer had diverse verwondingen aan zijn gezicht en op zijn benen en zijn kleding was bevlekt met bloed. De verbalisanten hebben de touwen waarmee het slachtoffer was vastgebonden, met een mes doorgesneden en het slachtoffer bevrijd.
Slachtoffer [slachtoffer] verklaarde dat twee mannen zijn woning binnen waren gelopen via de voordeur. De twee mannen bedreigden het slachtoffer en wilden zijn woning overnemen. Toen [slachtoffer] dit weigerde, werd hij door de verdachte vastgebonden aan een stoel. De twee mannen hebben het slachtoffer mishandeld terwijl hij vastgebonden op de stoel zat. De mishandelingen vonden plaats in de woonkamer en in de slaapkamer.
Van de zijde van de verdediging is aangevoerd dat het slachtoffer [slachtoffer] niet gevolgd kan worden in zijn verklaring dat het de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zijn geweest die de ten laste gelegde handelingen hebben gepleegd, immers heeft aangever aanvankelijk gezegd de mannen niet te kennen, noemt hij vervolgens drie weken later wel de namen en komt hij daar weer op terug bij de rechter-commissaris. Ook in het verhoor bij de raadsheer-commissaris blijft hij daar bij.
Het hof stelt vast dat aangever aanvankelijk, volgens de verbalisanten, zegt de mannen niet te kennen, doch wel een omschrijving geeft van de mannen, welke, in ieder geval qua uiterlijk en afkomst (Rotterdam) past bij de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] . In zijn aangifte blijft hij bij de omschrijving van de signalementen en noemt ook de bijnaam [verdachte] die, naar de verdachte zelf heeft verklaard, bij de verdachte hoort. Ook vertelt hij dat medeverdachte [medeverdachte 2] langs kwam om wapens op te halen. In zijn nadere verhoor herkent hij de drie personen op de foto’s die worden getoond.
In het verhoor bij de rechter-commissaris op 23 november 2022 verklaart aangever dat hij de hele aangifte heeft verzonnen. Hij verklaart ook dat hij samen met verdachte na de pleegdatum gedetineerd heeft gezeten. Dat verdachte en [medeverdachte 1] hem een streek hadden geflikt en hij ze wilde terugpakken. Hij kan zich niet herinneren welke streek ze hem hebben geflikt.
Bij nadere bevraging door de raadsheer-commissaris op 23 september 2024 verklaart aangever dat hij zich bezig hield met verdovende middelen, zowel handel als gebruik. Desgevraagd verklaart hij dat hij angst heeft dat als hij de namen van de daders noemt hem iets wordt aangedaan dat erger is dan wat hem nu reeds is overkomen. Hij kan geen antwoord geven op de vraag waarom hij bij de politie de namen van verdachte en [medeverdachte 1] heeft genoemd. Hij kan geen antwoord geven op de vraag welke streek hem is geleverd en ook niet op de vraag waarom hij ook [medeverdachte 2] heeft genoemd, terwijl deze hem geen streek had geleverd. Hij wil het achter zich laten en vindt het goed zo.
Het hof concludeert hieruit dat hetgeen de aangever bij de rechter-commissaris heeft verklaard, dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] het ten laste gelegde niet hebben gepleegd ingegeven is uit angst en derhalve niet geloofwaardig is. Het hof zal aan die verklaring voorbij gaan. Het hof zal voor de bewijsvoering derhalve uitgaan van de juistheid van de verklaringen van aangever in zijn aangifte op 27 januari 2021en nader verhoor op 6 februari 2021.
Naar het oordeel van het hof worden die verklaringen ondersteund door de uitkomsten van het sporenonderzoek in de woning van de aangever en de opgemaakte letselrapportage. De aangetroffen verwondingen passen bij de verklaringen van aangever. In de woning zijn op blikjes, op peuken en gereedschappen sporen aangetroffen van de verdachte alsmede van de andere door de aangever genoemde verdachten.
Van die sporen kan worden gezegd dat zij te linken zijn aan de verklaringen van de verdachte met betrekking tot de attributen waarmee hij is vastgebonden en mishandeld. Op de steel van de hamer, de lepel en tang zijn sporen van de verdachte aangetroffen met een hoge bewijswaarde.
Bij het sporenonderzoek werd (onder meer) de binnenkant van een knoop van het touw waarmee aangever was vastgeknoopt, bemonsterd. Aan de binnenkant van de knoop werd het DNA van de verdachte aangetroffen. Dit spoor bevindt zich niet op de plaats waar het touw aan de ring van de halsband is vastgemaakt maar op een andere knoop in het touw. Het hof acht de verklaring van de verdachte dat het spoor op het touw is gekomen doordat hij de hond uitliet niet aannemelijk geworden. Temeer omdat de aangever bij de raadsheer-commissaris heeft verklaard dat hij nooit heeft gezien dat de verdachte de hond uitliet en de hond ook niet met een touw werd uitgelaten.
Ook werden zes sigarettenpeuken bemonsterd welke DNA-materiaal van de verdachte bevatten, waaronder een sigarettenpeuk die in de slaapkamer werd aangetroffen. Deze sigarettenpeuk werd aangetroffen op de vloer in de buurt van de fragmenten van de met bloed van slachtoffer [slachtoffer] gezette schoenzoolafdrukken (foto’s 67, 69 en 70, dossierpagina’s 100 en 101). Ook op deze sigarettenpeuk werd het DNA van de verdachte aangetroffen. Dit spoor past in de verklaring van aangever dat de verdachte in de slaapkamer (de achterste kamer) een sigarettenpeuk in zijn gezicht uitdrukte. Op de peuk zit zowel DNA van de verdachte als van aangever.
Het hof is van oordeel dat deze sporen zijn aan te merken als een daderspoor en niet enkel als sporen die door dagelijks gebruik daar terecht zijn gekomen.
Het hof komt aldus tot bewezenverklaring dat het de verdachte, tezamen met een ander, is geweest die de wederrechtelijke vrijheidsberoving en de poging tot zware mishandeling heeft gepleegd.
Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 en feit 2 primair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.
Het onder 2 primair bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
poging tot zware mishandeling.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij slachtoffer [slachtoffer] in diens eigen woning, tezamen met een ander, wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden. Tijdens deze wederrechtelijke vrijheidsberoving werd het slachtoffer langdurig vastgebonden op een stoel en werd hij mishandeld. Hij is geslagen met een hamer, geprikt met een schroevendraaier, er is geknipt in zijn vinger en met een verhitte lepel zijn brandwonden toegebracht op zijn lichaam. Slachtoffer [slachtoffer] heeft hier blijvende lichamelijke letsels, zoals littekens, aan overgehouden en heeft therapie gehad.
Door de bewezenverklaarde handelingen heeft het slachtoffer zeer angstige momenten beleefd en heeft de verdachte een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en de vrijheid van het slachtoffer. Ook heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie, d.d. 14 oktober 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte waaruit volgt dat hij niet eerder hier te lande onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke delicten.
Verder heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan ter terechtzitting gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat de verdachte geen vaste woonplaats heeft, dat hij zijn levensstijl wenst te veranderen en dat hij daarvoor in gesprek is met een dokter en een praktijkondersteuner. Zijn vriend en medeverdachte [medeverdachte 1] is enkele maanden geleden bij een ongeluk in Marokko overleden.
Het hof heeft zich voorts rekenschap gegeven van de redelijke termijn.
Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.
De redelijke termijn is aangevangen op 9 oktober 2021, de dag waarop de verdachte voor het eerst werd verhoord en op deze dag werd de verdachte in verzekering gesteld. Aan die handelingen kon de verdachte immers in redelijkheid de verwachting ontlenen dat tegen hem door het openbaar ministerie een strafvervolging zou worden ingesteld. De rechtbank heeft op 21 februari 2023 vonnis gewezen. Gelet hierop is er in de fase van eerste aanleg geen sprake van een overschrijding van de redelijke termijn.
Van de zijde van het openbaar ministerie is op 7 maart 2023 hoger beroep ingesteld. Het hof wijst het onderhavige arrest op 23 december 2025. In hoger beroep is de redelijke termijn met een periode van ongeveer 10 maanden overschreden.
Tijdens de behandeling van de zaak in eerste aanleg en ook in hoger beroep heeft nog aanvullend onderzoek plaatsgehad. In hoger beroep is een tussenarrest gewezen en is besloten om de aangever als getuige door de raadsheer-commissaris te laten horen. Deze omstandigheid vormt naar het oordeel van het hof evenwel geen rechtvaardiging voor voornoemde overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Naar het oordeel van het hof is het recht op een behandeling binnen een redelijke termijn dan ook geschonden. Het hof is van oordeel dat de schending van de redelijke termijn dient te leiden tot strafvermindering.
Zonder schending van de redelijke termijn zou een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest naar het oordeel van het hof passend en geboden zijn geweest, vanwege de bijzondere ernst van deze feiten en de blijvende littekens bij het slachtoffer. Nu de redelijke termijn is geschonden, zal het hof volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 43 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Het hof is aldus van oordeel dat, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen door dit hof worden opgelegd en uit het oogpunt van vergelding, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 43 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 45, 57, 63, 282 en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
43 (drieënveertig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Aldus gewezen door:
mr. J. Platschorre, voorzitter,
mr. S. Riemens en mr. K.J. van Dijk, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier,
en op 23 december 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.