Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van die feiten (
- deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 10, vierde lid, en 10a, eerste lid, van de Opiumwet (
De medeverdachten, en dan met name [medeverdachte 1] , hadden veelvuldig (telefonisch) contact met verdachte waarbij - onder meer - werd besproken dat er “zout” geregeld moest worden en verdachte, direct na het verlaten van de loods, aan [medeverdachte 1] meldde dat ze klaar waren.“
De medeverdachten, en dan met name [medeverdachte 1] , hadden veelvuldig (telefonisch) contact met de verdachte. Met het telefoonnummer dat in gebruik was bij de verdachte werd - onder meer - besproken dat er “zout” geregeld moest worden. Daarnaast heeft de verdachte, direct na het verlaten van de loods, aan [medeverdachte 1] gemeld dat ze klaar waren.“
“Verdachte komt ook in beeld over de tap als hij, samen met [medeverdachte 2] , met [medeverdachte 1] belt over het ontbreken van zout.”
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden;