Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 juni 2021 (pg. 7-8), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Sv, te weten een foto, gevoegd – zo begrijpt het hof – als bijlage bij het hiervoor onder 1 vermelde proces-verbaal van bevindingen (pg. 9).
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 juli 2021 (p. 13-19), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer 1](waarbij het hof opmerkt dat de
gecursiveerdetekst betreft vragen dan wel opmerkingen van de verhorend verbalisant alsmede een opmerking van het hof)
:
het hof begrijpt: [slachtoffer 2] )haar broekje omlaag, trok haar van de trap en duwde haar onder water. Er was een mevrouw die zei toen dat dat wat hij deed, niet hoorde. Tegen die vrouw hadden wij verteld dat die man ons aanraakte.
Het proces-verbaal van getuigenverhoor door de raadsheer-commissaris d.d. 12 februari 2025 (los opgenomen), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2](waarbij het hof opmerkt dat de
gecursiveerdetekst betreft vragen en opmerkingen van de raadsheer-commissaris))
:
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 11 december 2024, voor zover inhoudende:
het hof begrijpt: getuige [getuige 2]) kwam naar ons toe om ons te spreken en toen zijn we op zijn verzoek weggegaan.
Toen [slachtoffer 1] naar de baas van het zwembad liep, die naar de man toeliep, toen zei die man dat hij dat had gedaan. Toen die baas zei dat daarvoor de politie moest komen, zei de man dat hij het niet meer had gedaan.In haar aangifte heeft aldus ook [slachtoffer 1] bevestigd dat zij de verdachte tegenover [getuige 2] heeft horen erkennen dat hij aan haar had gezeten om dit vervolgens te ontkennen, toen de politie erbij zou worden geroepen. Aan de conclusie dat het hierbij ging om de verdachte, draagt bij de foto waarop de verdachte zichzelf heeft herkend, en die tot het bewijs is gebezigd als zijnde de foto die door [getuige 2] van de man in kwestie, naar later bleek de verdachte, was gemaakt. Voor zover de verdediging nog heeft aangevoerd dat voormeld citaat van [getuige 2] onvoldoende duidelijk is omdat de verdachte daarmee ook heeft kunnen bedoelen dat hij de meisjes in het water had gegooid, gaat niet op. Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen bestaat er naar het oordeel van het hof geen twijfel dat het om de aanraking van de billen ging, nu [getuige 2] daarvoor verklaarde dat twee meisjes zich bij hem hadden gemeld met het verhaal dat één van de meisjes bij haar billen gegrepen was en bij de ander getracht was haar broekje uit te trekken. Hieruit blijkt dat het gedrag waarover [getuige 2] de verdachte aansprak niet zag op het in het water gooien van de meisjes, hetgeen ook wordt bevestigd door de hiervoor aangehaalde passage uit de aangifte van [slachtoffer 1] . Dat de reactie van de verdachte hierop wel zag acht het hof tegen deze achtergrond niet aannemelijk.