Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen zijn veroordeling voor medeplegen van valsheid in geschrift. De valsheid betrof het opmaken van valse documenten over niet geleverde melk om meer fosfaatrechten te verkrijgen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Het hof oordeelde dat verdachte samen met zijn adviseur, medeverdachte, bewust valse administraties en documenten had geconstrueerd en ingediend. Uit tapgesprekken en mailverkeer bleek dat zij de hoeveelheid weggegooide melk kunstmatig hadden verhoogd en de diergeneesmiddelenregistratie hadden gefingeerd om de RVO te misleiden.
De verdediging voerde onder meer aan dat vervolging van verdachte en zijn vennootschap onder firma (V.O.F.) tot dubbele bestraffing zou leiden, maar het hof verwierp dit op grond van het ne bis in idem-beginsel omdat de V.O.F. als zelfstandig rechtssubject wordt beschouwd.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor wat betreft de strafoplegging en legde een taakstraf van 120 uren op, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De veroordeling werd bevestigd, waarbij het hof het handelen van verdachte kwalijk nam vanwege het ondermijnen van het fosfaatrechtenstelsel en het milieu, en het veroorzaken van oneerlijke concurrentie.
De redelijke termijn in hoger beroep was overschreden, maar het hof volstond met een constatering hiervan zonder strafvermindering.