In deze civielrechtelijke arbeidszaak stond centraal of de werknemer gehouden was aan een concurrentiebeding, nevenwerkzaamhedenbeding en boetebeding, en of zij boetes en rente verschuldigd was aan haar werkgever, Paardenkliniek Venlo B.V. (PKV).
Het hof bevestigde dat het nevenwerkzaamhedenbeding en boetebeding rechtsgeldig waren en dat de werknemer dit beding had overtreden door het voortzetten van nevenactiviteiten, waaronder het oprichten van een vennootschap onder firma. Het concurrentiebeding werd echter niet als rechtsgeldig erkend vanwege het ontbreken van een geldige ondertekening van de arbeidsovereenkomst uit 2018.
De boete werd door het hof gematigd van €176.500 naar €88.250, waarbij factoren als de ernst van de overtreding, de schade voor de werkgever, het voordeel voor de werknemer, het salaris en de duur van het dienstverband werden meegewogen. De gevorderde incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Daarnaast werden de beslagkosten toegewezen en werd de werknemer veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde proceskosten. De proceskosten werden in eerste aanleg en hoger beroep gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.