In deze zaak, die op 4 december 2025 door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch is behandeld, gaat het om de wijziging van gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag en de ontzegging van het recht op omgang voor onbepaalde tijd. De vader, verzoeker in hoger beroep, heeft in eerdere procedures niet voldaan aan de eisen voor een persoonlijkheidsonderzoek, wat essentieel is voor het bepalen van zijn geschiktheid als ouder. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd dat er meer zicht moet komen op de vader, maar dit is niet gerealiseerd. De ouders hebben een verstoorde relatie en er is geen contact tussen de vader en de minderjarige sinds januari 2023. Het hof heeft vastgesteld dat de situatie onveranderd is gebleven en dat gezamenlijk gezag niet in het belang van de minderjarige is. De moeder heeft ingestemd met het voorstel van de Raad voor begeleid contact, maar de vader weigert hieraan mee te werken. Het hof concludeert dat de wijziging naar eenhoofdig gezag noodzakelijk is voor de veiligheid en het welzijn van de minderjarige. De beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is bekrachtigd, en het hof heeft de verzoeken van de vader afgewezen.