Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
[verdachte]
- ‘poging tot doodslag, meermalen gepleegd’ (feit 1) en
- ‘opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Op 14 oktober 2020 ontstond een uitslaande brand in een woning te Schijndel, waarbij vijf gezinsleden aanwezig waren. Verdachte werd beschuldigd van poging tot moord op zijn ouders en zussen en brandstichting met gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd. Uit het onderzoek bleek dat het niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat verdachte de brand heeft gesticht. Brandtechnisch en forensisch onderzoek toonde aan dat ieder gezinslid de brand kon hebben veroorzaakt. De omstandigheden zoals het dragen van handschoenen door verdachte en zijn positie als eerste buiten waren niet doorslaggevend. Ook ontbraken sporen van ontbrandbare vloeistof op zijn kleding.
De advocaat-generaal had gepleit voor veroordeling, stellende dat verdachte met voorbedachten rade handelde. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was en dat ook andere gezinsleden als dader niet konden worden uitgesloten.
Het hof oordeelde dat het bewijs tekortschiet en sprak verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en onmiddellijke invrijheidstelling gelast.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot moord en brandstichting wegens onvoldoende bewijs.