ECLI:NL:GHSHE:2025:3422

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
20-000671-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 lid 2 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 Wetboek van StrafrechtArt. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens rijden zonder geldig rijbewijs en gevaarzetting in het verkeer

De verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en het veroorzaken van gevaar in het verkeer. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter vanwege onvoldoende motivering en behandelde de zaak opnieuw. Het achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 27 maart 2023 in Tilburg met een veel te hoge snelheid over diverse wegen en voetgangersgebieden reed, waarbij hij tegen een betonnen object tot stilstand kwam. Tevens reed hij terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

Gezien de ernst van de feiten, het justitiële verleden van de verdachte en zijn onverschillige houding ten opzichte van verkeersregels, legde het hof een geldboete van €750,- met subsidiaire hechtenis op voor het eerste feit. Voor het tweede feit werd een taakstraf van 80 uur opgelegd, met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand en een proeftijd van 2 jaar. De strafdoelen van afschrikking en recidivepreventie werden hiermee gediend.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €750,- met subsidiaire hechtenis en een taakstraf van 80 uur met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand en een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000671-25
Uitspraak : 26 november 2025
TEGENSPRAAK (ex artikel 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 19 februari 2025, in de strafzaak met parketnummer 02-134566-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 1) veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 750,00, subsidiair 15 dagen hechtenis, en ter zake van ‘overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen ten aanzien van de bewezenverklaring van de feiten en zal vernietigen ten aanzien van de opgelegde straf. De advocaat-generaal heeft in dat kader gevorderd dat het hof de verdachte ten aanzien van feit 1 zal veroordelen tot een geldboete ter hoogte van € 750,00, subsidiair 15 dagen hechtenis, en ten aanzien van feit 2 zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 27 maart 2023 te Tilburg, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Bellinistraat en/of de Dirigentenlaan en/of de Heikantlaan en/of de Mascagnistraat en/of de (rotonde aan de) Stokhasseltlaan en/of de Haydenstraat en/of de Haendellaan en/of het Wagnerplein, met een (veel) hogere snelheid dan de aldaar voor personenauto’s toegestane maximum snelheid heeft gereden en/of in elk geval heeft gereden met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse verantwoord was, en/of rechtdoor is gereden op een rotonde door over het fietspad, het grasveld en de stoep te rijden, en/of via een parkeerplaats een voetgangersgebied op is gereden en/of hier met hoge snelheid overheen is gereden, en/of in ieder geval zijn voertuig niet tijdig tot stilstand kon brengen en/of tegen een betonnen object tot stilstand is gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
2.
hij op of omstreeks 27 maart 2023 te Tilburg terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten AM, B en T, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, het Wagnerplein, althans in Nederland, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.
hij op 27 maart 2023 te Tilburg, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Bellinistraat en de Dirigentenlaan en de Heikantlaan en de Mascagnistraat en de (rotonde aan de) Stokhasseltlaan en de Haydenstraat en de Haendellaan en het Wagnerplein, met een (veel) hogere snelheid dan de aldaar voor personenauto’s toegestane maximum snelheid heeft gereden en in elk geval heeft gereden met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse verantwoord was, en rechtdoor is gereden op een rotonde door over het fietspad, het grasveld en de stoep te rijden, en via een parkeerplaats een voetgangersgebied op is gereden en hier met hoge snelheid overheen is gereden, en in ieder geval zijn voertuig niet tijdig tot stilstand kon brengen en tegen een betonnen object tot stilstand is gekomen, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
2.
hij op 27 maart 2023 te Tilburg terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor categorieën van motorrijtuigen, te weten AM, B en T, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorieën was afgegeven, op de weg, het Wagnerplein, als bestuurder een motorrijtuig (personenauto) van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:

overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 2 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
De verdediging heeft het hof verzocht om ten aanzien van feit 2 een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, op te leggen.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het besturen van een personenauto terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en aan gevaarzetting in het verkeer. De verdachte, die in het geheel niet mocht rijden, heeft op 27 maart 2023 met veel te hoge snelheden over verschillende wegen, het gras, over de stoep en in andere voetgangersgebieden gereden en is vervolgens tegen een betonnen object tot stilstand gekomen. Met zijn rijgedrag is een enorm gevaar op de weg veroorzaakt. Het bewezenverklaarde handelen van de verdachte getuigt dat de verdachte zich niets gelegen laat liggen aan de in Nederland geldende verkeerswetgeving. Het hof rekent het de verdachte daarom ernstig aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 17 september 2025, dat betrekking heeft op het justitieel verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. Deze veroordeling heeft de verdachte er niet van weerhouden zich schuldig te maken aan de onderhavige feiten.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Alles afwegende acht het hof ten aanzien van het bewezen verklaarde van het onder feit 1 tenlastegelegde oplegging van een geldboete ter hoogte van € 750,00, subsidiair 15 dagen hechtenis, alsmede ten aanzien van het bewezen verklaarde van het onder feit 2 tenlastegelegde oplegging van een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.
Met oplegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 9, 176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 02-134566-24 onder 2 bewezenverklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis.
Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 750,00 (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
15 (vijftien) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door:
mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter,
mr. J.C. Gillesse en mr. W.P.A. Korver, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.A.M.H. Hermans, griffier,
en op 26 november 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.