ECLI:NL:GHSHE:2025:3130
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens gebrek aan belang na schadeafwikkeling
In deze strafzaak heeft de rechtbank Oost-Brabant de verdachte veroordeeld voor het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel en een overtreding van de Warenwet. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete en verbeurdverklaring van goederen. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.
Tijdens de procedure in hoger beroep is gebleken dat de verdachte met de verzekeraars van de slachtoffers een schadeafwikkelingsovereenkomst heeft gesloten, waarbij de eerste termijnbetaling reeds is voldaan. De verdediging verzocht daarop het hoger beroep in te trekken en niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang.
Het Openbaar Ministerie verzette zich niet tegen deze intrekking, aangezien het zelf geen hoger beroep had ingesteld en er geen zwaarwegende algemene belangen waren die een inhoudelijke behandeling in de weg stonden. Het hof constateerde dat er geen inhoudelijke behandeling in hoger beroep had plaatsgevonden en dat het belang van de verdachte en enig ander rechtens te beschermen belang ontbrak.
Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hiermee komt de procedure in hoger beroep ten einde zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang na schadeafwikkeling.