Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De verdachte werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter vanwege onvoldoende motivering en deed opnieuw recht.
Uit het onderzoek en de bewijsmiddelen, waaronder het proces-verbaal van de politie en de bekennende verklaring van de verdachte, bleek dat hij op 16 april 2024 te Best met een ongeldig verklaard rijbewijs een personenauto bestuurde. De verdachte was zich hiervan bewust. Er werden geen feiten gevonden die strafuitsluitingsgronden vormden.
De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van twee weken, terwijl de verdediging pleitte voor een voorwaardelijke straf op grond van persoonlijke omstandigheden. Het hof oordeelde dat gezien de ernst van het feit, het recidivekarakter en de landelijke straftoemetingsrichtlijnen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend was. De straf van twee weken werd opgelegd, waarbij rekening werd gehouden met de beperkte duur om de impact op het gezin en het werk van de verdachte te minimaliseren.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.