Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2025:2867

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
16 oktober 2025
Zaaknummer
20-001320-25
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte culpoze brandstichting na vernietiging arrest Hoge Raad

De verdachte werd aanvankelijk door de rechtbank Oost-Brabant vrijgesproken van opzettelijke brandstichting. Tegen dit vonnis stelde het Openbaar Ministerie hoger beroep in, waarbij de tenlastelegging werd gewijzigd en subsidiair culpoze brandstichting werd toegevoegd.

Het gerechtshof sprak de verdachte vrij van opzettelijke brandstichting, maar veroordeelde hem voor culpoze brandstichting tot een gevangenisstraf van 260 dagen, waarvan 135 dagen voorwaardelijk. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor het subsidiaire feit en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Na onderzoek en pleidooien van de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte sprak het hof de verdachte vrij van culpoze brandstichting wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

De tenlastelegging betrof het op 27 februari 2022 in een woning open vuur in aanraking brengen met een bankstel en/of stoel, waardoor brand ontstond en gevaar voor personen en goederen in de woning en omliggende woningen ontstond. Het hof verbeterde taalfouten in de tenlastelegging zonder dat dit de verdediging schaadde.

De uitspraak werd op 16 oktober 2025 door het hof 's-Hertogenbosch uitgesproken, waarbij twee raadsheren niet konden medeondertekenen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van culpoze brandstichting wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001320-25
Uitspraak : 16 oktober 2025
TEGENSPRAAK (ex artikel 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen, na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 24 oktober 2022, parketnummer 01-051919-22, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] .
Procesverloop
De verdachte is bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 24 oktober 2022 vrijgesproken van opzettelijke brandstichting.
Op 4 november 2022 heeft de officier van justitie hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.
In hoger beroep is de tenlastelegging gewijzigd, in die zin dat aan de verdachte primair opzettelijke brandstichting is tenlastegelegd – van welk feit hij door de rechtbank was vrijgesproken – en subsidiair dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan culpoze brandstichting.
Bij arrest van 27 juli 2023 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch de verdachte vrijgesproken van de aan hem primair tenlastegelegde opzettelijke brandstichting. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de subsidiair tenlastegelegde culpoze brandstichting bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘aan zijn schuld brand te wijten zijn, terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar voor een ander ontstaat’ en de verdachte daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 260 dagen, waarvan 135 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Namens de verdachte is op 3 augustus 2023 tegen voormeld arrest cassatieberoep ingesteld.
De Hoge Raad heeft bij arrest van 20 mei 2025 het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 27 juli 2023 vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het subsidiair tenlastegelegde en de strafoplegging. De zaak is teruggewezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte hebben zich beiden op het standpunt gesteld dat de verdachte van het subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep en voor zover thans aan het oordeel van het hof onderworpen – tenlastegelegd dat:
subsidiair
hij op 27 februari 2022 te [plaats] , aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam in een woning (gelegen aan de [adres feit] , onderdeel uitmakend van een appartementencomplex), open vuur in aanraking heeft gebracht met een bankstel en/of een stoel, in voornoemde woning, ten gevolge waarvan het aan zijn schuld te wijten is geweest, dat voornoemd(e) bankstel en/of stoel en een deel van het interieur van voornoemde woning, gedeeltelijk zijn verbrand, en daardoor gemeen gevaar voor voornoemde woning en voor goederen in voornoemde woning en voor belendende woningen en voor goederen in die belendende woningen en levensgevaar voor een of meer zich in de belendende woningen bevindende personen, ontstond.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof acht – met de advocaat-generaal en de raadsman – niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de aan hem subsidiair tenlastegelegde culpoze brandstichting. De verdachte zal derhalve van dit feit worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,
mr. J.T.F.M. van Krieken en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.H.J. Menting, griffier,
en op 16 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. C.P.J. Scheele en mr. J.T.F.M. van Krieken zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.