Deze zaak betreft hoger beroep na terugverwijzing door de Hoge Raad over de kwalificatie van computers die gebruikt werden voor het afsluiten van sportweddenschappen. De verdachte werd aanvankelijk veroordeeld voor het exploiteren en aanwezig hebben van speel- en kansspelautomaten zonder vergunning.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'speelautomaat' in de Wet op de kansspelen moet worden uitgelegd als een toestel dat een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces bevat. Het hof heeft vastgesteld dat de computers van verdachte enkel werden gebruikt om weddenschappen op sportwedstrijden af te sluiten, waarbij het spel zelf de sportwedstrijd is en niet een door de speler in werking gesteld proces.
Het hof concludeert daarom dat deze computers niet als speelautomaten of kansspelautomaten kunnen worden aangemerkt. Gelet hierop en de overwegingen van de Hoge Raad spreekt het hof de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en de verdachte wordt vrijgesproken.