ECLI:NL:GHSHE:2025:1865
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schorsing voorlopige hechtenis ter executie onherroepelijke gevangenisstraffen
Verdachte is door de rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeeld tot een maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaar wegens bedreiging en diefstal. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Verdachte is tevens in andere strafzaken veroordeeld tot onherroepelijke gevangenisstraffen.
Namens verdachte is verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen ten behoeve van de executie van deze onherroepelijke straffen. Het hof overweegt dat de hoofdregel is dat voorlopige hechtenis voorgaat op de executie van gevangenisstraffen, maar dat op grond van zwaarwegende persoonlijke belangen hiervan kan worden afgeweken.
Het hof oordeelt dat het belang van voortgang van de tenuitvoerlegging van de onherroepelijke straffen zwaarder weegt dan het belang van voortzetting van de voorlopige hechtenis. De voorlopige hechtenis wordt geschorst vanaf het moment van executie van de onherroepelijke straffen tot het einde daarvan of totdat verdachte in aanmerking komt voor verlof, strafonderbreking of om welke reden dan ook wordt vrijgelaten. De voorlopige hechtenis zal herleven bij het moment van verlof of strafonderbreking.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis toe om executie van onherroepelijke gevangenisstraffen mogelijk te maken, met voorwaarden voor herleving van de voorlopige hechtenis.