ECLI:NL:GHSHE:2025:1688
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Integrale vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van valsheid geld bij witwaszaak
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor schuldwitwassen in verband met het storten van vermeend vals geld bij Rabobank-stortautomaten. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte integraal vrijgesproken.
De zaak draaide primair om het gebruik van vals geld, waarbij de Rabobank aangifte deed na het constateren van verdachte stortingen. De controle op echtheid werd uitgevoerd door Geldservice Nederland en De Nederlandsche Bank, maar het hof stelde vast dat de terugkoppeling aan de Rabobank niet op biljetniveau plaatsvond en dat er geen sluitend bewijs was dat het gestorte geld vals was.
De advocaat-generaal bepleitte veroordeling voor schuldwitwassen op basis van het zes-stappenplan, ook zonder vaststelling van valsheid, maar het hof oordeelde dat de valsheid een essentieel onderdeel van de tenlastelegging was. Omdat deze niet bewezen kon worden, sprak het hof de verdachte vrij. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor de kern van de tenlastelegging en bevestigt dat een veroordeling niet kan rusten op een vermoeden van schuldwitwassen zonder concreet bewijs van valsheid van het geld.
Uitkomst: Verdachte wordt integraal vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van valsheid van het gestorte geld.