Belanghebbende, die zowel verhuuractiviteiten als fiscaal advieswerkzaamheden verricht, kreeg naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over maart en september 2016. Eerder had een andere belastingplichtige, de Combinatie (belanghebbende en echtgenote), de omzetbelasting ten onrechte voldaan en teruggekregen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de naheffingsaanslagen ongegrond en vernietigde de belastingrentebeschikkingen. Belanghebbende stelde dat vanwege de dubbele toekenning van btw-nummers en de eerdere betaling door de Combinatie, de naheffingsaanslagen onterecht waren.
Het hof oordeelt dat de naheffing terecht is omdat de belasting uiteindelijk door de juiste belastingplichtige, belanghebbende, moet worden voldaan. De eerdere betaling en teruggaaf aan de Combinatie corrigeren de onjuiste heffing. Het hof vindt geen schending van het hoorrecht en wijst het verzoek tot herziening af wegens ontbreken van nieuwe feiten.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.