In hoger beroep is het mentorschap ingesteld door de kantonrechter over een betrokkene met vergevorderde multiple sclerose (MS) die rolstoelafhankelijk is en hulp nodig heeft bij verzorging. De betrokkene en haar familie, bestaande uit echtgenoot en zoon, betwisten het mentorschap en de medische inzichten waarop dit is gebaseerd. Zij wensen dat de betrokkene thuis blijft wonen met zorg van familie en pleiten voor benoeming van de echtgenoot als mentor.
De betrokkene stelt dat zij geestelijk in staat is haar belangen zelf te behartigen en dat het mentorschap haar zelfbeschikkingsrecht aantast. Zij wijst op het gebruik van medicinale wiet door de zoon en het afbouwen van Baclofen, waardoor zij zich beter voelt. De advocaat-generaal benadrukt het belang van het mentorschap vanwege de kwetsbaarheid van de betrokkene en de noodzaak van een onafhankelijke mentor die haar belangen beschermt.
Het hof oordeelt dat de betrokkene vanwege haar lichamelijke toestand niet in staat is haar niet-vermogensrechtelijke belangen volledig zelfstandig waar te nemen. De familie betwist medische adviezen en voert een eigen koers, wat het belang van een onafhankelijke mentor onderstreept. Ook is onvoldoende duidelijk hoe thuiszorg praktisch geregeld kan worden. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking tot instelling van het mentorschap en wijkt af van de voorkeur van de betrokkene en familie voor benoeming van de echtgenoot als mentor.