Uitspraak
GERECHTSHOF ’S-HERTOGENBOSCH
Raadkamer
[Appellant] ,
- de door appellant gemaakte reiskosten;
- de door appellant ten gevolge van tijdsverzuim werkelijk geleden schade als bedoeld in artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant was in Nederland vervolgd voor valsheid in geschrifte en accijns- en douanewet overtredingen, maar de rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel, omdat appellant eerder in België voor dezelfde feiten was veroordeeld.
De Belgische veroordeling werd later onherroepelijk na afwijzing van cassatie. Appellant vroeg vervolgens vergoeding van reiskosten en tijdsverzuim, stellende dat het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing was.
Het hof oordeelde dat het Nederlandse vonnis onherroepelijk is en dat het ne bis in idem-beginsel wel degelijk geldt, waardoor het verzoek tot schadevergoeding geen grond heeft. De rechtbank en het hof wijzen het verzoek af en bevestigen de eerdere beslissing.
De uitspraak onderstreept het belang van het ne bis in idem-beginsel en de onherroepelijkheid van vonnissen bij vervolgingen in verschillende jurisdicties.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het OM en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.