De verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor het weigeren mee te werken aan een bloedonderzoek nadat hij werd verdacht van rijden onder invloed van verdovende middelen. De opgelegde straf bestond uit een taakstraf van 20 uur, subsidiair 10 dagen hechtenis, en een rijontzegging van 300 dagen waarvan 225 dagen voorwaardelijk.
Namens de verdachte werd hoger beroep ingesteld tegen de strafoplegging. Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd wat betreft de bewezenverklaring, maar vernietigde de opgelegde straf en strafmotivering. Het hof legde een nieuwe straf op, bestaande uit een voorwaardelijke taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis, en een rijontzegging van 300 dagen waarvan 225 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Het hof motiveerde de straf met het obstructieve gedrag van de verdachte, het eerdere justitiële verleden en de noodzaak om de verkeersveiligheid te beschermen. Tevens werd rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de gevolgen van een onvoorwaardelijke rijontzegging voor zijn werk.
De tijd dat het rijbewijs reeds was ingehouden werd in mindering gebracht op de rijontzegging. Het vonnis werd op 22 januari 2025 uitgesproken door het gerechtshof 's-Hertogenbosch.