Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2024:968

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
21 maart 2024
Publicatiedatum
22 maart 2024
Zaaknummer
20-002606-22
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling voor opzettelijke overtreding Opiumwet en diefstal

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, waarin verdachte was veroordeeld voor twee feiten: opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet met betrekking tot een grote hoeveelheid van het middel, en diefstal door verbreking.

De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis. Tevens werd een schadevergoeding van €3.258,74 toegewezen aan de benadeelde partij, met een gijzeling van 42 dagen bij niet-betaling.

In hoger beroep heeft de verdediging primair een bewijsverweer gevoerd, stellende dat er sprake was van onrechtmatige binnentreding in de loods van verdachte zonder redelijk vermoeden van een hennepkwekerij, waardoor het bewijs uitgesloten zou moeten worden en vrijspraak zou moeten volgen. Het hof verwierp dit verweer en schaarde zich achter de motivering van de rechtbank.

Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en handhaafde de opgelegde straf en schadevergoedingsmaatregel. De uitspraak werd gedaan door mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter, mr. J.T.F.M. van Krieken en mr. F. van Es, raadsheren, op 21 maart 2024.

Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf voor overtreding van de Opiumwet en diefstal.

Uitspraak

Parketnummer : 20-002606-22
Uitspraak : 21 maart 2024
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 9 november 2022, in de strafzaak met parketnummer 03-866012-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De rechtbank heeft de verdachte ter zake van:
-feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel; en
-feit 2: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren en tot een taakstraf van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis.
Tevens heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot een bedrag van € 3.258,74, heeft voor dat bedrag tevens een schadevergoedingsmaatregel opgelegd met 42 dagen gijzeling bij niet-betaling, heeft voormeld bedrag vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 oktober 2019 en heeft de verdachte veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij en deze op nihil begroot.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.
De verdediging heeft primair een tot vrijspraak strekkend bewijsverweer gevoerd en heeft zich subsidiair geschaard achter de strafoplegging door de rechtbank en de beslissing van de rechtbank op de vordering van de benadeelde partij en de door de rechtbank opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust.
Standpunt verdediging.
De verdediging heeft het in eerste aanleg gevoerde verweer herhaald dat verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken omdat er onrechtmatig is binnengetreden in de loods van verdachte omdat op dat moment geen redelijk vermoeden bestond van aanwezigheid van een hennepkwekerij. Hetgeen door deze onrechtmatige binnentreding is verkregen dient van het bewijs te worden uitgesloten met vrijspraak van de tenlastelegging tot gevolg.
Het hof verwerpt het verweer, onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank in het bestreden vonnis onder punt 3.3 heeft overwogen, waar het hof zich achter schaart.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,
mr. J.T.F.M. van Krieken en mr. F. van Es, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. van der Meijs, griffier,
en op 21 maart 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. F. van Es is buiten staat dit arrest te ondertekenen.