Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
Het hof stelt vast dat in het vonnis van de rechtbank sprake is van enkele schrijffouten en omissies. Het vonnis waarvan beroep behoeft in zoverre verbetering. De zinnen waarop de verbetering betrekking heeft komen mitsdien te luiden als volgt:
‘Toen [slachtoffer 4] het vertelde werd ze emotioneel en begon ze te huilen. Ook had ze minder oogcontact, mogelijk door schaamte.’;
‘Daar staat tegenover dat – op grond van bestendige rechtspraak – in zedenzaken een geringe mate van steunbewijs, in combinatie met de verklaringen van het slachtoffer, voldoende wettig bewijs kan opleveren.’
‘ [slachtoffer 4] heeft tweemaal een verklaring afgelegd bij de politie, te weten de verklaring in het kader van een informatief gesprek zeden en de daaropvolgende aangifte.’
‘Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer 4] betrouwbaar is en als uitgangspunt kan dienen bij de verdere beoordeling van de aan de verdachte tenlastegelegde feiten.’
‘De rechtbank heeft tijdens het voorlezen van de slachtofferverklaring door [slachtoffer 4] eveneens waargenomen dat [slachtoffer 4] nog altijd emotioneel is: haar stem sloeg over en zij begon te huilen.’, in de bewijsconstructie dienen komen te vervallen.
‘Uit de vaste jurisprudentie (…)’tot en met
‘(…) bij haar heeft verricht.’), van het vonnis waarvan beroep te worden vervangen op na te melden wijze.
- Aangeefsters [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] waren patiënt bij de huisartsenpraktijk van de verdachte en betroffen allen (door hun psychische gesteldheid) kwetsbare en op leeftijd zijnde vrouwen. Kennelijk zocht de verdachte zijn slachtoffers uit in deze specifieke doelgroep;
- De verdachte betastte de borsten van aangeefsters (in de gevallen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] );
- Het ging telkens om een medisch onderzoek dat niet paste bij de klachten die aangeefsters op het betreffende moment hadden (in de gevallen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] );
- Aangeefsters moesten hun handen op een meubel leggen (in de gevallen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] );
- Aangeefsters stonden ten tijde van de tenlastegelegde handelingen met hun rug naar de verdachte (in de gevallen van [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] );
- De verdachte bracht zijn vinger(s) in de vagina van aangeefsters, waarna ronddraaiende en/of op- en neergaande bewegingen in de vagina werden gemaakt (in de gevallen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] );
- De verdachte verrichte genoemde handelingen met de blote hand, zonder het dragen van medische handschoenen zoals is voorgeschreven (in de gevallen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] );
- De verdachte maakte, onderwijl hij de genoemde handelingen verrichtte en nadat aangeefsters vroegen wat hij aan het doen was of hem vroegen te stoppen, opmerkingen of handgebaren die geruststellend waren bedoeld en/of die duidelijk getuigen van een seksuele intentie (in de gevallen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] ).
De verdachte heeft daarbij op geraffineerde wijze gehandeld. Hij deed immers alsof bepaalde medische onderzoeken noodzakelijk waren, terwijl hij feitelijk seksuele handelingen bij zijn slachtoffer uitvoerde. Hierdoor heeft hij het vertrouwen dat door zijn patiënte in hem werd gesteld – welk vertrouwen was ontstaan gedurende een jarenlange vertrouwensband tussen huisarts en patiënte – op ernstige wijze beschaamd. Door deze zaak is ook het vertrouwen dat mensen in het algemeen moeten kunnen hebben in zorgverleners in diskrediet gebracht.
Door te handelen zoals bewezen is verklaard heeft de verdachte bovenal de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer op ernstige wijze geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijk gedrag langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van slachtoffers. Dat dergelijke nare gevolgen zich ook daadwerkelijk in deze zaak hebben gemanifesteerd, blijkt onder meer uit de ter terechtzitting in hoger beroep voorgedragen slachtofferverklaring.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) jaren;
van het recht tot uitoefening van het beroep van huisartsof een ander medisch of paramedisch beroep voor de duur van
4 (vier) jaren;