De moeder verzocht het gerechtshof om het eenhoofdig gezag over haar twee minderjarige kinderen toe te kennen, dan wel subsidiair vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie naar Brazilië in de zomer van 2024. De rechtbank had dit verzoek afgewezen en het hof bevestigt deze beslissing.
De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag. Hoewel de verstandhouding tussen hen ernstig verstoord is en communicatie moeizaam verloopt, is het hof van oordeel dat er geen onaanvaardbaar risico bestaat dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. De moeder heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd dat het gezamenlijk gezag tot problemen leidt of dat de vader het gezag misbruikt.
De raad voor de kinderbescherming adviseerde het gezamenlijk gezag in stand te laten, mede om te voorkomen dat de vader uit beeld raakt. Het hof volgt dit advies en benadrukt dat de vader zijn verantwoordelijkheid moet nemen door bereikbaar te zijn en zich te informeren over de kinderen.
Verder bleek tijdens de mondelinge behandeling dat de moeder geen concrete vakantieplannen naar Brazilië heeft, waardoor het verzoek om vervangende toestemming wordt afgewezen. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg van 24 april 2023 en wijst het meer of anders verzochte af.