ECLI:NL:GHSHE:2024:535
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens intrekking na aanvang zitting
De verdachte was door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Tegen dit vonnis was hoger beroep ingesteld.
Tijdens de procedure heeft de advocaat-generaal verzocht het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De raadsman van de verdachte trok het hoger beroep in nadat de zitting reeds was aangevangen, waardoor het intrekken niet meer mogelijk was.
Het hof concludeerde dat de verdachte zijn bezwaren tegen het vonnis niet langer handhaaft en dat er geen belang meer is bij behandeling van het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard overeenkomstig artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk wegens intrekking na aanvang van de zitting.