Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2024:455

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
15 februari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
200.328.159_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging beschikking kantonrechter in geschil tussen VvE en eigenaar

In deze civiele procedure in hoger beroep tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en een eigenaar heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch de beschikking van de kantonrechter Limburg bekrachtigd. De VvE had de vernietiging van deze beschikking verzocht, mede afhankelijk gesteld van de uitkomst van een parallelle procedure met zaaknummer 200.328.160.

De VvE stelde dat indien in de parallelle procedure de vervangende machtiging zou worden toegewezen, ook de bestreden beschikking in deze zaak niet in stand kon blijven. De verweerster voerde gemotiveerd verweer en verzocht het hof de VvE niet-ontvankelijk te verklaren of haar vorderingen te verwerpen.

Het hof oordeelde dat de voorwaarde waaronder de VvE vernietiging van de beschikking zou kunnen verkrijgen niet is ingetreden, omdat in de parallelle procedure de bestreden beschikking juist is bekrachtigd. De VvE heeft geen verdere gronden aangevoerd. Daarom wordt de VvE in het ongelijk gesteld en wordt de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd.

Het hof veroordeelde de VvE in de proceskosten van het hoger beroep, bestaande uit griffierecht en salaris gemachtigde, en verklaarde deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en wijst het hoger beroep van de VvE af met veroordeling in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 15 februari 2024
Zaaknummer : 200.328.159/01
Zaaknummer eerste aanleg : 9821479 OV VERZ 22-18
in de zaak in hoger beroep van:
[VvE],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als de VvE,
advocaat: mr. M.C.G. Nijssen te Heerlen,
tegen
[verweerster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster,
hierna aan te duiden als [verweerster] ,
advocaat: mr. M.E. van Huet te Amsterdam.
Tevens worden in onderhavige procedure de navolgende eigenaren van een appartementsrecht dat deel uitmaakt van de VvE als belanghebbende aangemerkt:
  • [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] ;
  • [belanghebbende 3] ;
  • [belanghebbende 4] en [belanghebbende 5] ;
  • [belanghebbende 6] ;
  • [belanghebbende 7] ;
  • [belanghebbende 8] en [belanghebbende 9] ;
  • [belanghebbende 10] ;
  • [belanghebbende 11] en [belanghebbende 12] ;
  • [belanghebbende 13] ;
  • [belanghebbende 14] en [belanghebbende 15] .

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 8 maart 2023.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • een V1-formulier met het beroepschrift, ingekomen ter griffie op 8 juni 2023;
  • het procesdossier van de eerste aanleg met producties, ingekomen ter griffie op
9 juni 2023;
  • een e-mailbericht met begeleidende brief van de VvE met drie producties, eerste exemplaar ingekomen ter griffie op 27 juni 2023;
  • het verweerschrift in hoger beroep, ingekomen ter griffie op 13 september 2023;
- de op 27 september 2023 gehouden mondelinge behandeling (tegelijk met zaaknummer 200.328.160), waarbij zijn gehoord:
- de VvE vertegenwoordigd door de heer [belanghebbende 8] (gevolmachtigd door de heer [belanghebbende 13] , welke volmacht is overgelegd) en de heer [belanghebbende 6] , bijgestaan door mr. Nijssen;
- [verweerster] , bijgestaan door mr. Van Huet;
  • de spreekaantekeningen van de zijde van de VvE;
  • de spreekaantekeningen van de zijde [verweerster] .
2.2.
Het hof heeft daarna een datum voor beschikking bepaald.
2.3.
De onderhavige zaak is tegelijkertijd behandeld met de zaak 200.328.160. In beide zaken zal op dezelfde datum uitspraak worden gedaan.

3.De beoordeling

3.1.
In de onderhavige procedure verzoekt de VvE de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, alsnog de vordering [verweerster] af te wijzen, met veroordeling [verweerster] in de kosten van deze procedure, in eerste aanleg en in hoger beroep.
3.2.
Tegen de beschikking heeft de VvE twee grieven gericht. De VvE licht de grieven gezamenlijk toe. De VvE stelt dat indien het hof de in de parallelle procedure in hoger beroep met zaaknummer 200.328.160 bestreden beschikking vernietigt en alsnog het verzoek om het verstrekken van een vervangende machtiging toewijst, ook de onderhavige bestreden beschikking niet in stand kan blijven, omdat aan die beoordeling en beslissing dan de grondslag is komen te vervallen. Dan heeft de VvE recht en belang bij een herbeoordeling in hoger beroep van de uitgesproken vernietiging van besluit 05d.
3.3.
[verweerster] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij stelt, samengevat, dat de VvE het standpunt inneemt dat tussen de onderhavige procedure en de parallelle procedure, onder zaaknummer 200.328.160, een dusdanig verknochte situatie bestaat, dat het evident is dat bij het toewijzen van de vervangende machtiging ook een veroordeling zal volgen [verweerster] in de kosten conform het besluit 05d. Daaruit zou, naar [verweerster] begrijpt, volgens de VvE moeten volgen dat bij afwijzing in hoger beroep van de gevraagde vervangende machtiging de beschikking van de kantonrechter in deze procedure evenmin vernietigd wordt. [verweerster] verzoekt het hof dan ook de VvE bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen althans deze haar te ontzeggen en de beschikking van de kantonrechter te bevestigen, met veroordeling van de VvE in de kosten van de procedure.
3.4.
Het hof oordeelt als volgt.
3.5.
In de bestreden eindbeschikking van 8 maart 2023 heeft de kantonrechter besluit 05d van de VvE van 17 maart 2022 vernietigd, de VvE in de kosten veroordeeld en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kantonrechter heeft daartoe overwogen dat het gelet op de uitkomst in de parallelle procedure (vgl in hoger beroep de zaak onder zaaknummer 200.328.160) in strijd met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid is om [verweerster] op te laten draaien voor de met die wijziging van de akte van splitsing gemoeide kosten, waartegen [verweerster] zich steeds en gezien de uitkomst van die parallelle procedure op goede gronden heeft verzet.
3.6.
Uit de grieven van de VvE volgt, zo begrijpt het hof, dat de VvE om vernietiging van de bestreden beschikking verzoekt, als in de parallelle procedure het hof de daarin bestreden beschikking vernietigt en de vervangende machtiging toewijst. In zoverre is sprake van een voorwaardelijk verzoek. In de beschikking van heden in voornoemde parallelle procedure heeft het hof de in die procedure bestreden beschikking, onder verbetering van gronden, (echter) bekrachtigd. Dat betekent dat de voorwaarde waaronder volgens de VvE de onderhavige bestreden beschikking zou moeten worden vernietigd, namelijk in het geval van een vernietiging van de beschikking in de parallelle procedure, niet in werking treedt. De VvE heeft verder geen grieven aangevoerd. Op grond van het vorenstaande wordt de VvE in het ongelijk gesteld en zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.
3.7.
Het hof zal de VvE als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in hoger beroep veroordelen, zoals hierna in het dictum vermeld.

4.De beslissing

Het hof:
in het hoger beroep:
bekrachtigt de bestreden beschikking waarvan beroep;
veroordeelt de VvE in de proceskosten [verweerster] , begroot op een bedrag van € 343,00 aan griffierecht en € 1.183,00 (1x punt tarief II) aan salaris gemachtigde;
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.P. Zweers-van Vollenhoven, S.M.A.M. Venhuizen en T. van der Valk en is in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2024.