ECLI:NL:GHSHE:2024:4273
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Op tegenspraak
- G.C. Bos
- CH.N.G.M. Starmans
- Y. van Setten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens te late indiening tegen afwijzing voorlopige hechtenis
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant waarin het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis was afgewezen. De raadsman van verdachte voerde aan dat de termijn van drie dagen voor het instellen van hoger beroep, genoemd in artikel 87, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, niet van toepassing zou zijn op een ter terechtzitting genomen beslissing, maar slechts op beschikkingen.
Het hof verwees naar een arrest van de Hoge Raad uit 2013, waarin werd bepaald dat een ter terechtzitting genomen beslissing geen beschikking is in de zin van artikel 138 Sv Pro, maar een beslissing. Hierdoor is artikel 406 Sv Pro van toepassing, dat bepaalt dat hoger beroep tegen tussenvonnissen slechts gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak is toegestaan, met uitzondering van bepaalde beslissingen zoals het bevel tot gevangenhouding of de afwijzing van een verzoek tot opheffing daarvan.
Het hof oordeelde dat de termijn van drie dagen na kennisgeving van de beslissing geldt, en dat verdachte aanwezig was bij de terechtzitting en kennis had genomen van de afwijzing. Het hoger beroep werd pas op 11 december 2024 ingesteld, terwijl de beslissing op 27 november 2024 was genomen, waardoor het hoger beroep te laat was ingediend. Daarom verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.