Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in Breda. De politierechter had verdachte veroordeeld voor opzettelijke vernieling van een dienstvoertuig en handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, en hem vrijgesproken van een derde feit. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de vrijspraak, omdat hoger beroep tegen vrijspraak niet is toegestaan.
Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter voor zover het nog aan zijn oordeel was onderworpen. Het deed aanvullend onderzoek naar de bewijsvoering, waaronder het proces-verbaal van bevindingen van 7 oktober 2023, waarin een verbalisant de vernieling van het dienstvoertuig door verdachte nauwkeurig beschreef en herkende. De verdediging voerde persoonlijke omstandigheden aan en verzocht om toepassing van artikel 9a Sv of een geheel voorwaardelijke straf, maar het hof wees dit af vanwege de ernst van de feiten en het strafblad van verdachte.
De straf blijft een gevangenisstraf van twee weken met aftrek van voorarrest. Tevens werd de inbeslaggenomen stiletto onttrokken aan het verkeer. Het arrest werd uitgesproken op 18 december 2024 door een meervoudige kamer van het hof.