ECLI:NL:GHSHE:2024:4188

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 december 2024
Publicatiedatum
9 januari 2025
Zaaknummer
20-000778-24
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 Wet wapens en munitieArt. 279 SvArt. 404 SvArt. 9a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling voor vernieling dienstvoertuig en wapendelicten

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in Breda. De politierechter had verdachte veroordeeld voor opzettelijke vernieling van een dienstvoertuig en handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, en hem vrijgesproken van een derde feit. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de vrijspraak, omdat hoger beroep tegen vrijspraak niet is toegestaan.

Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter voor zover het nog aan zijn oordeel was onderworpen. Het deed aanvullend onderzoek naar de bewijsvoering, waaronder het proces-verbaal van bevindingen van 7 oktober 2023, waarin een verbalisant de vernieling van het dienstvoertuig door verdachte nauwkeurig beschreef en herkende. De verdediging voerde persoonlijke omstandigheden aan en verzocht om toepassing van artikel 9a Sv of een geheel voorwaardelijke straf, maar het hof wees dit af vanwege de ernst van de feiten en het strafblad van verdachte.

De straf blijft een gevangenisstraf van twee weken met aftrek van voorarrest. Tevens werd de inbeslaggenomen stiletto onttrokken aan het verkeer. Het arrest werd uitgesproken op 18 december 2024 door een meervoudige kamer van het hof.

Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling tot twee weken gevangenisstraf en verklaart het hoger beroep tegen de vrijspraak niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000778-24
Uitspraak : 18 december 2024
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 14 maart 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-260300-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken van het onder feit 3 tenlastegelegde en het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen’(feit 1) en, ‘handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’ (feit 2), de verdachte strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de politierechter de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven, stiletto onttrokken aan het verkeer.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De raadsvrouw van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de politierechter van het onder feit 3 tenlastegelegde. Gelet op het bepaalde in artikel 404 van Pro het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep voor zover dit hiertegen is gericht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen, met aanvulling van de gronden waarop dit berust.
Mede gelet op hetgeen in hoger beroep aan de orde is gekomen, is het hof van oordeel dat de bewijsvoering de navolgende aanvulling behoeft. De bewezenverklaring door de politierechter komt mede te berusten op de hierna volgende bewijsmiddelen.
De tot vrijspraak strekkende verweren van de raadsvrouw vinden hun weerlegging in de door de politierechter gebezigde en door het hof aangevulde bewijsmiddelen en behoeven aldus geen verdere bespreking.
In hetgeen de raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, ziet het hof geen aanleiding om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a Wetboek van Strafvordering, dan wel een geheel voorwaardelijke straf op te leggen, zoals door de verdediging werd verzocht, nu zulks onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten, mede bezien tegen de achtergrond van het strafblad van verdachte.
Aanvulling bewijsmiddelen
Het hof ziet aanleiding om als bewijsmiddel op te nemen:
1.
Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 7 oktober 2023, dossierpagina’s 69-70, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Gegevens verdachte
Achternaam: [verdachte]
Voorn(a)m(en): [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedag] 1989
Op zaterdag 7 oktober 2023, omstreeks 10:40 uur, bevond ik mij tezamen met collega [verbalisant 2] , aan het Stadhuisplein te Tilburg. Aldaar nam ik het volgende waar; Om 10:30 uur, kreeg collega [verbalisant 2] een melding dat er aan het Stadhuisplein een dienstvoertuig van handhaving stond waar het raam van de bestuurders kant van ingegooid was. Ik schakelde meteen met camerapost of ze alvast terug wilde kijken of ze eventueel camerabeelden hadden van de vernieling.
Toen wij ter plaatse kwamen zag ik dat het om ons dienstvoertuig met kenteken [kenteken] ging. Ik zag dat het raam van de bestuurderskant was ingegooid. Ik zag dat er glassplinters in de auto lagen en buiten op de weg.
Camerapost stuurde via WhatsApp een filmpje van de man die de autoruit ingooide van ons dienstvoertuig. Ik zag een man die zwart haar had, een zwarte hoodie en een spijkerbroek droeg met daaronder zwarte schoenen. En een tasje om zijn nek en een sigaret/ joint in zijn mond.
Ik zag dat de man aan kwam lopen, iets van de grond pakte en daarmee door de ruit van het dienstvoertuig gooide. Ik zag dat de verdachte daarna wegfietste op de zwarte fiets richting de Bisschop Zwijsenstraat.
Ik herkende de verdachte meteen aan de brede manier van lopen met de voeten naar buiten en de armen wijd langs zijn lichaam. Zijn donkere haren en de afschuw die de verdachte heeft naar de handhaving. De verdachte is mij ambtshalve bekend, omdat ik de verdachte al meerdere malen verbaliseerd heb voor ophouden overlast gevende personen.

BESLISSING

Het hof:
verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraak van het onder feit 3 tenlastegelegde;
bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen, met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,
mr. E.A.A.M. Pfeil en mr. T. van de Woestijne, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H. Smits, griffier,
en op 18 december 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.