De verdachte werd door de kantonrechter veroordeeld wegens het meermalen niet nakomen van de in de Leerplichtwet 1969 opgelegde verplichting als ouder, met een taakstraf van 40 uur of subsidiair 20 dagen hechtenis, deels voorwaardelijk. Tegen dit vonnis stelde zij hoger beroep in.
Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter bevestigd wat betreft de bewezenverklaring, maar vernietigde de opgelegde straf en de beslissing over de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke geldboete. Het hof legde een geheel voorwaardelijke hechtenis van vier weken op met een proeftijd van twee jaar, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder eerdere veroordelingen en haar financiële situatie.
De vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde geldboete werd afgewezen vanwege de omstandigheden van de verdachte en het belang van het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Het hof benadrukte het maatschappelijk belang van naleving van de Leerplichtwet en de noodzaak van een passende straf die tevens preventief werkt.
De uitspraak werd gedaan door mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter, mr. S.C. van Duijn en mr. A.M.G. Smit op 6 december 2024 te 's-Hertogenbosch.