AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verwijzing hoger beroep naar bevoegd gerechtshof Den Haag
In deze civiele procedure is het hoger beroep ingesteld door Dexia Nederland B.V. bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam. Tijdens de procedure heeft het hof vastgesteld dat het niet bevoegd is om kennis te nemen van dit hoger beroep omdat het vonnis van de rechtbank Rotterdam afkomstig is en het gerechtshof Den Haag daarvoor bevoegd is.
Appellante heeft erkend dat de dagvaarding per abuis bij het verkeerde hof is ingediend en heeft zich conformeerd aan de verwijzing. Geïntimeerde betwist de geldigheid van de inschrijving en stelt dat appellante niet-ontvankelijk is, maar het hof oordeelt dat de zaak op grond van artikel 60 WetPro RO en artikel 73 RvPro moet worden verwezen.
Het hof verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling. Deze beslissing voorkomt dat de procedure onnodig wordt vertraagd en waarborgt de correcte rechtsgang.
Uitkomst: Het gerechtshof 's-Hertogenbosch verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.340.031/01
arrest van 24 december 2024
in de zaak van
Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam.
als vervolg op de door de rolraadsheer gewezen rolbeslissing van 24 september 2024 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam, zittingsplaats Rotterdam, onder zaaknummer 9713021 EL 22-25 gewezen vonnis van 21 september 2023.
1.Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de rolbeslissing van 24 september 2024;
de akte van de zijde van Dexia;
het H2-formulier van de zijde van geïntimeerde waarin mr. J.B. Maliepaard zich stelt namens geïntimeerde;
de antwoordakte van de zijde van geïntimeerde.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
2.De beoordeling
2.1.
Bij genoemde rolbeslissing heeft de rolraadsheer aangegeven dat het hof voornemens is de zaak op grond van het bepaalde in artikel 60 WetPro RO jo artikel 73 RvPro te verwijzen naar het gerechtshof Den Haag. Partijen hebben zich over dat voornemen uitgelaten.
2.2.
Appellante heeft in haar akte aangegeven dat de appeldagvaarding per abuis door haar is aangebracht bij dit hof. Zij beroept zich op een kennelijke verschrijving van haar zijde en geeft aan dat de zaak had moeten worden aangebracht bij het gerechtshof Den Haag. Appellante conformeert zich aan het oordeel van het hof.
2.3.
Geïntimeerde heeft in zijn antwoordakte aangegeven dat het hoger beroep had moeten worden aangebracht bij het gerechtshof Den Haag. Appellante heeft volgens geïntimeerde de appeldagvaarding niet rechtsgeldig ingeschreven. Volgens geïntimeerde gaat het niet om een kennelijke verschrijving en is appellante niet-ontvankelijk.
2.4.
Het hof overweegt dat in artikel 60 ROPro is bepaald dat gerechtshoven in hoger beroep oordelen over de daarvoor vatbare vonnissen, beschikkingen en uitspraken in burgerlijke zaken, strafzaken en belastingzaken van de rechtbanken in hun ressort. Nu appellante bij dit hof in hoger beroep is gekomen van een vonnis van de rechtbank Rotterdam, is niet het gerechtshof 's-Hertogenbosch maar het gerechtshof Den Haag bevoegd van dit hoger beroep kennis te nemen.
2.5.
Het hof zal de zaak op de voet van artikel 73 RvPro verwijzen naar het gerechtshof
Den Haag.
3.De uitspraak
Het hof:
verklaart zich onbevoegd om van dit hoger beroep kennis te nemen,
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt ter verdere behandeling naar het gerechtshof Den Haag.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 24 december 2024.