Betrokkene is sinds 2016 onder curatele gesteld vanwege een psychiatrische aandoening en schulden. Na een verzoek tot opheffing van de curatele wees de rechtbank dit af, waarna betrokkene in hoger beroep ging. Hij stelde dat zijn psychische toestand verbeterd is en dat de curatele onterecht wordt voortgezet.
Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep werd vastgesteld dat betrokkene nog steeds lijdt aan schizofrenie met chronische hallucinaties, wanen en psychoses, en dat hij intensieve begeleiding en medicatie nodig heeft om terugval en zwervend gedrag te voorkomen. De curator benadrukte het belang van de GGZ-zorg en het toezicht.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de curatele noodzakelijk en zinvol blijft. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding geven tot opheffing. De ondercuratelestelling blijft daarom gehandhaafd.