ECLI:NL:GHSHE:2024:3964
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.T.F.M. van Krieken
- C.M. Hilverda
- C.A. van Roosmalen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bevestigt vrijspraak ontucht met minderjarig kind wegens onvoldoende bewijs
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens ontucht met zijn minderjarige dochter, gepleegd op of omstreeks 3 januari 2022 te Breda. De rechtbank Zeeland-West-Brabant sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs. Het Openbaar Ministerie stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Tijdens het hoger beroep werd de tenlastelegging aangevuld met meerdere feitelijke handelingen die het kernverwijt nader specificeren, maar het hof oordeelde dat deze wijziging niet tot vernietiging van het vonnis hoeft te leiden omdat het kernverwijt hetzelfde blijft. De advocaat-generaal vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, terwijl de raadsman van verdachte vrijspraak bleef bepleiten.
Het hof baseerde zich op verklaringen van twee getuigen die vanuit hun woning enkele tientallen meters verwijderd handelingen waarnamen die zij als ontuchtig interpreteerden. Het hof achtte de integriteit van de getuigen niet in twijfel, maar vond de omstandigheden waaronder zij observeerden onvoldoende betrouwbaar om tot een veroordeling te komen. De dochter ontkende uitdrukkelijk dat ontuchtige handelingen hadden plaatsgevonden en haar gedrag bevestigde dit.
Gelet op het ontbreken van andere aanwijzingen en de twijfel die bij het hof leefde, ontbrak de vereiste overtuiging voor een veroordeling. Het hof bevestigde daarom de vrijspraak van de rechtbank en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de vrijspraak van verdachte wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontucht met zijn dochter.