Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10968657 \ CV EXPL 24-1566)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven, met producties 53 tot en met 63;
- de memorie van antwoord met producties 3 tot en met 6;
- het op 2 september 2024 ingekomen H12 formulier met de producties 7 en 8 van de zijde van [geïntimeerde] ;
- het op 2 oktober 2024 ingekomen H12 formulier van de zijde van Woonbedrijf met producties 64 tot en met 105;
- het op 30 september 2024 ingekomen H12 formulier van de zijde van Woonbedrijf, met producties 106 tot en met 108;
- de op 8 oktober 2024 gehouden mondelinge behandeling, waarbij [geïntimeerde] niet, maar zijn moeder wel is verschenen. Partijen hebben spreekaantekeningen overgelegd;
- het op 4 oktober 2024 ingediende H12 formulier van de zijde van [geïntimeerde] met producties 9 en 10, die bij de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht;
- het op 4 oktober 2024 ingediende H12 formulier van de zijde van Woonbedrijf met producties 109 en 110, die bij de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht.
- op 8 oktober 2024: een volmacht van [geïntimeerde] aan zijn moeder om namens hem inzage te verkrijgen in zijn dossier en alle onderliggende bescheiden ter zake van de procedure tegen Woonbedrijf. Tevens machtigt [geïntimeerde] zijn moeder om namens hem informatie uit te wisselen en zaken voor en namens met te besprek met mr Houben. De datering, 3 maart 2024, is doorgekrast. Handmatig is bijgeschreven: 22 mei 2024;
- de brief van de raadsman van Woonbedrijf van 9 oktober 2024, waarin Woonbedrijf zich (kort gezegd) op het standpunt stelt dat het hof ter zitting niet juist is geïnformeerd nu op basis van de na die zitting overgelegde volmacht een procesvolmacht ontbrak voor zowel de moeder als de advocaat om namens [geïntimeerde] het woord te voeren;
- de brief van de zijde van mr. Houben van 10 oktober 2024: met 5 bijlagen, welke bijlagen, zo staat in de brief, alle door [geïntimeerde] op 10 oktober 2024 zijn ondertekend in een gesprek op het kantoor van mr. Houben, in aanwezigheid van een kantoorgenoot.
3.De beoordeling
Onder hulpverlening wordt onder meer doch niet uitsluitend verstaan: contact met de huisarts voor het voorschrijven van medicatie en/of een doorverwijzing naar hulpverlenende instanties, waaronder GGzE, het ontvangen van zorg en woonbegeleiding door hulpverlenende instantie(s), waaronder GGzE en WIJeindhoven, waarbij de zorg ook kan bestaan uit een opname of behandeling en het innemen van voorgeschreven medicatie;
[geïntimeerde] veroorzaakt structurele en ernstige overlast aan omwonenden (waaronder geluidsoverlast). Omwonenden geven aan zich hierdoor onveilig te voelen. De overlastmeldingen ontvangt Woonbedrijf vanaf het najaar van 2023. Hoewel [geïntimeerde] herhaaldelijk op zijn gedrag is aangesproken, stopt de overlast niet. [geïntimeerde] weigert professionele hulpverlening te aanvaarden, waardoor de situatie niet verbetert. Nu de huurtermijnen niet of niet tijdig worden voldaan, is [geïntimeerde] ook tekort geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting. De overeengekomen betalingsregeling is vervallen wegens wanbetaling.
- Woonbedrijf heeft een spoedeisend belang bij de beoordeling van haar vordering in kort geding (r.o. 4.1.).
- nadere meldingen van overlast alsmede geluidsfragmenten, opgenomen door [persoon A] ;
De verklaring van de bewoner van [huisnummer 5] geeft, zoals Woonbedrijf zelf terecht aanvoert, een genuanceerd beeld. De buurman aan de andere zijde ervaart geen ernstige overlast. Deze bewoner bevestigt dat hij in de naastgelegen portiek woont, dat hij om die reden minder hoort van [geïntimeerde] , maar ook dat zijn eigen portiek een klankkast is.
[persoon C] bevestigt in haar klachten dat [geïntimeerde] (sadistisch) lacht, maar evenzeer dat [persoon B] hem beledigt en dat er onrust heerst in het portiek. Dat [persoon C] één en ander als bedreigend ervaart, kan het hof niet gronden op het door haar genoemd feitelijk handelen van [geïntimeerde] . Haar meest recente klachten over de nacht van 2 op 3 oktober 2024 worden ook niet één op één onderschreven door de melding van [persoon A] over diezelfde nacht. De gestelde onveilige gevoelens bij medewerkers worden onderbouwd met de stelling dat [geïntimeerde] bij het gesprek van 24 januari 2024 verbaal opstandig en dwars reageerde. Nu geen sprake is van geweld of bedreiging acht het hof dit onvoldoende.
“(…) In opdracht van Woonbedrijf SWS is een akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de geluidsituatie in het woonperceel [adres] [huisnummer 2] en [huisnummer 1] te [woonplaats] . De betreffende woningen zijn gelegen als appartementswoningen.
De metingen stroken evenwel niet met de meldingen van [persoon A] . De meldingen van [persoon A] :
- op 6 september 2024 om 17.47 uur (hard gelach),
worden niet ondersteund door de bevindingen uit het onderzoek.
[persoon A] benoemt dus meer en andere overlastmomenten dan wordt gestaafd met metingen. Daarmee wordt hetgeen [persoon A] als ernstige overlast ervaart onvoldoende geobjectiveerd.
- Griffierecht € 349,00
- Salaris advocaat € 2.428,00 (2 punten x tarief II)
- Nakosten
4.De uitspraak
€ 2.955,00, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als Woonbedrijf niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet Woonbedrijf
€ 92,00 extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;