Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde sub 1]
[geïntimeerde sub 2]
5.Het tussenarrest van 4 juni 2024
6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
- de akte overlegging bewijs van 18 juni 2024 met producties van [geïntimeerden] , ingekomen middels H3-formulier ter griffie van dit hof op 19 juni 2024;
- de antwoordakte van 2 juli 2024 met producties van [appellant] , ingekomen middels H3-formulier ter griffie van dit hof op 3 juli 2024 en
- het bericht van mr. Dijkslag dat [geïntimeerde sub 1] op vrijdag 18 oktober 2024 is overleden.
7.De verdere beoordeling
altijd(cursief hof) aangaf wanneer iets niet paste binnen de vaste aanneemsom en dat in plaats van hiervoor meerwerk overeen te komen, [geïntimeerden] -als zij dit toch wilden laten uitvoeren- een derde dienden in te schakelen.
altijdzo aangaf en
altijddoorverwees naar derden. Verder hebben [geïntimeerden] in het kader van de bewijslevering opgemerkt dat [geïntimeerden] op grond van hetgeen naar hun inzicht bleek uit de voorbeelden ervan uitgingen dat, als er al sprake zou zijn van enig ander meerwerk, dat binnen de vaste aanneemsom zou vallen. Waarom [geïntimeerden] dat zouden hebben mogen aannemen is door [geïntimeerden] niet toegelicht, laat staan bewezen. Niet bewezen is dus dat meerwerk steeds binnen de vaste aanneemsom zou vallen. Evenmin is bewezen dat als vaststaand kan worden aangenomen dat meerwerk (bijvoorbeeld wegens verrekening) (steeds) niet tot bijbetaling zou leiden. Naar het oordeel van het hof ziet hetgeen [geïntimeerden] in hun akte als bewijs hebben aangevoerd in het geheel niet op het aan hen opgedragen bewijs. In de bewijsopdracht gaat het namelijk specifiek om het door [geïntimeerden] gestelde dat het eventueel wel uitgevoerde meerwerk (geheel) zou worden verrekend met het minderwerk
en dus niet tot bijbetaling zou leiden.Uit hetgeen in de akte overlegging bewijs is aangevoerd kan in het bijzonder dit laatste (cursieve deel) niet worden afgeleid.
“Ook even via de mail. We vonden een offerte van [bedrijf B] in onze brievenbus en we gaan ervan uit dat jij deze erin gestopt hebt. Op de laatste pagina staat er een akkoord verklaring en wat ons betreft is het akkoord.”)verklaart [geïntimeerde sub 1] zich uitdrukkelijk akkoord met de opdracht tot het plaatsen van de kunststof kozijnen en de uitgebrachte offerte van [bedrijf B] . Volgens [appellant] blijkt hieruit dat er tussentijds ook overleg is gevoerd over het uit te voeren meerwerk en de meerprijs die daarmee gepaard gaat.
‘3 nieuwe Veluxramen’en
‘Dakramen bekleed’namelijk dat dit is overeengekomen in de periode tussen het moment dat [appellant] aan [geïntimeerden] een offerte met een aanneemsom van € 65.155,=, inclusief btw heeft laten zien en het moment waarop [geïntimeerden] de offerte met de aanneemsom van € 68.111,96, inclusief btw, ontvingen, verwerpt het hof dat verweer als onvoldoende onderbouwd (vgl. onder 8.4.5.4.).
€ 16.018,56aan [appellant] , daarbij uitgaande van het gebleken meerwerk, de gebruikelijke opslag ad 7% voor algemene kosten en CAR-verzekering – als onbetwist – en over de som daarvan de btw ad 21%.
De door het hof toegewezen bedragen van het meerwerk, zoals door [appellant] begroot, zijn naar het oordeel van het hof redelijk te noemen (artikel 7:752 BW Pro).
9.De uitspraak
€ 16.018,56inclusief btw te voldoen, te betalen binnen veertien dagen na de datum van dit arrest en, als niet tijdig aan deze veroordeling wordt voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 2 januari 2022 tot aan de dag van volledige betaling;