ECLI:NL:GHSHE:2024:3681
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- G.J. Schiffers
- Y.G.M. Baaijens-van Geloven
- O.A.J.M. Lavrijssen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplichtigheid aan diverse feiten in strijd met de Opiumwet en stelde hiertegen hoger beroep in. De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn. De verdediging stelde dat de verdachte niet correct was geïnformeerd over het rechtsmiddel en de beroepstermijn, waardoor het hoger beroep ontvankelijk zou moeten zijn.
Het hof onderzocht het dossier en constateerde dat de dagvaarding, inclusief een toelichting op de procedure en beroepsmogelijkheden, aan de verdachte persoonlijk was betekend. De verdachte was aanwezig bij de inhoudelijke behandeling en was geïnformeerd over de datum van uitspraak. De wettelijke termijn van veertien dagen voor het instellen van hoger beroep begon te lopen vanaf de uitspraak op 27 september 2023.
Het hoger beroep werd echter pas op 20 oktober 2023 ingesteld, na het verstrijken van deze termijn. Het hof vond geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.