Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, maar veroordeeld voor ontuchtige handelingen met een minderjarige. Het hof bevestigde de vrijspraak voor het primair tenlastegelegde, maar veroordeelde verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde en legde een gevangenisstraf van 8 maanden waarvan 2 voorwaardelijk op.
De zaak draaide om een massageafspraak op 13 november 2020 waarbij het slachtoffer, een minderjarige, verklaarde dat verdachte ontuchtige handelingen had verricht. Het hof achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en voldoende gesteund door DNA-bewijs dat op de penis van het slachtoffer het DNA van verdachte aantoonde. Verweer over de betrouwbaarheid van het DNA-onderzoek en de verklaringen werd verworpen.
Daarnaast werd een schadevergoeding van € 2.000,- toegekend aan het slachtoffer wegens immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het bewezenverklaarde feit. Het hof legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op en bepaalde dat gijzeling kan worden toegepast indien betaling uitblijft. Voor het overige bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank.