Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8171551 CV EXPL / 19-10919)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties XIX tot en met XXI;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep met producties XXII tot en met XXIV;
- het H3-formulier, ingekomen bij het hof op 17 juli 2024, waarbij [geïntimeerde] producties 12 tot en met 15 heeft overgelegd;
- de op 31 juli 2024 gehouden mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
3.De beoordeling
Primair: [geïntimeerde] te veroordelen om aan [appellant] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen het bedrag van € 34.604,80 ter zake van de verschuldigde vergoeding voor het gebruik van elektra, gas en water, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan die van de algehele voldoening en
hiermee wordt [appellant] bedoeld/hof): uiteindelijk is het zo [naam] (
hiermee wordt [geïntimeerde] bedoeld/hof), momenteel doen ze alle bij mij blokkeren, dus ook de energie gaan ze blokkeren, is in principe zouden we voor de energie wat dingen moeten zetten. Maar ze gaan bij mij echt alles blokkeren (…)”
bij wijze van voorschietenvoor [geïntimeerde] voor zijn rekening nam, kan het hof uit de inhoud van de transcriptie niet afleiden. Dit te minder, nu [appellant] sinds het begin van de huurovereenkomst in maart 2009 nooit de door hem voorgeschoten bedragen middels jaarafrekeningen met [geïntimeerde] heeft afgerekend.
duidelijkoverzicht van de door hem verrichte betalingen van de kosten van gas, water en licht in het geding te brengen. Dat overzicht dient volledig te zijn en dient: