ECLI:NL:GHSHE:2024:342

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
6 februari 2024
Publicatiedatum
6 februari 2024
Zaaknummer
200.326.045_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie verleend in hoger beroep wegens faillissement en niet overname door curator

In deze civiele procedure in hoger beroep heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 6 februari 2024 uitspraak gedaan in een geschil tussen appellante, een B.V. die op 20 september 2023 in staat van faillissement is verklaard, en geïntimeerde, gevestigd in Bulgarije. Appellante heeft geen memorie van grieven ingediend vanwege het faillissement.

Geïntimeerde heeft verzocht om schorsing van het geding om de curator te kunnen oproepen tot overneming van het geding. De curator heeft echter laten weten de procedure niet over te nemen. Vervolgens heeft geïntimeerde verzocht om ontslag van instantie van appellante en om veroordeling in de proceskosten.

Het hof heeft overwogen dat aan de voorwaarden voor ontslag van instantie is voldaan nu de curator de procedure niet overneemt en appellante failliet is verklaard. Daarom verleent het hof ontslag van instantie aan geïntimeerde en veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op €5.689 aan griffierecht en €1.214 aan salaris advocaat.

Uitkomst: Het hof verleent ontslag van instantie aan geïntimeerde en veroordeelt appellante in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.326.045/01
arrest van 6 februari 2024
in de zaak van
[B.V.] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante,
hierna aan te duiden als [appellante],
advocaat: mr. W.J.T. Ursem te Alkmaar,
tegen
[geïntimeerde],
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats], Bulgarije,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde],
advocaat: mr. M.L.J.A. de Vocht te Eindhoven,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 6 juni 2023 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/394000 / HA ZA 22-41 gewezen vonnis van 21 december 2022.

5.Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenarrest van 6 juni 2023 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
  • het proces-verbaal van mondelinge behandeling na aanbrengen van 26 juli 2023;
  • het H16-formulier voor de rol van 10 oktober 2023 van de zijde van [appellante] waarin wordt medegedeeld dat [appellante] in staat van faillissement is verklaard;
  • de akte uitlaten voor de rol van 31 oktober 2023 van de zijde van [geïntimeerde];
  • de akte uitlaten voor de rol van 14 november 2023 van de zijde van [geïntimeerde] met productie A.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg

6.De beoordeling

6.1.
In voornoemd H16-formulier deelt [appellante] mede dat zij op 20 september 2023 in staat van faillissement is verklaard en zij daarom niet zal dienen voor memorie van grieven.
6.2.
In de akte uitlaten voor de rol van 31 oktober 2023 heeft [geïntimeerde] het hof verzocht het geding te schorsen ten einde haar in de gelegenheid te stellen de curator, mr. P.E. Butterman, tot overneming van het geding op te roepen.
6.3.
Bij e-mailbericht van 3 november 2023 heeft [geïntimeerde] de curator opgeroepen tot overneming van het geding. Bij e-mailbericht van 8 november 2023 heeft de curator, mr. Butterman, bericht dat hij de procedure niet zal overnemen. Op de rol van 14 november 2023 heeft [geïntimeerde] een akte genomen, waarin zij het hof verzoekt om haar ontslag van instantie te verlenen en [appellante] in de proceskosten te veroordelen.
6.4.
Op de rol van 19 december 2023 is [appellante] in de gelegenheid gesteld om een antwoordakte te nemen met betrekking tot het verzochte ontslag van instantie. [appellante] heeft de antwoordakte niet genomen. Vervolgens is een datum voor arrest bepaald.
6.5.
Het hof overweegt als volgt. Omdat de curator heeft laten weten dat hij het geding niet zal overnemen en thans ook overigens aan de voorwaarden voor het verlenen van ontslag van instantie is voldaan, zal het hof [geïntimeerde] in dit hoger beroep van de instantie ontslaan en [appellante] veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep.

7.De uitspraak

Het hof:
verleent [geïntimeerde] op de voet van artikel 27 lid 2 Faillissementswet Pro ontslag van instantie;
veroordeelt [appellante] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak begroot op € 5.689,00 aan griffierecht en op € 1.214,00 aan salaris advocaat (1 punt liquidatietarief II).
Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, E.H. Schulten en B.E.L.J.C. Verbunt en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 februari 2024.
griffier rolraadsheer